Prinsjesdag artikel

23 september 2025

Prinsjesdag artikel

Prinsjesdag 2025, net als twee jaar geleden onder de schaduw van een demissionair kabinet, brengt weliswaar geen schokkende wijzigingen, maar heeft toch een aantal interessante ontwikkelingen met relevantie voor de scheidingspraktijk. Ontdek in dit artikel de subtiele aanpassingen zodat jij je cliënten optimaal kunt blijven begeleiden.


Prinsjesdag 2025, net als twee jaar geleden onder de schaduw van een demissionair kabinet, brengt weliswaar geen schokkende wijzigingen, maar heeft toch een aantal interessante ontwikkelingen met relevantie voor de scheidingspraktijk. Ontdek in dit artikel de subtiele aanpassingen zodat jij je cliënten optimaal kunt blijven begeleiden.

Introductie
De fiscale wijzigingen die op Prinsjesdag 2025 worden aangekondigd, kunnen relevantie hebben voor de scheidingspraktijk, omdat ze directe invloed kunnen hebben op de financiële positie van gescheiden of scheidende partijen. Enkele mogelijke gevolgen kunnen zijn:

  • Als er aanpassingen worden doorgevoerd in de belastingtarieven of -schijven, kan dit de netto-inkomsten van gescheiden partners beïnvloeden, wat cruciaal is bij het bepalen van alimentatie en de draagkracht van beide partijen. Met name voor IB-ondernemers worden de ondernemersaftrekken steeds verder uitgekleed. Dit kan een grote impact hebben op de belastingdruk en daarmee op de draagkracht van die ondernemers.
  • Veranderingen in de hypotheekrenteaftrek kunnen de maandlasten en daarmee de betaalbaarheid van de woning beïnvloeden voor een van de ex-partners, wat belangrijk kan zijn bij de beslissing om een woning te verkopen of over te nemen.
  • Eventuele veranderingen in de kinderbijslag of het kindgebonden budget kunnen van invloed zijn op de financiële afspraken rondom de verzorging van kinderen na een scheiding.

In nog lopende scheidingszaken dienen de op stapel staande wijzigingen op de agenda te worden gezet zodat kan worden geanticipeerd op de veranderingen. Hierdoor kunnen cliënten duurzame afspraken maken en worden zij volgend jaar niet met onverwachte financiële tegenvallers geconfronteerd.

Hierna tref je de belangrijkste wijzigingen.

Belastingplan 2026, de cijfers op een rijtje
Op 1 januari 2026 zullen de tarieven, heffingskortingen, toeslagbedragen, schijven en grenzen worden aangepast[1]:

Inkomstenbelasting

Box 1 

  • Het tarief in de eerste schijf wordt verlaagd van 35,82% naar 35,70%. Het tarief in de tweede schijf wordt verhoogd van 37,48% naar 37,56%. Het tarief in de derde schijf blijft 49,5%.
  • Het grensbedrag van de tweede schijf wordt verhoogd van € 38.441 naar € 38.883. Het grensbedrag van de hoogste schijf wordt verhoogd van € 76.817 naar € 79.137.
  • De tariefcorrectie[2] vindt in 2026 plaats tegen 11,94%.
  • De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd en bedraagt in 2026 € 1.200.
  • De MKB-winstvrijstelling blijft 12,7%.
  • Eigenwoningforfait voor woningen tot € 1.340.000 blijft 0,35%. Eigenwoningforfait voor woningen boven € 1.340.000 (villataks) blijft 2,35%.
  • Aftrek wegens geringe of geen eigenwoningschuld op grond van Wet Hillen verder beperkt naar 73,33% (76,67% in 2025).

Box 2

  • Met ingang van 1 januari 2024 is in box 2 het tweeschijvenstelsel ingevoerd. In 2026 geldt dat 24,5% wordt geheven op dividenduitkeringen tot € 68.843 (2x bij fiscale partners) en 31% voor alles erboven. Dit betekent dat de tarieven gelijk blijven ten opzichte van 2025. Alleen de grens van de eerste naar de tweede schijf wordt verhoogd.

Box 3

  • Het tarief blijft in 2025 gelijk aan het tarief in 2025 (36%).
  • Het heffingsvrije vermogen wordt sterk verlaagd van € 57.684 per persoon in 2025 naar € 51.396 per persoon in 2026.

Ontwikkelingen box 3
Als scheidingsprofessional is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de box 3-problematiek. Bij lopende en toekomstige scheidingen moet er aandacht zijn voor mogelijke belastingcompensatie en de tegenbewijsregeling in box 3. Deze kunnen grote financiële gevolgen hebben. Het is belangrijk om de belastingaanslagen van (vermogende) scheidingsconsumenten te controleren en afspraken te maken over eventuele toekomstige compensaties/teruggaven en over de mogelijke verdeling hiervan tussen ex-partners. We vatten de box-3 problematiek hierna nog even kort voor je samen.

