Wetsvoorstel Bescherming Vermogen in het Familierecht – Regeren is vooruitzien!

17 juni 2025

Wetsvoorstel Bescherming Vermogen in het Familierecht – Regeren is vooruitzien!

Van wetsvoorstellen is het maar de vraag of ze de finish halen. En als ze de finish halen is er vaak ook nog het nodige aangepast. Desondanks vinden wij het van belang om het “Wetsvoorstel Bescherming Vermogen in het Familierecht” te behandelen. Regeren is immers vooruitzien!


Van wetsvoorstellen is het maar de vraag of ze de finish halen. En als ze de finish halen is er vaak ook nog het nodige aangepast. Desondanks vinden wij het van belang om het “Wetsvoorstel Bescherming Vermogen in het Familierecht” te behandelen. Regeren is immers vooruitzien!

Het wetsvoorstel bevat verschillende onderdelen die zeer relevant zijn voor de scheidingspraktijk. Door het lezen van dit artikel weet je wat er speelt en wat er mogelijk op ons afkomt.

Het wetsvoorstel bestaat op hoofdlijnen uit 10 onderdelen. In dit artikel behandelen wij uitsluitend de wijzigingen die wij rechtstreeks relevant achten voor de scheidingspraktijk.

  • Ouderlijk vruchtgenot vervalt
  • Afschaffen onderhoudsplicht stiefouders
  • Invoering wettelijke grondslag voor opstellen alimentatieberekeningen door het LBIO
  • Aanpassing voorwaarden “som ineens”
  • Verlenging verjaringstermijn rechtsvorderingen tot drie jaar na ontbinding van het huwelijk

1. Schrappen ouderlijk vruchtgenot 
Op grond van artikel 1:253l BW heeft elke ouder die het gezag over het kind uitoefent het vruchtgenot van het vermogen van het betreffende kind. Het gaat dan bijvoorbeeld om rente op spaargeld, dividend van beleggingen of huurinkomsten van een (geërfde) woning. Ouders zijn niet verplicht om deze vruchten te besteden aan hun kinderen voor bijvoorbeeld levensonderhoud, verzorging of studie. De ouders mogen de gelden vrij besteden.

Het vruchtgenot is eigenlijk alleen relevant in de zeldzame situatie waarin een kind vermogend is, terwijl juist de ouder moeilijk kan rondkomen en deze vruchten echt nodig heeft om in de kosten van levensonderhoud te voorzien.

Voorgesteld wordt nu om het ouderlijk vruchtgenot te schrappen. In een situatie waarin de ouder onvoldoende in het levensonderhoud van het kind kan voorzien, kan dit tot problemen leiden. In dat geval kan de ouder, in het belang van het kind, aan de kantonrechter verzoeken een deel van het vermogen en of de vruchten hiervan te gebruiken.

2. Afschaffen onderhoudsplicht stiefouders
Op grond van de wet is ook de stiefouder die gehuwd is of geregistreerd partner is met de ouder, onderhoudsplichtig voor het kind dat tot het gezin behoort (art. 1:392 BW). Deze verplichting leidt in de scheidingspraktijk regelmatig tot (nieuwe) escalatie tussen ex-echtgenoten. Dit is niet in het belang van het kind. Voorkomen moet worden dat de minderjarige klem komt te zitten in de strijd tussen (stief)ouders. Daarnaast zorgt de onderhoudsplicht van de stiefouder voor een complexe berekeningswijze van de kinderalimentatie. Een stiefouder kan immers onderhoudsplichtig zijn voor stiefkinderen maar ook voor eigen kinderen en de andere ouder van het stiefkind kan weer onderhoudsplichtig zijn voor diens stiefkinderen.

Ook bestaat er door deze regeling een onderscheid tussen gehuwde en geregistreerd partners en “samenwoners” die geen wettelijke onderhoudsplicht hebben voor hun “stiefkinderen”.

