10 maart 2026
De Rechtbank Den Haag kent hypotheekrentecompensatie toe op grond van redelijkheid en billijkheid! De rechtbank zet met deze uitspraak de deur voor hypotheekrentecompensatie verder open!
Inleiding - Theoretisch kader
Maarten en Vera hebben twee kinderen en zijn gehuwd in 2009 zonder huwelijkse voorwaarden. Tot de gemeenschap behoort de echtelijke woning die is getaxeerd op € 350.000. Maarten en Vera hebben een hypotheek die € 252.000 bedraagt en bestaat uit de volgende leningdelen:
Standpunt Maarten
Maarten wil dat de woning wordt verkocht. Na verkoop kan het hypotheekrentecontract namelijk worden gesplitst en kan hij de helft van het rentecontract voortzetten. Maarten onderbouwt deze mogelijkheid met een afschrift van de hypotheekvoorwaarden. Op het moment dat Vera de woning over zal nemen dan vindt Maarten dat hij op grond van de redelijkheid en billijkheid recht heeft op een rentecompensatie. Maarten heeft het huidige rentecontract en rentelasten afgezet tegen een nieuw rentecontract bij dezelfde geldverstrekker tegen een gemiddelde rente van € 3,44%. Via die berekening komt het renteverschil uit op € 38.402. Volgens Maarten dient Vera hem de helft hiervan te vergoeden. Dat gaat dan om € 19.201.
Standpunt Vera
Vera wil de woning overnemen. Zij vindt dat er geen plaats is voor een rentecompensatie aan Maarten. Zij geeft aan dat het niet zeker is dat Maarten een nieuwe woning gaat kopen waardoor hij een deel van het gunstige contract kan voortzetten. In dat geval is er geen schade aan zijn kant.
Vera vindt daarnaast dat de door Maarten berekende vergoeding van € 19.201 niet klopt. Hij heeft bij de vaststelling van het bedrag geen rekening gehouden met belastingvoordeel en het bedrag is ook niet contant gemaakt.
De rechtbank overweegt en beslist
Voordat de rechtbank beslist over een eventuele rentecompensatie, moet de rechtbank bepalen of de woning aan Vera wordt toegedeeld of moet worden verkocht. Indien de woning wordt verkocht kan Maarten het rentecontract immers meenemen.
De rechtbank beslist eerst dat Vera de gelegenheid krijgt om de woning toegedeeld te krijgen. De rechtbank heeft bij die beslissing de volgende belangen betrokken en gewogen:
De rechtbank stelt eisen aan de aannemelijkheid dat Maarten een nieuwe woning zal kopen. De rechtbank acht het in dit geval aannemelijk dat Maarten, die op dit moment niet over eigen woonruimte beschikt, een woning wil kopen. Maarten woont noodgedwongen bij zijn vader en kan pas een woning kopen nadat hij is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en zijn vordering wegens onderbedeling heeft ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat Maarten bij toedeling van de woning aan Vera recht heeft op een vergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid. Door de toedeling kan Maarten de lagere rente niet (gedeeltelijk) meenemen, terwijl dit voordeel volledig bij Vera terechtkomt. Dit nadeel is niet het gevolg van een eigen keuze van Maarten die immers heeft verzocht de woning te verkopen waarna het contract gesplitst zou kunnen worden.
De rechtbank stelt zelfstandig en in redelijkheid de rentecompensatie vast op € 9.696. Dit bedrag komt tot stand door een belastinglatentie in mindering te brengen op het berekende bedrag van Maarten (€ 19.201 – 49,5% x € 19.201). De maandelijkse hypotheekrenteaftrek van Maarten is weliswaar lager, 35,82% of 37,48%, maar daar staat tegenover dat Maarten zijn nadeel onmiddellijk gecompenseerd krijgt.
Vera krijgt twee maanden de tijd om aan te tonen dat ze de financiering rond krijgt. Als dat lukt zal zij de rentecompensatie uiterlijk bij de notariële overdracht van de woning aan Maarten moeten voldoen. Lukt het Vera niet om de financiering rond te krijgen, dan zal de woning verkocht moeten worden waarna het hypotheekrentecontract kan worden gesplitst.
Belang voor de praktijk
Deze uitspraak werpt nieuw licht op het vraagstuk van de hypotheekrentecompensatie en is enorm relevant voor de beroepspraktijk van scheidingsprofessionals! Door deze uitspraak wordt in veel gevallen de deur opengezet naar een grond voor rentecompensatie die tussen ex-partners voldaan moet worden. Veel geldverstrekkers werken immers alleen mee aan splitsing van het rentecontract bij verkoop aan een derde. Als één van beide partners de woning wil overnemen wordt daardoor de mogelijkheid van de andere partner, om een deel van het contract mee te nemen, automatisch beperkt. Indien deze partner aannemelijk kan maken dat diegene een nieuwe woning gaat aankopen is er volgens de rechtbank een rechtsgrond voor een hypotheekrentecompensatie namelijk; de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank berekent in deze uitspraak zelfstandig de hoogte van de hypotheekrentecompensatie. De rechtbank houdt terecht rekening met het belastingvoordeel ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek. De rechtbank slaat de berekening plat door het hoge belastingtarief toe te passen en een contantewaardeberekening over te slaan.
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.