Verkeerd advies over meeneemregeling bij scheiding kost adviseur ruim € 17.000!

10 februari 2026

Verkeerd advies over meeneemregeling bij scheiding kost adviseur ruim € 17.000!


Goed advies over de “meeneemregeling” van de hypotheek kan bij scheiding het verschil maken tussen betaalbaar wonen en forse financiële schade. Deze Kifid-uitspraak van 15 december 2025 laat zien hoe verkeerd advies leidt tot aansprakelijkheid van de adviseur.

Wat was er aan de hand?
Maarten en Vera kopen, kort nadat ze elkaar leren kennen, een woning en sluiten een hypotheek af bij Aegon. Twee jaar later gaan ze in goede verstandhouding uit elkaar. Maarten en Vera blijven zelfs nog een tijdje samenwonen en nemen de tijd om goede afspraken te maken.

Ze komen uiteindelijk overeen dat Vera de woning overneemt en Maarten uitkoopt. Vera sluit daarvoor een nieuwe hypotheek bij haar vader af. Ze spreken af dat Maarten de oude hypotheek, met gunstige rente (1,56% rentevast tot 1 september 2040), mee mag nemen. Volgens de hypotheekadviseur van Maarten staan alle lichten op groen en kan Maarten de meeneemregeling gebruiken nadat Vera de herfinanciering heeft geregeld.

Op 16 februari 2023 heeft Maarten een nieuwe woning aangekocht. De adviseur heeft vervolgens een hypotheekaanvraag ingediend bij de bank. Op 17 februari 2O23 heeft de bank een voorlopige offerte uitgebracht waarin de gunstige meeneemregeling is opgenomen. Op 1 maart 2O23 heeft Maarten de voorlopige offerte ondertekend. Op 9 maart 2O23 heeft de adviseur alle benodigde stukken ingediend bij de bank. Op 16 maart 2023 heeft de bank de adviseur geïnformeerd dat Maarten geen gebruik kon maken van de meeneemregeling omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden.

Op 27 maart 2023 heeft de bank een nieuwe hypotheekofferte uitgebracht, zonder toepassing van de meeneemregeling. De rente bedraagt daardoor 4,19% in plaats van 1,56%.

Maarten heeft allereerst bij Kifid een klacht ingediend tegen de bank. Deze klacht is afgewezen omdat Maarten niet voldoet aan de voorwaarden om gebruik te mogen maken van de meeneemregeling. De meeneemregeling is bij Aegon uitsluitend van toepassing bij verkoop van de woning en niet bij herfinanciering of bij scheiding. Nergens blijkt dat Aegon heeft toegezegd dat deze regeling voor Maarten zou gelden.

Maarten heeft zijn pijlen nu gericht op de adviseur. Hij vordert:

  1. betaling van een bedrag van € 63.948, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 november 2024;
  2. terugbetaling van de advieskosten;
  3. betaling van de expertisekosten van € 1.179.

Volgens Maarten is de adviseur er ten onrechte vanuit gegaan dat hij gebruik kon maken van de meeneemregeling, terwijl uit de voorwaarden van de bank duidelijk bleek dat dit niet het geval was. Als Maarten had geweten dat hij geen gebruik kon maken van de meeneemregeling, dan had hij een andere oplossing kunnen zoeken. Hij had er dan bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om de oude woning samen met zijn ex-partner geheel te verkopen en het hypotheekrentecontract daarna mee te nemen. Ook had hij ervoor kunnen kiezen om een andere (goedkopere) woning te kopen. Deze kans is hem door de adviseur ontnomen en hij lijdt daardoor schade. Zijn lage rente van 1,56% stond nog tot 1 september 2040 vast. Door de fout van de adviseur betaalt hij nu 4,19% aan rente. Dit leidt volgens Maarten die zich laat bijstaan door zijn rechtsbijstandverzekering tot een schadebedrag van € 63.948 netto.

Tussen Maarten en de adviseur is niet in geschil dat de adviseur Maarten verkeerd heeft geïnformeerd over de meeneemregeling en dat er sprake is van een tekortkoming aan de kant van de adviseur. De adviseur vindt echter niet dat hij hierdoor schadeplichtig is geworden jegens Maarten. Volgens de adviseur ontbreekt een causaal verband tussen het verkeerde advies en de schade die is ontstaan.