Voorgesteld wordt om de onderhoudsplicht van stiefouders af te schaffen.

Relevantie voor de praktijk
Door dit voorstel, dat wij van harte toejuichen, wordt het berekenen van alimentatie in samengestelde gezinnen sterk vereenvoudigd. Tevens zal dit leiden tot minder conflicten.

Betekent dit dan dat een stiefouder niet meer hoeft bij te dragen aan de kosten van de kinderen die tot zijn gezin behoren? Nee hoor!

Op grond van artikel 1:82 BW zijn echtgenoten en geregistreerde partners ten opzichte van elkaar namelijk verplicht de tot het gezin behorende kinderen te verzorgen en op te voeden en de kosten van verzorging en opvoeding te dragen.

3. Invoering wettelijke grondslag voor opstellen alimentatieberekeningen door het LBIO
Het LBIO is belast met de inning van onderhoudsbijdragen. Ook als er tussen ex-partners (nog) geen sprake is van bemiddeling of inning door het LBIO, kan het LBIO worden verzocht om een alimentatieberekening te maken.

Voorgesteld wordt om de eerdergenoemde alimentatieberekening door het LBIO wettelijk te regelen.

4. Aanpassing voorwaarden “som ineens”
Wat is een “som ineens” eigenlijk? Maak je geen zorgen; tot voor een jaar geleden wist ik dit zelf ook niet (JH). Ik zal het even uitleggen:

Huidige regeling
Ingevolge artikel 4:35 BW heeft een kind van de erflater de mogelijkheid om aanspraak te maken op een “som ineens”. Dit betreft een op zichzelf staande aanspraak van een kind op een geldbedrag voor levensonderhoud en studie tot 21 jaar. De som ineens dient te worden gezien in het licht van de verplichting van beide ouders om in de kosten van levensonderhoud van het kind te voorzien. Een ouder heeft volgens de wetgever de verantwoordelijkheid om ook na diens overlijden een adequate voorziening te treffen om in dit levensonderhoud te kunnen blijven voorzien. Bij de som ineens moet dan ook worden gekeken naar de behoefte van het kind, de draagkracht van de overlevende ouder en de verantwoordelijkheid van de erflater. Dit is maatwerk.

De vordering in verband met de “som ineens” is een schuld van de nalatenschap van de overleden ouder die een bijzondere (preferente) status heeft omdat deze voorgaat op de belangen van legitimarissen, legatarissen en erfgenamen van de erflater.

Als het kind minderjarig is, dient de wettelijke vertegenwoordiger (meestal de andere ouder) namens het kind aanspraak te maken op de som ineens. De mogelijkheid om aanspraak te maken op een som ineens vervalt indien deze aanspraak niet wordt gemaakt binnen een redelijke, door een belanghebbende (bijvoorbeeld de erfgenamen) te stellen termijn, en uiterlijk negen maanden na het overlijden van de erflater.

Is er echter een echtgenoot of erfgenaam van de overleden ouder die in de kosten van levensonderhoud van het kind moet voorzien, dan bestaat er onder de huidige wetgeving geen aanspraak op de som ineens. Volgens de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel is dit ongewenst omdat er situaties denkbaar zijn waarin de echtgenoot is onterfd of een (te) klein erfdeel heeft ontvangen om in de kosten van levensonderhoud van het betreffende kind (de somgerechtigde) te voorzien. Dit is niet in het belang van het kind.

Voorstel
Voorgesteld wordt om de voorwaarden voor een beroep op de som ineens te versoepelen door geen rekening meer te houden met een onderhoudsplichtige echtgenoot of erfgenaam van de overleden ouder. Hierdoor wordt een belangrijke drempel weggenomen en wordt de som ineens steeds relevanter. Zeker in situaties waarbij een kind na een scheiding onterfd is door zijn ouder kan dit om veel geld gaan.

