10 december 2024
Een man voelt zich verplicht om meer partneralimentatie te betalen dan hij met zijn ex-partner in het echtscheidingsconvenant is overeengekomen omdat zij ernstig ziek zou zijn. Mag hij het gehele bedrag fiscaal in aftrek brengen als uitgaven voor onderhoudsverplichtingen? Rechtbank Den Haag legt uit.
Een man voelt zich verplicht om meer partneralimentatie te betalen dan hij met zijn ex-partner in het echtscheidingsconvenant is overeengekomen omdat zij ernstig ziek zou zijn. Mag hij het gehele bedrag fiscaal in aftrek brengen als uitgaven voor onderhoudsverplichtingen? Rechtbank Den Haag legt uit.
Wat speelde er?
De man en de vrouw zijn in 2017 gescheiden. In hun echtscheidingsconvenant hebben zij afgesproken dat de man aan de vrouw € 300 per maand partneralimentatie betaalt. Omdat de vrouw na de scheiding zal remigreren naar Roemenië, is haar behoefte aan partneralimentatie gebaseerd op de levensstandaard in Roemenië. De verwachting is dat de vrouw in Roemenië werk zal vinden. In het convenant is een beperkt niet-wijzigingsbeding opgenomen dat inhoudt dat alimentatie slechts in twee gevallen kan worden gewijzigd:
In 2020 verblijft de vrouw enige tijd bij de man in Nederland waar zij tijdelijk in dienstverband werkt. In 2020 maakt de man in totaal € 30.095 (!) over naar de vrouw. De man brengt dit bedrag volledig in aftrek in zijn aangifte inkomstenbelasting als uitgaven voor onderhoudsverplichtingen (partneralimentatie)[1]. Hij stelt dat hij deze betalingen heeft gedaan op basis van een dringende morele verplichting. De inspecteur is het hier niet mee eens. Hij stelt dat de man niet meer dan € 3.600 mag aftrekken, namelijk het bedrag dat overeenkomt met de partneralimentatie zoals afgesproken in het convenant.
Het geschil tussen de man en de belastinginspecteur wordt voorgelegd aan de rechtbank in Den Haag. De rechtbank beslist in lijn met bestaande jurisprudentie[2] en geeft de inspecteur gelijk. Om als onderhoudsverplichting aangemerkt te kunnen worden moeten periodieke uitkeringen berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud én in rechte vorderbaar zijn. Aan dit laatste criterium wordt hier niet voldaan omdat de hogere betalingen niet zijn opgenomen in het convenant. De maximale aftrek bedraagt daarom € 300 per maand plus indexatie.
Belang voor de praktijk
Aftrekbaarheid van partneralimentatie
Vrijwillig een hogere partneralimentatie betalen
Het staat ex-partners in civiele zin vrij om afspraken te maken over de hoogte van partneralimentatie na een scheiding.[3] In hoeverre partneralimentatie fiscaal aftrekbaar is, wordt echter bepaald door artikel 6.3 lid 1 onderdeel a en f Wet IB 2001:
1. Periodieke uitkering
Van een recht op periodieke uitkeringen is sprake als aanspraak bestaat op een reeks toekomstige uitkeringen waarvan het aantal of de hoogte bij het ingaan van de uitkeringen voor de schuldenaar afhankelijk is van een toekomstige onzekere gebeurtenis welke niet berust op een wettelijke grondslag.
2. Dringende morele verplichting[4]
Een dringende morele verplichting is een verplichting die weliswaar niet kan worden afgedwongen bij wet maar waaraan naar maatschappelijke opvattingen men toch verplicht is te voldoen. De vraag of dit het geval is geweest moet beantwoord worden naar objectieve maatstaven en niet naar subjectief inzicht.[5]
3. In rechte vorderbaar
Om in rechte vorderbaar (juridisch afdwingbaar) te zijn, is het van belang dat het aan partneralimentatie overeengekomen bedrag wordt opgenomen in een (echt)scheidingsconvenant of anderszins is overeengekomen. Hoewel op basis van de feiten en handelingen van betrokkenen juridische afdwingbaarheid zou kunnen worden geconcludeerd,[6] heeft schriftelijke vastlegging de voorkeur om de afspraak daadwerkelijk te kunnen aantonen.
