20 mei 2025
Drukkende lasten en aftrekbare rente van de eigen woning zijn bij scheidingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Hof Arnhem-Leeuwarden geeft een helder oordeel met belangrijke inzichten voor de scheidingspraktijk - 18 maart 2025 - ECLI:NL:GHARL:2025:1592.
Drukkende lasten en aftrekbare rente van de eigen woning zijn bij scheidingen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Hof Arnhem-Leeuwarden geeft een helder oordeel met belangrijke inzichten voor de scheidingspraktijk - 18 maart 2025 - ECLI:NL:GHARL:2025:1592.
Inleiding - Theoretisch kader
Maarten en Vera zijn in 1997 gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hebben samen drie kinderen. In 2000 stellen Maarten en Vera huwelijkse voorwaarden op waarbij iedere gemeenschap wordt uitgesloten. De ontbonden gemeenschap van goederen wordt op dat moment keurig verdeeld.
Vera heeft in 2008 een landgoed gekocht voor een bedrag van circa € 2.000.000. Voor de verwerving is een hypothecaire geldlening aangegaan waarvoor zowel Vera als Maarten hoofdelijk aansprakelijk zijn.
In 2012 gaan Maarten en Vera scheiden. De echtscheidingsbeschikking van de rechtbank wordt op 20 augustus 2012 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waar ze in 1997 gehuwd waren.
In het echtscheidingsconvenant wordt ten aanzien van het landgoed het volgende vastgesteld en afgesproken:
In 2016 is op de hypothecaire geldlening tevens eigenwoningschuld van in totaal € 2.700.000, een bedrag van € 133.133 aan hypotheekrente betaald. Dit bedrag is door Maarten op de en/of rekening gestort en door Vera gebruikt voor betaling van de hypotheekrente die ziet op haar woning. Vera brengt in 2016 € 133.133 eigenwoningrente in mindering op haar inkomen uit werk en woning (box 1).
De belastinginspecteur weigert de helft van de aftrek en stelt de aftrekbare rente vast op € 66.567. De Inspecteur is van mening dat de rentebetalingen niet volledig op Vera drukken. Lasten drukken als Vera deze uit eigen middelen had voldaan zonder dat zij deze zou kunnen verhalen. De rentelasten drukken uitsluitend voor het deel dat ziet op de ontvangen partneralimentatie. Het meerdere is in dit geval door Maarten voldaan en drukt dus niet op Vera.
Vera is het daar niet mee eens en start een juridische procedure tegen de belastingdienst. Zij stelt dat zij de rente heeft betaald uit de haar ter beschikking staande gelden op de en/of-rekening. De herkomst van die middelen is volgens Vera niet relevant. Daarbij was er ook sprake van een tijdelijke situatie dat de rentelasten in 2016 niet volledig gedrukt zouden hebben. In latere jaren beschikte Vera over voldoende eigen inkomsten om de rentelasten uit te voldoen. Er bestaat daarom geen reden voor uitsluiting van renteaftrek in 2016 volgens Vera.
De procedure kent een bijzonder verloop. Na een rechtbank procedure, volgt een hoger beroep bij het Hof en uiteindelijk een cassatie bij de Hoge Raad welke leidt tot terugverwijzing naar het Hof Arnhem Leeuwarden. De procedure duurt inmiddels een kleine 10 jaar.
Het Hof Arnhem Leeuwarden overweegt als volgt:
Aftrek van de rentekosten is slechts mogelijk voor zover deze op Vera drukken. Dat houdt in dat de rentelasten uit eigen middelen moeten worden voldaan, zonder verhaalsmogelijkheid. In dit geval is daar slechts sprake van voor het deel van de rente die Vera betaalt van de, op grond van het echtscheidingsconvenant, door haar ontvangen partneralimentatie. Voor het meerdere wordt de rente voldaan door Maarten. Dat de geldstromen via de en/of rekening lopen maakt dat niet anders.
Dat Maarten zich in het echtscheidingsconvenant heeft verplicht de rentelasten uit hoofde van een dringende verplichting van moraal en fatsoen voor Vera te blijven betalen maakt niet dat de rentelasten op Vera drukken.
De Inspecteur heeft daarom terecht alleen de rente in aftrek toegestaan die ziet op de eigen woning en die belanghebbende heeft voldaan uit de door haar ontvangen partneralimentatie.
Belang voor de praktijk
Helaas zien wij het bekende knelpunt ten aanzien van de “drukkende lasten” zich in de scheidingspraktijk nog vaak manifesteren. Meestal gaat het dan om situaties waarbij een woning een langere tijd onverdeeld blijft, anders dan in de bovenstaande situatie. Om voor rente aftrek in aanmerking te komen dienen cliënten aan verschillende voorwaarden te voldoen. Eén daarvan is dat de lasten moeten drukken op diegene die ze in mindering brengt. Tijdens de relatie en het fiscaal partnerschap is het allemaal niet zo ingewikkeld. Volgens de staatsecretaris maakt het niet uit hoe fiscale partners hun onderlinge financiële situatie hebben ingevuld. De rente wordt geacht te drukken op de betreffende partner of partners. Het maakt tijdens het fiscaal partnerschap dus niet uit welke partner de lasten voldoet. Dat wordt anders op het moment dat het fiscaal partnerschap wordt verbroken. Vanaf dat moment wordt het drukkencriterium ineens enorm belangrijk. Vanaf dat moment dient de rente te drukken op de eigenaar van de woning. Indien de woning onverdeeld blijft dienen beide partners, uitgaande van een gelijke eigendomsverhouding, de helft van de lasten te blijven betalen. Dat gaat niet alleen om hypotheekrente maar ook op andere eigenaarslasten. Eventueel kan de partner die de woning blijft bewonen een op zichzelf staande gebruiksvergoeding aan de andere partner betalen. Deze vergoeding is voor beide partners een netto bedrag en kent geen bijzondere fiscale aandachtspunten.
Nieuwsgierig naar meer over de eigen woning? Op 17 november verzorgt Berry van Zuidam de opleiding Scheiden en de eigen woning. Ook in onze 10 daagse Leergang Register Erkend Scheidingsadviseur (start op 18 september) komt de eigen woning uitgebreid aan bod!
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.