30 september 2025
Wanneer liefde en vermogen samenkomen, kan het eind net zo spannend zijn als het begin. Dat blijkt wel uit deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarbij een verjaarde vordering via een “juridische truc” alsnog ten gelde werd gemaakt.
Wanneer liefde en vermogen samenkomen, kan het eind net zo spannend zijn als het begin. Dat blijkt wel uit deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarbij een verjaarde vordering via een “juridische truc” alsnog ten gelde werd gemaakt.
Inleiding - Theoretisch kader
Maarten en Vera krijgen in 2010 een affectieve relatie. Zoals dat gaat in de liefde komen dingen in een stroomversnelling. Zij kopen samen een prachtig liefdesnestje voor in totaal € 1.326.275. De woning wordt in een verhouding gekocht van 90% Maarten en 10% Vera. Het feit dat Maarten de volledige aankoopsom betaalt zal daar ongetwijfeld een rol bij hebben gespeeld.
In 2014 sluiten zij een samenlevingsovereenkomst. Daarin staat over de woning het volgende opgenomen:
Woning in gezamenlijk eigendom
1. Partijen hebben sinds twee mei tweeduizend elf in gezamenlijk eigendom: () een woonhuis met aanhorigheden () te [adres] ()
2. Alle kosten en lasten met betrekking tot de eigendom van de gemeenschappelijke woning, komen voor rekening van beiden, in verhouding tot hun eigendomsaandeel, terwijl zij ook ieder delen in de gevolgen van een waardevermeerdering of vermindering van de woning in verhouding tot hun eigendomsaandeel.”
In maart 2017 is het dan zover! Het stel gaat uit elkaar. En je voelt het al aankomen. Ze hebben andere verwachtingen ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling van de relatie. Wel zijn ze het er beiden over eens dat de woning aan Maarten toebedeeld moet worden.
Uiteindelijk verschijnen ze beiden bij de Rechtbank in Amsterdam.
Zienswijze Maarten:
Zienswijze Vera
De Rechtbank Amsterdam overweegt en beslist
a. De woning en het vergoedingsrecht
Vera is 10% eigenaar van de woning en heeft in dat kader recht op de waardeontwikkeling van de woning. De vordering van Maarten is een regresvordering die is ontstaan doordat hij de volledige koopsom betaalde terwijl Vera 10% van de woning in eigendom verkreeg zonder daarvoor te betalen.[1]
Een regresvordering verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de dag na het moment waarop de vordering opeisbaar is.[2] Opeisbaarheid ontstaat op het moment dat méér wordt betaald dan dat iemand eigenlijk moest.[3] Dat was hier bij de betalingen van de koopsom op 29 april 2011. De verjaringstermijn liep daarom vanaf 29 april 2011 en eindigde tijdens de relatie op 30 april 2016.
Maarten had dit kunnen voorkomen door de verjaring te stuiten.
Het betoog van Maarten dat de vordering pas opeisbaar werd bij het einde van de relatie, wordt door de rechtbank verworpen. Omdat te laten slagen had er sprake moeten zijn van bijzondere omstandigheden. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de hoofdregel. De conclusie is dat de vordering van Maarten op Vera van € 132.627,50 is verjaard.
Nu komt het interessante van de uitspraak.
Je zou verwachten dat Maarten doordat de vordering is verjaard met lege handen staat. Dat is niet het geval. Maarten kan de vordering namelijk verrekenen met het bedrag dat hij aan Vera moet betalen in verband met verkrijgen van haar 10% aandeel door verdeling.[4] Deze bevoegdheid om te verrekenen eindigt niet door verjaring.[5]
b. Kosten huishouding
In het samenlevingscontract hebben Maarten en Vera afgesproken dat de eigenaarslasten van de woning door ieder naar rato van hun eigendomsaandeel moeten worden betaald. Maar Vera heeft voldoende onderbouwd dat partijen hierover stilzwijgend (door anders handelen) andere afspraken hebben gemaakt.
Maarten heeft tijdens de relatie nooit aan Vera gevraagd om haar bijdrage in de eigenaarslasten te voldoen. Partijen hadden de kosten van hun samenleven in de praktijk op een andere manier verdeeld: de man voldeed de eigenaarslasten en de vrouw betaalde de kosten van de dagelijkse huishouding en deed andere (tijds)investeringen ten behoeve van hun samenleven. Maarten heeft als gevolg van deze jarenlange handelwijze geen recht meer op enige vergoeding in verband met de door hem betaalde eigenaarslasten.
Belang voor de praktijk
Vergoedingsrechten bij samenwoners blijft een zeer complex onderwerp. Dat begint al bij de vraag of er überhaupt een rechtsgrond is voor een vergoedingsrecht. Dan speelt nog het leerstuk van verjaring dat bij gehuwden en geregistreerde partners nauwelijks een rol speelt. De afgelopen jaren zijn diverse uitspraken behandeld waarin vorderingen door verjaring als sneeuw voor de zon verdwenen. In die situaties ging de helft van het geïnvesteerde vermogen, zonder dat dat werd beoogd, definitief naar de andere partner.
De weg van verrekening van de verjaarde vordering met een verplichting aan de betreffende echtgenoot was in deze casus een mooie escape voor Maarten. Maar goed; het is maar net van welke kant je het bekijkt. Vera zal minder blij geweest zijn met deze specifieke juridische bepaling.
[1] Art. 6:10 lid 2 BW
[2] Art. 3:310 lid 1 BW
[3] Art. 6:38 BW
[4] Art. 6:127 lid 2 BW
[5] Art. 6:131 lid 1 BW
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.