archive pagina

Uitsluiting partneralimentatie in huwelijkse voorwaarden toch mogelijk?

De Advocaat Generaal (AG) heeft op 18 mei cassatie in het belang der wet ingesteld over de vraag of aanstaande echtgenoten het recht op partneralimentatie voorafgaand aan het huwelijk bij huwelijkse voorwaarden kunnen uitsluiten. Wordt uitsluiting van partneralimentatie in huwelijkse voorwaarden nu toch mogelijk?

De afgelopen jaren is het in de rechtspraak de lijn geweest dat het voorafgaand aan het huwelijk uitsluiten van partneralimentatie bij huwelijkse voorwaarden op grond van de wet nietig is. Wel kan het zo zijn dat het beroep op de nietigheid onder bijzondere omstandigheden in strijd kan zijn met de redelijkheid en billijkheid. Ook in de literatuur bestaat discussie over dit onderwerp. Om helderheid te krijgen of een in huwelijkse voorwaarden opgenomen nihilbeding ten aanzien van partneralimentatie stand houdt, heeft de AG cassatie in het belang der wet ingesteld en haar conclusie hierover uiteengezet. Wij vatten de essentie graag voor je samen:

Conclusie van de AG
De AG concludeert huwelijkse voorwaarden waarin wordt afgezien van partneralimentatie op dat onderdeel rechtsgeldig zijn. Volgens de AG heeft de wetgever de contractvrijheid van echtgenoten ten aanzien van partneralimentatie voorop willen stellen. Met de mogelijkheid van uitsluiting van het recht op partneralimentatie voorafgaand aan het huwelijk wordt volgens haar ook geen ander type huwelijk geïntroduceerd, gezien de nu al bestaande mogelijkheden voor (aanstaande) echtgenoten om op het vlak van onder andere het huwelijksvermogensregime en pensioen ervoor te kiezen deze voorafgaand aan het huwelijk te regelen. Overigens vindt de AG wel dat een nihilbeding in een voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst niet onaantastbaar is. Dat betekent dat in specifieke situaties een dergelijk nihilbeding mogelijk geen stand houdt. Onder bijzondere omstandigheden kunnen partijen de rechter op grond van de wet verzoeken het nihilbeding open te breken.

Belang voor de praktijk
Hoewel niet zeker, licht het in de lijn der verwachting dat de Hoge Raad de conclusie van de AG zal volgen. In elk geval blijkt nu extra duidelijk dat er momenteel onzekerheid bestaat over de rechtskracht van een nihilbeding ten aanzien van partneralimentatie voorafgaand aan het huwelijk. Notarissen zullen daarom bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden partijen zorgvuldig over deze onzekerheid moeten informeren. Scheidingsprofessionals zullen met cliënten die in hun huwelijkse voorwaarden afspraken hebben gemaakt om van partneralimentatie af te zien, moeten bespreken dat onzeker is of deze afspraken juridisch stand houden.
Gelukkig is nu zicht op einde aan de onzekerheid: de uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 25 november 2022. De Scheidingsdeskundige houdt jou uiteraard op de hoogte.

Voor de lezer die zijn juridische kennis nog wil bijspijkeren geven wij als toegift nog een korte toelichting over de organisatie van de Hoge Raad en wat cassatie in belang der wet inhoudt:

Parket van de Hoge Raad
Aan de Hoge Raad is een parket (kantoor) verbonden waarvan de advocaten-generaal (AG’s) deel uitmaken en waar de procureur-Generaal aan het hoofd staat. De procureur-generaal geeft juridische adviezen, ofwel conclusies, aan de Hoge Raad. In de praktijk worden deze conclusies meestal door de advocaten-generaal namens de procureur-generaal genomen. De advocaten-generaal dragen daarbij zelfstandig verantwoordelijkheid voor de inhoud van hun conclusies.

