Strijd tegen aangepaste huwelijkse voorwaarden – Hoge Raad 2 februari 2024

5 maart 2024

Strijd tegen aangepaste huwelijkse voorwaarden – Hoge Raad 2 februari 2024

Tijdens het huwelijk worden huwelijkse voorwaarden aangepast ten nadele van de vrouw. Hierdoor vervalt het recht op pensioenverevening en het recht op verrekening van de waarde van de onderneming. De vrouw verzoekt in de echtscheidingsprocedure de aangepaste huwelijkse voorwaarden te vernietigen. De Hoge Raad geeft duidelijkheid. [lees verder...]        
➡️ De Scheidingsdeskundige is een een kennis- en opleidingscentrum voor professionals die betrokken zijn bij het scheidingsproces. Wij hebben maar 1 doel: Het verbeteren van de kwaliteit van scheidingsbegeleiding in Nederland! 🗞️ Wekelijks delen wij door ons geselecteerde relevante ontwikkelingen of verdieping. Wij vatten de essentie voor je samen en vertalen dit naar jouw praktijk. Ieder artikel bevat bronnen voor als je verder wilt lezen. Ook krijg je tips. Een artikel sluit af met een prikkelende stelling of vraag. Op die manier maken we het bijhouden van kennis efficiënt, inspirerend en praktijkgericht! 👍 Heb je een abonnement op Permanent Actueel of Praktijkondersteuning? Dan lees je dit artikel kosteloos via jouw persoonlijke leeromgeving. 💡 Nog geen abonnement? Ervaar nu zelf het gemak van Permanent Actueel met een gratis proefabonnement en blijf eenvoudig up-to-date over ontwikkelingen in de scheidingspraktijk: Lees het gehele artikel met een gratis proefabonnement!  
Vind je dit artikel interessant voor jouw collega of netwerk? Deel dit dan via onderstaande link:

Tijdens het huwelijk worden huwelijkse voorwaarden aangepast ten nadele van de vrouw. Hierdoor vervalt het recht op pensioenverevening en het recht op verrekening van de waarde van de onderneming. De vrouw verzoekt in de echtscheidingsprocedure de aangepaste huwelijkse voorwaarden te vernietigen. De Hoge Raad geeft duidelijkheid.

Wat was de casus?
Maarten en Vera zijn op 28 mei 1997 op huwelijkse voorwaarden gehuwd. In de huwelijkse voorwaarden hebben zij afgesproken:

  • De pensioenen te verevenen op grond van de wet
  • Overgespaard inkomen jaarlijks te verrekenen

Tijdens het huwelijk zijn de huwelijkse voorwaarden in 2009 en in 2016 gewijzigd in het nadeel van Vera.

In 2009 wordt in de akte van de huwelijkse voorwaarden opgenomen dat pensioenverevening wordt uitgesloten en het periodiek verrekenbeding komt te vervallen. Daarbij wordt het volgende opgenomen:

Partijen verklaren zich ervan bewust te zijn dat door de huidige regeling van jaarlijkse verrekening als bedoeld in artikel 9 van de huidige huwelijkse voorwaarden aan het einde van het jaar de inkomens van beide echtgenoten bij elkaar dienen te worden gevoegd en dat na aftrek van de kosten van de huishouding en de belastingen het aldus resterende inkomen dient te worden gedeeld bij helfte, met als gevolg dat wordt bereikt dat beide echtgenoten, ongeacht de inkomensverhouding, ieder evenveel sparen.

Partijen verklaren deze verplichting te willen beëindigen aangezien de jaarlijkse verrekening niet door hen wordt toegepast en zij de gevolgen daarvan niet kunnen overzien casu quo gewenst achten.

In de aangepaste huwelijkse voorwaarden wordt wel een finaal verrekenbeding overeengekomen. Hierdoor dienen Maarten en Vera bij een scheiding af te rekenen alsof ze in gemeenschap van goederen gehuwd zouden zijn. Van deze verrekening is overigens uitgesloten:

  • Goederen die deel uitmaken van het bedrijfs- of beroepsvermogen van een echtgenoot
  • Aandelen in een besloten vennootschap

Daarnaast is opgenomen dat er niet wordt verrekend indien het vermogen van een echtgenoot negatief is.