Hoewel de man in casu de verplichting voelde om veel hogere betalingen te doen dan in eerste instantie was overeengekomen, oordeelt de rechtbank dat de dringende morele verplichting naar objectieve maatstaven ontbreekt. Dit betekent overigens niet dat de man de betalingen aan zijn ex-partner niet mocht doen. Het betekent alleen dat die betalingen niet volledig in aftrek komen in de inkomstenbelasting. De vraag rijst dan vervolgens of deze betalingen niet kunnen worden gezien als een schenking. Voor het antwoord op deze vraag zal aan de criteria van het fiscale begrip schenking moeten worden getoetst. Dat ligt echter buiten de scope van dit artikel.
Vrijwillig langer doorbetalen partneralimentatie
Maar hoe zit het dan met het op vrijwillige basis langer doorbetalen van partneralimentatie zonder dat dit expliciet is afgesproken in het convenant? Vóór de wetswijziging van de wettelijke duur van alimentatie per 1 januari 2020 werd de aftrekbaarheid van dergelijke doorbetaling goedgekeurd onder een besluit van de staatssecretaris.[7] Echter bij invoering van genoemde wetwijziging is deze goedkeuring ingetrokken[8]. Er mag echter van worden uitgegaan dat de aan dit beleid ten grondslag liggende gedachte nog steeds geldt voor de met ingang van 1 januari 2020 geldende regeling ten aanzien van partneralimentatie[9]. Wij schreven hier reeds eerder het artikel Fiscale aftrekbaarheid van partneralimentatie: geen vuiltje aan de lucht!´ over. Concreet betekent dit dat betalingen van partneralimentatie die vrijwillig of op basis van een afspraak worden doorbetaald na verloop van de wettelijke termijn, fiscaal in aftrek mogen worden gebracht.
Let op: bovenstaande is van toepassing indien partijen waren gehuwd of een geregistreerd partnerschap hadden. Wanneer het gaat om samenwoners die een partneralimentatie hebben afgesproken, wordt de aftrek beperkt tot het bedrag aan partneralimentatie die van toepassing zou zijn volgens de Tremanormen.[10]
Conclusie
Als jouw cliënten bedragen aan partneralimentatie willen afspreken die de Tremanormen overstijgen, moeten zij deze afspraak in het (echt)scheidingsconvenant vastleggen om de fiscale aftrekbaarheid te borgen. Ook als het gaat om betalingen van partneralimentatie conform de Tremanormen na verloop van de wettelijke alimentatietermijn, zijn deze naar onze mening aftrekbaar. In beide gevallen blijven de ontvangen uitkeringen bij de alimentatiegerechtigde belast in de inkomstenbelasting[11].
Het opleidingsaanbod van de Scheidingsdeskundige biedt diverse mogelijkheden om jouw kennis rondom fiscale aspecten van alimentatie te verdiepen:
| Belastingaangifte in het jaar van scheiding |
| Leergang Register Erkend Scheidingsadviseur® (RES) |
| Scheiden en de eigen woning |
[1] Art. 6.3 Wet IB 2001
[2] Hoge Raad 2 juli 1986, ECLI:NL:HR:1986:AW7936 (niet gepubliceerd)
[3] Art. 1:158 BW
[4] Art. 3 boek 6 BW
[5] Vgl. Hoge Raad 15 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1808
[6] HR 11 oktober 2013, nr. 12/01949, V-N 2013/50.8)
[7] Besluit van 14 december 2000 (CPP2000/2754M)
[8] Besluit van 16 december 2020, nr. 2020-27572
[9] Brochure belastingdienst: Inkomstenbelasting Vragen en antwoorden over persoonsgebonden aftrekposten 2021
[10] Brief staatssecretaris van financiën, 24 juni 2015, nr. blkb2014-1684
[11] Art. 3.101 lid 1 onder c Wet IB 2001
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.