Cassatie
Zoals je in dit artikel kon lezen is de functie van cassatierechtspraak dat rechtseenheid blijft geborgd en de rechtsontwikkeling worden bevorderd. Tevens betekent in cassatie gaan in beroep gaan bij de Hoge Raad tegen een beslissing van een lagere rechter. Daarbij kunnen geen nieuwe argumenten worden ingebracht, er wordt getoetst of het recht goed is toegepast. Cassatie is er om fouten te herstellen, dit biedt degene die in cassatie gaat rechtsbescherming.

Cassatie in het belang der wet
Door een vordering tot cassatie in te stellen, kan de procureur-generaal (of namens deze één van de AG’s) om een beslissing van de Hoge Raad vragen over een rechtsvraag die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling moet worden beantwoord. Bijvoorbeeld als partijen zelf geen cassatieberoep bij de Hoge Raad instellen of als er geen cassatie beroep mogelijk is. Deze beslissing van de Hoge Raad heeft geen rechtsgevolgen voor de betrokken partijen en is in deze gevallen alleen bedoeld om duidelijkheid te geven voor toekomstige gevallen.

 

Permanent Actueel
Wil je graag op de hoogte blijven van ontwikkelingen die van belang zijn voor de scheidingspraktijk? En maak je nog geen gebruik van praktijkondersteuning of onze digitale leeromgeving? Vraag dan nu een gratis proefabonnement aan!

 

 

 

Beroepsaansprakelijkheid bij pensioenafwikkeling, een reëel risico!

Hof Arhem Leeuwarden 29 maart 2022

Een voormalig cliënt stelt zijn advocaat aansprakelijk omdat zij hem onvoldoende heeft voorgelicht over een vervaltermijn in de huwelijkse voorwaarden met betrekking tot pensioenafwikkeling. De advocaat wordt veroordeeld tot betaling van de geleden en de nog te lijden schade.

Feiten & omstandigheden

In 2012 heeft een advocaat een man bijgestaan in een echtscheidingsprocedure. De man was gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. In het artikel over pensioen was de volgende veelvoorkomende bepaling opgenomen:

“1. Indien het huwelijk van de echtgenoten door echtscheiding wordt ontbonden danwel indien tussen de echtgenoten de scheiding van tafel en bed wordt uitgesproken, zullen de door de echtgenoten opgebouwde pensioenaanspraken worden verevend conform het in de artikelen 2 en 3 bepaalde Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding.

 2. Indien het huwelijk door echtscheiding is ontbonden, heeft de vereveningsgerechtigde het recht zijn aanspraken als bedoeld in lid 1 alsmede de aanspraken op nabestaandenpensioen om te zetten in een eigen pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 5 van de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding, mits de vereveningsgerechtigde binnen 6 maanden na de ontbinding van het huwelijk per aangetekende brief heeft meegedeeld aan de vereveningsplichtige van dit recht tot omzetting gebruik te maken. De omzetting is slechts geldig, indien de betrokken pensioenuitvoerder (s) schriftelijk heeft/hebben verklaard hiermee in te stemmen. De echtgenoten geven elkaar over en weer een onherroepelijke volmacht om na de totstandkoming van de echtscheiding alle handelingen te verrichten teneinde te bewerkstelligen, dat de vereveningsgerechtigde een eigen aanspraak zal krijgen.”

Deze regeling houdt in dat de vereveningsgerechtigde partner, als de pensioenuitvoerder daar aan meewerkt, kan kiezen voor conversie. De man heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en is met zijn ex-echtgenote overeengekomen de pensioenen op basis van de wettelijke regeling te verevenen. De man neemt het de advocaat kwalijk dat hij niet is gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van het recht op conversie. Ook is hij er niet op gewezen dat dit recht zou komen te vervallen als er niet binnen 6 maanden na ontbinding van het huwelijk een beroep op is gedaan.
Volgens de man is de advocaat tekortgeschoten en heeft zij niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat verwacht mocht worden. Hierdoor heeft de man schade geleden.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden overweegt en beslist

Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht dat zij haar client deugdelijk voorlicht over zijn rechten en plichten en wijst op contractuele vervaltermijnen. Het hof is van oordeel dat zij de man in beginsel had moeten wijzen op, en adviseren over de conversiebepaling en de genoemde vervaltermijn. Zeker omdat de man zes jaar ouder is dan zijn echtgenoot. Bij conversie zou de man zelf kunnen bepalen wanneer zijn pensioen ingaat. Omdat dit recht is komen te vervallen zal de man in de periode van zes jaar na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd geen aanspraak kunnen maken op een deel van het pensioen van zijn ex-echtgenote. Hierdoor lijdt de man schade.