Bij het aanpassen van de huwelijkse voorwaarden hebben Maarten en Vera een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin is bepaald dat ze op grond van het periodieke verrekenbeding niets meer van elkaar te vorderen hebben.

In 2016 is in de huwelijkse voorwaarden opgenomen dat er ook wordt verrekend als het vermogen van een van beide partners negatief is. Hierdoor zou een negatief vermogen aan de kant van de man na een scheiding ook voor de helft door de vrouw gedragen moeten worden. Deze bepaling is wederom een verslechtering voor de vrouw.

Op 23 februari 2017 heeft Maarten een verzoek tot echtscheiding ingediend. Dit leidt tot een juridische procedure waarin Vera verzoekt de in haar nadeel gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de gesloten vaststellingsovereenkomst te vernietigen. Zij wenst het huwelijk af te wikkelen op basis van de oorspronkelijke huwelijkse voorwaarden.

De rechtbank spreekt de scheiding uit en gaat mee in het verzoek van Vera.

Maarten gaat in hoger beroep bij het hof. Het hof stelt vast dat er zijn geen aanwijzingen zijn dat Vera door de betrokken notarissen onvoldoende is voorgelicht over de gevolgen van de aanpassingen. Dat blijkt uit:

  • De notaris heeft concepten van de wijzigingsakten aan cliënten toegezonden voorafgaande aan het ondertekenen.
  • Bij het passeren is de inhoud van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden besproken.
  • De notaris heeft verklaard dat de ontwerpakte met cliënten is besproken en dat er in totaal 5 besprekingen zijn geweest.
  • De notaris heeft verklaard dat hij een apart gesprek met Vera heeft gehad.
  • De kandidaat-notaris van voornoemde notaris heeft verklaard dat hij Vera telefonisch gesproken en uitgenodigd heeft om los van haar man op kantoor te komen om de inhoud van de wijzigingen door te spreken. Vera heeft afgezien van dit aanbod.
  • De kandidaat-notaris heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat er een vaststellingsovereenkomst is gemaakt en ook niet of er tussen partijen is afgerekend.

De tussenkomst van de notaris bij beide wijzigingen laat volgens het hof nauwelijks ruimte voor de stelling dat Vera onvoldoende is voorgelicht over de gevolgen van de wijzigingen. Gezien het proces en de medewerking van Vera is bij Maarten het vertrouwen opgewekt dat het ook de wens van Vera was de huwelijkse voorwaarden te wijzigen en tot de vaststellingsovereenkomst te komen. Om deze redenen gaan het beroep op dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden en onrechtmatige daad niet op. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bepaald dat de gewijzigde huwelijkse voorwaarden en de vaststellingsovereenkomst onverkort van kracht zijn.

Vera gaat vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overweegt:

De notaris dient te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van juridische onkunde en overwicht van één van beide partijen.[1] De notaris dient cliënten te wijzen op de gevolgen van de akte en te toetsen of de partijen de gevolgen begrijpen. Deze verplichting weegt extra zwaar als de gevolgen van de overeenkomst voor iemand nadeliger of riskanter zijn.

Het was duidelijk dat de in 2009 en 2016 doorgevoerde wijzigingen in de huwelijkse voorwaarden voor Vera uiterst nadelig waren. Hierdoor verviel haar recht op verrekening van overgespaarde inkomsten, waaronder de opgepotte winst uit onderneming. Ook verviel haar recht op pensioenverevening. Daarnaast werd zij verplicht bij echtscheiding mee te delen in een eventueel negatief privévermogen van Maarten. Ook de vaststellingsovereenkomst bij de wijziging in 2009 was voor haar enorm nadelig omdat zij daarmee haar recht op verrekening op grond van de periodieke verrekening, prijsgaf.

Beide notarissen hadden Vera specifiek op de nadelige gevolgen van de aktes moeten wijzen en moeten toetsen of Vera dit ook begreep en dit nadeel bewust wilde aanvaarden.

