Schulden en het periodiek verrekenbeding

3 september 2024

Schulden en het periodiek verrekenbeding

Kunnen schulden vallen onder de werking van een niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding bij scheiding? Of ziet een verrekenbeding altijd alleen maar op ‘overschotten’ die met elkaar verrekend moeten worden? De Hoge Raad geeft duidelijkheid.


Kunnen schulden vallen onder de werking van een niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding bij scheiding? Of ziet een verrekenbeding altijd alleen maar op ‘overschotten’ die met elkaar verrekend moeten worden? De Hoge Raad geeft duidelijkheid.

Inleiding - Theoretisch kader
Even opfrissen: een verrekenbeding is een beding in huwelijkse voorwaarden waarin echtgenoten afspreken overgespaard inkomen of vermogen met elkaar te verrekenen. In grote lijnen zijn er twee soorten verrekenbedingen: een periodiek verrekenbeding of een finaal verrekenbeding. Echtgenoten kunnen afspreken periodiek (meestal jaarlijks) of finaal (bij het einde van het huwelijk, eventueel met onderscheid tussen overlijden en echtscheiding) met elkaar af te rekenen. Uiteindelijk bepaalt de exacte tekst in de huwelijkse voorwaarden het bereik van deze verbintenisrechtelijke verplichtingen.

In de praktijk blijkt echter vaak dat partners een periodieke verrekening gedurende de relatie niet jaarlijks uitvoeren. Daarom is er in artikel 1:141 lid 3 BW een zogenaamd bewijsvermoeden opgenomen: bij het einde van het huwelijk wordt het “alsdan aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden”. Bij de toepassing van dit artikel is er voor cliënten ruimte om af te wijken op basis van de beginselen van redelijkheid en billijkheid.

In maart 2024 beantwoordt de Hoge Raad de vraag of ook schulden onder het bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW kunnen vallen.

Wat was er aan de hand?
Man en vrouw zijn in 1997 gehuwd op huwelijksvoorwaarden. Deze huwelijksvoorwaarden houden in een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. Verder staan onder meer de volgende bepalingen in de voorwaarden:

“KOSTEN HUISHOUDING

Artikel 5
1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding (…) worden voldaan uit de netto-inkomens der echtgenoten ieder voor de helft; voorzover deze inkomens ontoereikend zijn, worden deze kosten voldaan uit het netto-vermogen der echtgenoten ieder voor de helft.
2. Onder netto-inkomen wordt verstaan het inkomen onder aftrek van de daarover verschuldigde belasting op inkomen, premieheffing-volksverzekeringen en andere wettelijke inhoudingen of heffingen.
Onder netto-vermogen wordt verstaan het vermogen onder aftrek van de daarover verschuldigde belasting op vermogen.

VERREKENING VAN INKOMSTEN

Artikel 6
1. Na afloop van elk kalenderjaar voegen de echtgenoten ter verdeling bij helfte bijeen, hetgeen van hun netto-inkomens uit arbeid van dat jaar niet is besteed aan de kosten van de huishouding of inkomstenbelasting of niet aan beiden gelijkelijk ten goede is gekomen;
2. Indien in enig jaar de sub 1 bedoelde kosten en belastingen meer hebben bedragen dan de gezamenlijke inkomsten uit arbeid over dat jaar, zal het verschil naar evenredigheid van ieders bijdrage in volgende jaren eerst uit het restant van de inkomsten uit arbeid van die volgende jaren worden aangezuiverd, alvorens wordt overgegaan tot verdeling van hetgeen van ieders inkomen resteert;
3 Hetgeen de ene echtgenoot van de andere echtgenoot krachtens bedoelde verdeling toekomt, kan in onderling overleg telkenjare geheel of gedeeltelijk schriftelijk worden omgezet in een geldlening op door partijen nader overeen te komen condities;
4. De verplichting tot bijeenvoeging en verdeling zal niet meer plaatshebben:
a. zodra de gemeenschappelijke huishouding feitelijk ophoudt te bestaan;
b. betreffende het kalenderjaar, waarin het huwelijk wordt ontbonden.”