De advocaat wordt veroordeeld tot het betalen van de door de man geleden en nog te lijden schade.

Belang voor de praktijk

Ongeacht de vraag tot welke beroepsgroep je behoort, dien je jouw cliënten zorgvuldig te begeleiden bij de afwikkeling van het pensioen. Afspraken hierover in huwelijkse voorwaarden dienen bij de scheiding betrokken te worden. Cliënten dienen hierover voorgelicht te worden. Als er geen huwelijkse voorwaarden zijn, dan dienen cliënten goed geïnformeerd te worden over de wettelijke regeling en de mogelijke alternatieven. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • Afwijkende periode van verevening
  • Afwijkende vereveningspercentages
  • Conversie
  • Et cetera

Uit deze procedure blijkt dat een scheidingsprofessional tekort schiet op het moment dat onvoldoende aandacht wordt geschonken aan de mogelijkheid ten aanzien van pensioenafwikkeling. 

Tips

  • In huwelijkse voorwaarden is meestal een afspraak opgenomen over pensioenafwikkeling. Besteed ook aandacht aan deze afspraken. Betrek hierbij ook eventuele vervaltermijnen.
  • Wees volledig. Informeer cliënten over de wettelijke kaders van pensioenafwikkeling en over alle alternatieven.

Bronnen:

 

Opleiding tot Financieel Echtscheidingsadviseur (RFEA)

Wil je jouw kennis ten aanzien van belangrijke deelgebieden van het scheidingsproces (juridisch, financieel en fiscaal) naar een hoger niveau brengen? Wil je zelfstandig jouw cliënten kunnen informeren of adviseren over veel voorkomende knelpunten?

Neem dan deel aan de leergang Register Financieel Echtscheidingsadviseur (RFEA) en wordt in toenemende mate gesprekspartner voor jouw cliënten en andere scheidingsprofessionals.

 

 

 

Wet Pensioenverdeling bij scheiding uitgesteld tot 2027

Tot voor kort was bekend dat de Wet Pensioenverdeling bij scheiding op 1 juli 2022 zou ingaan. Ondanks dat iedereen wel wist dat dat niet haalbaar zou zijn is de termijn nu wel heel ver naar de toekomst verschoven.

Recentelijk heeft de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen de Tweede Kamer geïnformeerd over haar voornemen om de inwerkingtreding van de Wet Pensioenverdeling op te schuiven naar 1 januari 2027.

Hiervoor zijn twee argumenten:
Ten eerste kunnen pensioenuitvoerders hierdoor in de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel alvast rekening houden met de aanpassingen die volgen uit het wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding.
Ten tweede voorkomt uitstel dat pensioenuitvoerders kort na elkaar twee ingrijpende (ICT-) wijzigingen moeten doorvoeren.

Omdat door het uitstel volgens de Minister goede elementen van de nieuwe wet pas in 2027 in werking zullen treden, is zij voornemens om enkele overbruggingsmaatregelen te introduceren. Over deze voornemens is zij thans met de sector in overleg. De kamer zal hierover later worden geïnformeerd.

De Scheidingsdeskundige zal uiteraard de ontwikkelingen rond de inwerkingtreding van deze wet blijven volgen.

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Wij hebben de perfecte oplossing: ons leerplatform Pernament Actueel! Kijk voor meer info:

https://www.descheidingsdeskundige.nl/permanent-actueel/).

© Copyright - De Scheidingsdeskundige