Het hof heeft geoordeeld dat Maarten, gezien de zorgplicht van de notarissen, erop mocht vertrouwen dat Vera de wijzigingen van de huwelijkse voorwaarden en het sluiten van de vaststellingsovereenkomst ook wilde. Het hof heeft onvoldoende aandacht besteed aan de stellingen van Vera. Als deze stellingen kloppen dan zou dat juist kunnen leiden tot het oordeel dat Maarten er niet op kon vertrouwen dat de aanpassingen van de huwelijkse voorwaarden de wil van Vera was.

Vera heeft de volgende stellingen ingebracht:

  • dat zij op haar 15e een bijbaan kreeg in de supermarkt van de ouders van Maarten,
  • dat zij op haar 17e een relatie kreeg met Maarten, die acht jaar ouder is,
  • dat zij is gezakt voor de havo waarna zij fulltime is gaan werken in de supermarkt van de ouders van Maarten,
  • dat partijen zijn gaan samenwonen toen Vera 18 was,
  • dat partijen nadat zij met elkaar getrouwd zijn drie kinderen hebben gekregen,
  • dat Vera toen is gestopt met werken in de supermarkt en zorgde voor het huishouden en de kinderen,
  • dat Maarten de onderneming van zijn ouders heeft overgenomen,
  • dat uitsluitend Maarten de post opende en afhandelde, ook de post die aan Vera was gericht,
  • dat Maarten alle administratie en de financiën deed,
  • dat Maarten na een buitenechtelijke relatie van Maarten en een huwelijkscrisis in 2007/2008 tegen Vera heeft gezegd dat hij toch met haar door wilde en dat hij de zaken vermogensrechtelijk gelijkwaardiger wilde regelen,
  • dat de wijziging van de huwelijksvoorwaarden geheel op initiatief van Maarten plaatsvond en volgens de mededelingen van Maarten aan Vera dus ten gunste van Vera strekte,
  • dat Maarten voor haar verzwegen heeft dat hij in zijn vriendenclub had gehoord dat een verrekenbeding in huwelijksvoorwaarden bij echtscheiding zeer ongunstig kon uitpakken en dat toen aan een notaris uit het netwerk van een van de vrienden is gevraagd daar nader over te komen vertellen in de vriendenclub,
  • dat Maarten ook door anderen vanuit zijn zakelijke kring werd geadviseerd,
  • dat Maarten tegen Vera heeft gezegd dat ze geen vragen moest stellen bij het passeren van de akte bij de notaris omdat ze anders dom zou overkomen,
  • dat voor Maarten, anders dan Vera, duidelijk was wat de juridische consequenties waren van de wijzigingsakten en de onderliggende vaststellingsovereenkomst,
  • dat Maarten, anders dan Vera, inzicht had in de financiële situatie van zijn onderneming en de omvang van het te verrekenen vermogen kende en
  • dat Maarten over de achtergrond van de wijzigingen in de huwelijkse voorwaarden en van de vaststellingsovereenkomst bewust geen open kaart heeft gespeeld.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Hof ’s Hertogenbosch.

Belang voor de praktijk
Naast het inventariseren van huwelijkse voorwaarden dient bij scheiding ook onderzocht te worden of deze in het verleden zijn aangepast. Als huwelijkse voorwaarden ingrijpend zijn aangepast in het nadeel van een van beide partijen dien je, met dit arrest in je achterhoofd, deze huwelijkse voorwaarden niet blind te volgen. Het argument dat de aangepaste huwelijkse voorwaarden tot stand zijn gekomen onder begeleiding van een notaris, met een zorgplicht, is onvoldoende. Het is immers maar de vraag of de notaris aan deze zorgplicht, waaronder een waarschuwingsplicht, heeft voldaan. Daarnaast rust ook op de echtgenoten zelf een actieve plicht om zorgvuldig om te gaan met elkaars belangen. Het voorsorteren op een scheiding door middel van het aanpassen van huwelijkse voorwaarden past daar in geen geval bij.

De Scheidingsdeskundige biedt diverse aan dit onderwerp gerelateerde opleidingen, een greep uit het aanbod:

Leergang Register Erkend Scheidingsadviseur®
Actualiteiten Relatievermogensrecht met Jasper Horsthuis
Huwelijkse voorwaarden & verrekenbedingen met Jacqueline van der Vorm


[1] Hoge Raad 20 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0586

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025