Tijdens het huwelijk heeft de man gelden ontvangen uit schenkingen en erfenis. Onduidelijk is waar hij (een gedeelte van) die gelden aan heeft besteed. De man en vrouw gaan vervolgens scheiden. Gedurende het huwelijk is geen uitvoering gegeven aan het periodieke verrekenbeding. De man stelt dat hij een vordering heeft op de vrouw heeft in het kader van de afwikkeling van de kosten van de huishouding of dat hij een vordering op het te verrekenen vermogen heeft in het kader van het periodiek verrekenbeding. De vrouw is het hier niet mee eens. Mocht de man echter een vordering hebben op haar op grond van de afwikkeling van het periodieke verrekenbeding, stelt de vrouw dat haar daarmee corresponderende schuld eveneens onder het bereik van het verrekenbeding valt (en daarmee schuld en vordering tegen elkaar wegvallen). De man en de vrouw belanden in een juridische procedure.

Behandeling door Hof Den Haag
Het hof gaat ervan uit, nu door de man niet bewezen wordt waaraan het geld is besteed, dat de man de kosten van de huishouding ermee betaald heeft. De man heeft daarmee een vordering op de vrouw en de vrouw heeft een schuld aan de man. Vervolgens oordeelt het hof dat zowel de schuld als de vordering behoren tot het te verrekenen vermogen. Het hof streept in het kader van de verrekening de schuld en de vordering tegen elkaar weg.

Behandeling door de Hoge Raad
De man stelt cassatie in. Hij stelt dat schulden geen onderdeel van het te verrekenen vermogen kunnen zijn en het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW daarop (dus) niet van toepassing is. Immers, het kenmerk van het verrekenbeding is dat het gaat om het verrekenen van iets wat overgebleven is, dus dat kan in zijn optiek per definitie geen schuld zijn.

De Hoge Raad overweegt dat ook schulden tot het te verrekenen vermogen kunnen behoren. Hij verwijst daarbij naar art. 1:136 lid 1, tweede volzin, BW en art. 674 Rv (via art. 1:143 lid 2 en 1:141 lid 3, tweede volzin, BW). Of schulden ook tot het te verrekenen vermogen behoren, hangt af van de exacte inhoud van het overeengekomen periodieke verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden.

De Hoge Raad gaat wél mee met de man in zijn standpunt dat de schuld van de vrouw niet moet worden betrokken in de verrekening. Volgens het hof behoorde die schuld tot het te verrekenen vermogen omdat de daartegenover staande vordering van de man er ook bij hoorde.

Volgens de Hoge Raad volgt het een niet zonder meer uit het ander. De vraag of de schuld tot het verrekenen vermogen behoort moet in de eerste plaats worden beantwoord aan de hand van de inhoud en de onderlinge verhouding van de relevante bepalingen in de huwelijkse voorwaarden. Bij de beantwoording van deze vraag zal zo nodig ook aandacht kunnen worden besteed aan bijvoorbeeld de kwestie of de vrouw in de periode waarop de verrekenplicht betrekking heeft, voldoende inkomsten uit arbeid genoot om daaruit haar deel van de kosten van de huishouding te voldoen. Als zij destijds (toen de man zijn gelden heeft ingezet) niet voldoende inkomsten had om haar deel van die kosten te voldoen, ligt het namelijk niet voor de hand om de schuld aan te merken als deel van een door (her)belegging van niet verrekende inkomsten ontstaan saldo in de zin van art. 1:141 lid 1 BW. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar Hof Amsterdam.

Belang voor de praktijk
Bij de afwikkeling van een scheiding waarbij alsnog uitvoering moet worden gegeven aan een periodiek verrekenbeding, is het zeer belangrijk om de exacte inhoud en reikwijdte van het verrekenbeding in de huwelijksvoorwaarden door te nemen. Uit bovenstaande casus blijkt dat ook de afwikkeling van de kosten van de huishouding van invloed kunnen zijn bij de financiële afwikkeling van het verrekenbeding. Overigens is het ook altijd belangrijk om ook naar de bedoelingen van partijen (Haviltex) te vragen. Waarom hebben cliënten bepaalde artikelen in hun huwelijksvoorwaarden staan?

Hierdoor is het niet mogelijk aan de uitspraak van de Hoge Raad algemene conclusies te verbinden als het gaat om schulden en de afwikkeling van een periodiek verrekenbeding. De Hoge Raad sluit in elk geval niet uit dat schulden tot het bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 1 BW kunnen behoren. Een en ander zal echter aan de hand van de exacte feiten en omstandigheden van een specifieke praktijkcasus beoordeeld moeten worden.

Wil je meer weten over dit onderwerp? De Scheidingsdeskundige biedt meerdere opleidingen om jouw kennis te verdiepen:

Huwelijkse voorwaarden en verrekenbedingen  9 september online met Jacqueline van der Vorm
Schulden bij scheiding           Nieuw!
 4 december online met Jasper Horsthuis  

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025