Standaard afspraken over vergoedingsrechten in huwelijksvoorwaarden, standaard fout!

21 november 2023

Standaard afspraken over vergoedingsrechten in huwelijksvoorwaarden, standaard fout!

Vakartikel Afspraken over vergoedingsrechten in huwelijkse voorwaarden zetten de wettelijke regeling opzij. Het Hof ’s-Hertogenbosch beslist dat er geen sprake is van een vergoedingsrecht waardoor de man zijn inbreng van ruim € 40.000 verliest.  
Heb je een abonnement op Permanent Actueel of Praktijkondersteuning? Dan lees je dit artikel kosteloos via jouw persoonlijke leeromgeving. Nog geen abonnement? Ervaar nu zelf het gemak van Permanent Actueel met een gratis proefabonnement en blijf eenvoudig up-to-date over ontwikkelingen in de scheidingspraktijk: Lees het gehele artikel met een gratis proefabonnement!      

Afspraken over vergoedingsrechten in huwelijkse voorwaarden zetten de wettelijke regeling opzij. Het Hof ’s-Hertogenbosch beslist dat er geen sprake is van een vergoedingsrecht waardoor de man zijn inbreng van ruim € 40.000 verliest.

Wat was er aan de hand?
Man en vrouw zijn op 4 januari 1997 gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. In 2013 dient de vrouw een verzoekschrift tot scheiding in. Het verzoek is door de vrouw echter ingetrokken vanwege verzoening. In het licht van de afgewende scheiding besluiten zij in 2017 huwelijkse voorwaarden op te stellen. Hierin wordt iedere gemeenschap van goederen uitgesloten. Daarnaast maken zij afspraken over vergoedingsrechten. De afspraken luiden als volgt:

  • Een echtgenoot heeft een vergoedingsrecht jegens de andere echtgenoot, indien een bedrag of waarde ten behoeve van die andere echtgenoot aan zijn vermogen is onttrokken en de echtelieden binnen een maand nadat de onttrekking heeft plaatsgevonden bij schriftelijke overeenkomst vastleggen dat sprake is van een vergoedingsvordering. Indien de echtgenoten schriftelijk overeenkomen dat sprake is van een vergoedingsvordering dan is deze vergoeding gelijk aan het bedrag of de waarde ten tijde van de onttrekking, ongeacht waarvoor het onttrokken bedrag of de onttrokken waarde is aangewend. 
  • Indien de echtelieden niet schriftelijk hebben vastgelegd dat er sprake is van een vergoedingsvordering dan wordt de in het eerste lid omschreven onttrekking geacht te hebben plaatsgevonden ten behoeve van de voldoening van de kosten van de huishouding. 
  • De echtelieden maken deze afspraken om te voorkomen dat op enig moment vergoedingsrechten jegens elkaar ontstaan. 

De man en vrouw hebben een gezamenlijke woning en hypotheek. Aan de woning was een hypotheekschuld verbonden van € 460.000 bestaande uit drie delen:

  1. € 116.000 (aflossingsvrij)
  2. € 98.000 (aflossingsvrij)
  3. € 246.000 (annuïteiten)

De man heeft op de annuïteiten hypotheek in totaal een bedrag van € 40.825 afgelost. Op 30 november 2018 dient de vrouw opnieuw een verzoek tot scheiding in. De woning is in februari 2022 verkocht en op 15 april 2022 geleverd aan een derde voor een bedrag van € 757.000. Partijen hebben ieder een bedrag van € 170.240 zijnde de helft van de overwaarde van € 340.481,26 ontvangen.

De man stelt dat hij een vergoedingsrecht op de vrouw heeft omdat hij alle hypotheeklasten heeft gedragen (rente en aflossingen). Aflossingen vallen immers niet onder de kosten van de huishouding en leiden volgens hem op grond van artikel 1:87 BW tot een vergoedingsrecht dat evenredig vastgesteld dient te worden. Volgens de man kan de overwaarde pas worden verdeeld als zijn oorspronkelijke inbreng aan hem is terugbetaald op basis van de beleggingsleer. Dat zou gaan om: € 40.825/€ 459.000 * € 757.000 = € 67.330.