Ter bescherming van het vermogen van het kind wordt de verplichting ingevoerd om de som ineens te storten op een bankrekening met BEM-clausule (Belegging Erfenis Minderjarigen). De wettelijk vertegenwoordiger kan dan alleen over de som ineens beschikken met toestemming van de kantonrechter.

Voorgesteld wordt om de termijn waarbinnen de som ineens opgeëist moet worden te verlengen van negen maanden na het overlijden van de erflater naar uiterlijk het moment dat het kind de eenentwintigjarige leeftijd heeft bereikt. Hierdoor heeft het kind of zijn wettelijke vertegenwoordiger voldoende tijd om deze belangrijke bijdrage in zijn levensonderhoud van de erfgenamen van de overleden ouder te vorderen.

Belang voor de praktijk
Na een scheiding kan één van beide onderhoudsplichtige ouders van één of meerdere minderjarige kinderen komen te overlijden. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de overleden ouder andere erfgenamen dan zijn kinderen heeft benoemd. In dat geval kunnen de kinderen met lege handen komen te staan en komen de kosten van levensonderhoud en studie uitsluitend voor rekening van de ouder die nog in leven is. Door het versoepelen van de voorwaarden waarin een beroep gedaan kan worden op de som ineens zal een ex partner namens zijn of haar kinderen alert moeten zijn op dit wettelijke recht en de vordering namens zijn of haar kinderen moeten instellen.

In zijn algemeenheid is het van belang cliënten te wijzen op het gegeven dat van hen ook wordt verwacht dat er voorzieningen getroffen zijn om te kunnen voorzien in levensonderhoud van kinderen bij onverhoopt overlijden.

5. Verlenging verjaringstermijn rechtsvorderingen tot drie jaar na ontbinding van het huwelijk
Om gehuwden en geregistreerde partners te beschermen tegen verjaringsperikelen voorziet de wet op dit moment in een verlenging van de verjaringstermijn met zes maanden na ontbinding van het huwelijk of geregistreerd partnerschap (artikel 3:320 jo. 3:321, eerste lid, onderdeel a, BW).

Deze termijn van 6 maanden wordt gezien de emotionele impact van een scheiding te kort bevonden en wordt nu aangepast. Tegelijkertijd wordt de verjaringstermijn van vergoedingsrechten tussen echtgenoten verkort van 20 naar 5 jaar. Dit wordt vormgegeven in een nieuw artikel 1:87a BW dat zal gaan luiden:

“Rechtsvorderingen tussen echtgenoten die voortvloeien uit de titels 6, 7 en 8 verjaren door verloop van vijf jaren na aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden, maar niet eerder dan drie jaren na de beëindiging van het huwelijk dan wel na de inschrijving van de beschikking tot scheiding van tafel en bed in het register, bedoeld in artikel 116. Deze termijn kan niet worden verkort.” 

Relevantie voor de praktijk
Door dit nieuwe wetsartikel wordt de verjaringstermijn verduidelijkt en worden echtgenoten beter beschermd. Enerzijds is er meer tijd na de scheiding om een vordering in te stellen. Anderzijds wordt hiermee voorkomen dat door toepassing van de algemene verjaringstermijn van 20 jaar er nog jaren na de scheiding een vordering ingesteld kan worden.

Afsluiting
De wetgever staat niet stil. Voor nu ben je weer even helemaal op de hoogte. Op het moment dat er relevante ontwikkelingen zijn ten aanzien van het Wetsvoorstel Bescherming Vermogen in het Familierecht informeren wij jou.

De Scheidingsdeskundige biedt al ruim 10 jaar praktijkondersteuning aan professionals die betrokken zijn bij scheidingen. Ons doel is om jou te ondersteunen en in je kracht te zetten zodat je jouw cliënten optimaal kunt begeleiden. We zijn betrokken, praktijkgericht en deskundig. Heb je interesse in onze Praktijkondersteuning? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. 

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025