2 juli 2024
De Hoge Raad heeft op 10 mei 2019 duidelijk gemaakt wat de juridische grondslagen zijn voor het ontstaan van vergoedingsrechten tussen samenwoners. In deze zaak probeert de man via een andere route zijn geïnvesteerde geld terug te krijgen. Zou het lukken?
Het volledige artikel is beschikbaar via Permanent Actueel.
🗞️ Wekelijks delen wij door ons geselecteerde relevante ontwikkelingen of verdieping. Wij vatten de essentie voor je samen en vertalen dit naar jouw praktijk. Ieder artikel bevat bronnen voor als je verder wilt lezen. Ook krijg je tips. Een artikel sluit af met een prikkelende stelling of vraag. Op die manier maken we het bijhouden van kennis efficiënt, inspirerend en praktijkgericht!
💡 Nog geen abonnement? Ervaar nu zelf het gemak van Permanent Actueel met een gratis proefabonnement en blijf eenvoudig up-to-date over ontwikkelingen in de scheidingspraktijk: Lees het gehele artikel met een gratis proefabonnement!
➡️ De Scheidingsdeskundige is een een kennis- en opleidingscentrum voor professionals die betrokken zijn bij het scheidingsproces. Wij hebben maar 1 doel: Het verbeteren van de kwaliteit van scheidingsbegeleiding in Nederland!
Vind je dit artikel interessant voor jouw collega of netwerk?
Deel dit dan via onderstaande link:
De Hoge Raad heeft op 10 mei 2019 duidelijk gemaakt wat de juridische grondslagen zijn voor het ontstaan van vergoedingsrechten tussen samenwoners. In deze zaak probeert de man via een andere route zijn geïnvesteerde geld terug te krijgen. Zou het lukken?
Inleiding
Maarten en Vera gaan op 1 januari 1991 samenwonen. In 1994 sluiten zij een samenlevingscontract. Bepalingen over vergoedingsrechten ontbreken hierin. In datzelfde jaar kopen ze samen een woning in een gelijke eigendomsverhouding. De woning wordt aangekocht voor € 93.000.
In 2018 belandt het stel vanwege een scheiding in een mediationtraject. Hierin wordt afgesproken dat Maarten tot 2022 de tijd krijgt om te onderzoeken of hij het aandeel in de woning van Vera kan overnemen. Deze afspraak heeft niet geleid tot verdeling van de woning. Vera start daarom in 2022 een juridische procedure om verdeling van de woning te bewerkstelligen. Uiteindelijk komen Maarten en Vera overeen dat Maarten de woning overneemt voor € 550.000.
Maarten stelt dat hij nog een vergoedingsrecht heeft op Vera. Hij heeft immers een aantal facturen betaald voor een aanbouw van de woning. Het gaat in totaal om afgerond € 40.000. De vordering van Maarten op Vera bedraagt daarom € 20.000. Maarten beroept zich op artikel 3:172 BW. Daarin staat het volgende:
Tenzij een regeling anders bepaalt, delen de deelgenoten naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijke goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht.
Vera is het niet eens met Maarten. Zij heeft de volgende twee argumenten:
Het Hof Amsterdam overweegt
Het beroep van Vera op de uitspraak van de Hoge Raad van 10 mei 2019 gaat niet op. In die zaak ging het om samenwoners zonder samenlevingsovereenkomst, waarbij de vrouw geld had geïnvesteerd in de woning die volledig in eigendom toebehoorde aan de man. De feiten liggen nu anders, immers het gaat om kosten gemaakt ten behoeve van een woning die gezamenlijk eigendom van Maarten en Vera was.
De woning vormde voor partijen een eenvoudige gemeenschap (artikel 3:166 BW). Partijen zijn het erover eens dat in het samenlevingscontract geen afspraken zijn opgenomen die zien op vergoeding van investeringen met privévermogen in gemeenschappelijke goederen. Op grond daarvan kan geen vergoedingsrecht worden toegekend.
Maarten heeft in de procedure in hoger beroep zijn vordering gebaseerd op artikel 3:172 BW. Artikel 3:172 BW biedt in deze situatie geen ruimte voor een vergoedingsrecht voor de verbouwingskosten.
Artikel 3:172 BW ziet op kosten die zien op behoud en/of instandhouding van de woning en niet op verbouwingen (HR 11 oktober 1991, NJ 1992/600). Het hof is daarom van oordeel dat de kosten van de verbouwing, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet kunnen worden aangemerkt als kosten tot behoud en of instandhouding van de woning. Het beroep van Maarten op art. 3:172 BW slaagt daarom niet. Andere gronden voor een vergoedingsrecht heeft Maarten niet aangevoerd. De vordering wordt afgewezen.
Belang voor de praktijk
In de praktijk dien je eerst te onderzoeken of er een juridische grondslag is voor het bestaan van een vergoedingsrecht. Bij samenwoners beoordelen we dat langs de lat van de Hoge Raad uitspraak van 10 mei 2019:
1. Wettelijke regelingen van vergoedingsrechten tussen gehuwden en geregistreerde partners zijn niet van toepassing op samenwoners!
2. Is er een afspraak gemaakt tussen partijen over het vergoedingsrecht?
3. Is er sprake van redelijkheid en billijkheid?
4. Is er sprake van ongerechtvaardigde verrijking?
In de bemiddelingspraktijk kom je niet verder dan stap 1 en 2. Hopelijk lukt het cliënten er samen uit te komen. Als cliënten er samen niet uitkomen dan wacht hen een onzekere en lange juridische procedure waarvan de uitkomst zeer onzeker is. Mogelijk kan dit vooruitzicht cliënten bewegen toch tot een overeenkomst te komen.
Wil je jouw kennis opfrissen of verdiepen? Het opleidingsaanbod van de Scheidingsdeskundige biedt daartoe diverse mogelijkheden:
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.