De vrouw is het daar niet mee eens. Zij beroept zich op de bepaling in de huwelijkse voorwaarden die zeggen dat de man en de vrouw binnen een maand na de investering een schriftelijke overeenkomst hadden moeten maken.

Beoordeling hof
Het hof is van oordeel dat de man gelet op het artikel in de huwelijkse voorwaarden geen vergoedingsrecht toekomt uit hoofde van artikel 1:87 BW. Partijen hebben, zoals de vrouw heeft aangevoerd, in hun huwelijkse voorwaarden aanvullende afspraken gemaakt en een van artikel 1:87 BW afwijkende regeling getroffen. Uit gemeld artikel volgt dat uit de afspraak tussen de man en de vrouw volgt dat pas een vergoedingsrecht ontstaat, indien zij binnen een maand na een ‘onttrekking’ vastleggen dat sprake is van een vergoedingsvordering. Daarnaast volgt hieruit dat indien een vergoedingsvordering niet schriftelijk is vastgelegd, de onttrekking geacht wordt te hebben plaatsgevonden ten behoeve van de voldoening van de kosten van de huishouding.

De man heeft niet gesteld en bewezen dat partijen schriftelijk hebben vastgelegd dat de man vanwege de aflossingen een vergoedingsvordering toekomt. Aangezien hij dit heeft nagelaten en de vrouw heeft aangevoerd dat de man nooit stappen heeft ondernomen om de door hem gestelde vergoedingsrechten aan de vrouw kenbaar te maken of schriftelijk vast te leggen, moet op grond van eerder genoemd artikel worden aangenomen dat de gestelde vergoedingsrechten in beginsel kwalificeren als kosten van de huishouding.

Belang voor de praktijk
Bij gehuwden kan worden teruggevallen op de wettelijke kaders van vergoedingsrechten. Hierbij dient altijd onderzocht te worden of hiervan is afgeweken in een overeenkomst zoals:

  • Huwelijkse voorwaarden
  • Schriftelijke overeenkomst
  • E-mail correspondentie
  • Whatsapp verkeer
  • Et cetera

Een overeenkomst inzake vergoedingsrechten is immers vormvrij.

In deze zaak is het duidelijk dat de afspraken in de huwelijkse voorwaarden niet in lijn zijn met de verwachtingen van de man. Deze afspraken prevaleren echter boven de wettelijke regeling inzake vergoedingsrechten. De man kan dus geen beroep meer doen op de wettelijke regeling.

In onze ogen is heel goed en noodzakelijk dat stellen tijdens hun relatie afspraken afspraken maken over vergoedingsrechten. Het is echter riskant om een standaardovereenkomst te maken voor vergoedingsrechten. De afspraak om binnen een maand een schriftelijke overeenkomst te sluiten omdat er anders geen sprake is van een vergoedingsrecht vinden wij in dat kader een hele bijzondere. Het komt er dan op neer dat wordt overeengekomen dat er op voorhand geen vergoedingsrechten kunnen ontstaan.

Het vastleggen van de verwachtingen inzake het wel of niet bestaan van vergoedingsrechten dient van geval tot geval beoordeeld te worden en blijft maatwerk. Bij scheidingen dien je met cliënten in gesprek te gaan over de eventuele afspraken die prevaleren boven de wettelijke regeling. Als er geen afspraken zijn kan worden teruggevallen op de wettelijke kaders. Samen met de verwachtingen kan tussen cliënten overeenstemming worden bereikt.

De Scheidingsdeskundige biedt diverse opleidingen aan waarin dit belangrijke thema vergoedingsrechten uitgebreid aan bod komt:
Leergang Register Erkend Scheidingsadviseur® (RES)
Masterclass Actualiteiten Relatievermogensrecht

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025