Het Kifid overweegt en geeft bindend advies over drie onderdelen a, b, en c

a. Moet de adviseur Maarten schadeloos stellen en voor welk bedrag?
Maarten en zijn Vera hadden hun relatie in september 2022 beëindigd. Zij woonden daarna nog enige tijd in goede verstandhouding samen. Zij probeerden gezamenlijk een oplossing te vinden om hun woonsituatie zo te regelen dat de gunstige rente behouden kon blijven. Onder meer via een lening van de vader van Vera en gebruik van de meeneemregeling door Maarten. Vera is binnen ongeveer een jaar uit de voormalige echtelijke woning vertrokken.

De commissie oordeelt dat er onder deze omstandigheden een aanzienlijke kans bestond dat Maarten en Vera overeenstemming zouden hebben bereikt over verkoop van de woning, waardoor Maarten wel gebruik had kunnen maken van de meeneemregeling. Het Kifid schat deze kans op 75%. Die kans is Maarten ontnomen door de tekortkoming van de adviseur. Er is daarom sprake van causaal verband tussen tekortkoming en schade.

De adviseur voert verder nog aan dat de schade ten onrechte is berekend over de gehele resterende rentevastperiode van 17 jaar. Volgens de adviseur is het niet reëel te verwachten dat de consument nog zo lang in deze woning zal blijven wonen.

De commissie volgt de adviseur in die stelling. De commissie kan niet op voorhand vaststellen dat de consument nog 17 jaar in deze woning zal blijven wonen. Er moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat Maarten ergens binnen de looptijd van de rentevastperiode zal verhuizen. Dat maakt een schadeberekening voor de gehele rentevastperiode niet reëel. Evenmin kan de commissie vaststellen of Maarten, als hij wel van de meeneemregeling gebruik had kunnen maken, dat bij een eventuele nieuwe verhuizing wederom had kunnen doen. Ook hier is er een reële kans dat dit niet het geval zou zijn. De commissie zal daarom het renteverschil over slechts de helft van de rentevastperiode nemen als uitgangspunt van de schadeberekening.

Dat brengt de schade op 50% x € 63.948 x 75% = € 23.980

Omdat Maarten zijn schade in één keer toegewezen krijgt in plaats van gespreid over 8,5 jaar (de helft van de resterende rentevastperiode) moet het bedrag ten slotte nog contant worden gemaakt. De commissie doet dat tegen een percentage van 4% op jaarbasis.

De adviseur dient € 17.181 + wettelijke rente aan Maarten te betalen.

b. Moet de adviseur de advieskosten terug betalen?
Vreemd genoeg hoeft de adviseur, die aantoonbaar tekort is geschoten, zijn adviesvergoeding niet terug te betalen. Volgens het Kifid wordt Maarten al schadeloosgesteld en heeft Maarten profijt gehad van de begeleiding van de adviseur waardoor de hypotheek tot stand is gekomen.

c. Moet de adviseur de expertisekosten aan Maarten terugbetalen?
Maarten vordert vergoeding van de expertisekosten die hij zou hebben gemaakt voor het opstellen van de schadeberekening. De adviseur betwist dat Maarten deze kosten heeft gemaakt. De factuur staat namelijk op naam van de rechtsbijstandsverzekeraar van Maarten en uit niets blijkt dat Maarten deze kosten heeft betaald. Dit verweer slaagt en de vordering van Maarten wordt afgewezen.

Belang voor de praktijk
Uit deze uitspraak blijkt opnieuw het belang van goed onderzoek naar de mogelijkheden ten aanzien van de “meeneemregeling”. De financiële impact van het wel of niet kunnen voortzetten van een dergelijk contract kan enorm zijn. De voorwaarden van de “meeneemregeling” kunnen per geldverstrekker verschillen. Daarnaast zijn voorwaarden en regels van geldvertrekkers soms “dynamisch”. Zorg er daarom goed voor dat je als professional zwart op wit uitsluitsel hebt voordat je iets toezegt aan jouw relaties.

Een ander interessant aspect van deze uitspraak is de wijze waarop de rentecompensatie wordt berekend. De wijze waarop dit gebeurt kan in de praktijk handvaten geven voor het berekenen van een eventuele rentecompensatie.



Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2026