De Hoge Raad heeft op 24 december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest beslist dat het fictieve rendement waar in box 3 rekening mee wordt gehouden in strijd is met het eigendomsrecht. Vervolgens is er herstel- en overbruggingswetgeving gekomen op basis van de forfaitaire spaarvariant. Deze houdt kort gezegd in dat wordt gekeken naar de daadwerkelijke samenstelling van het vermogen: spaargeld, beleggingen/overige bezittingen en schulden. Op deze categorieën worden dan vervolgens forfaitaire rendementen toegepast om de heffing in box 3 te bepalen. De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat de Herstelwet nog steeds discriminerend is, vooral voor mensen met beleggingen en verhuurd onroerend goed. Daarom is de Wet tegenbewijsregeling box 3 ingevoerd. Indien belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, zal uitsluitend het werkelijke rendement worden belast.

Het is de bedoeling dat vanaf 2028 een nieuw box 3-stelsel wordt geïntroduceerd waarbij wordt aangesloten bij het werkelijke rendement op het vermogen.

Doordat het op dit moment onzeker is hoe de fiscale regeling in box 3 eruit gaat zien kan het inkomen dat gebruikt wordt voor het berekenen van kinder- en partneralimentatie niet exact berekend worden. Dat betekent dat alle alimentatieberekeningen vanaf 2021, en waar box 3 belasting een rol speelde, onjuist kunnen zijn. Gezien de gevoeligheid van alimentatie is dit enorm ongelukkig maar tegelijkertijd een gegeven waar we in de praktijk maar mee moeten dealen. Ondanks dat het onzeker is hoe de box 3-heffing wordt vormgegeven, is ons advies om te blijven werken met de huidige tarieven en cijfers in Split-online. Wel dient er een (maatwerk)bepaling in het convenant te komen dat als de fiscale heffing enorm afwijkt, bijvoorbeeld meer dan 10%, er met terugwerkende kracht een andere hoogte van de alimentatie vastgesteld dient te worden.

Kortom, de grillige ontwikkelingen in box 3 hebben grote invloed op hoe belasting en vermogen worden behandeld bij scheidingen. Het is cruciaal om deze ontwikkelingen in de gaten te houden en cliënten goed te informeren en te begeleiden.

Tariefcorrectie
Op grond van art. 2.10 lid 2 en 3 Wet IB 2001 kunnen:

  • De ondernemersaftrek
  • De MKB-winstvrijstelling
  • De terbeschikkingstellingsvrijstelling
  • De aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning
  • De persoonsgebonden aftrekposten (zoals betaalde partneralimentatie, afkoopsommen hiervan of bedragen die werden voldaan ter verrekening van pensioenen of lijfrenten),

slechts in aftrek worden gebracht tegen het tarief in de tweede schijf. Dit tarief bedraagt 37,56% in 2026. De hoogte van de tariefcorrectie bedraagt daarmee in 2026 11,94%.

Heffingskortingen

  • Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt verhoogd van € 3.068 in 2025 naar € 3.115 in 2026. Het afbouwpunt schuift op van € 28.406 (2025) naar € 29.736 (2026).
  • De arbeidskorting wordt verhoogd naar maximaal € 5.712 in 2026 (maximaal € 5.599 in 2025).
  • De maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verhoogd van € 2.986 in 2025 naar € 3.032 in 2026. De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal vanaf 2027 in 9 stappen lineair worden afgebouwd.

Toeslagen

De hoogte van de toeslagen is belangrijk voor de financiële positie na de scheiding. Vooral het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop kan een wezenlijk onderdeel zijn van het inkomen na scheiding. Het recht op toeslagen kan ook gevolgen hebben voor de hoogte van draagkracht en daarmee eventuele onderhoudsvoorzieningen (partner- en kinderalimentatie).

De belangrijkste ontwikkeling in de toeslagen is dat wordt voorgesteld de maximale huurgrens voor de huurtoeslag te laten vervallen. Daardoor kunnen ook huurders van duurdere woningen straks recht krijgen op huurtoeslag. Dit betekent dat wellicht meer mensen in aanmerking komen voor deze toeslag, hoewel het inkomen nog altijd van invloed blijft op de hoogte van deze toeslag. Hoe hoger het inkomen, hoe lager het recht op de toeslag.

Gebruik Split-Online of de proefberekening van de Belastingdienst voor de exacte bedragen vanaf 2026.

Vennootschapsbelasting 

  • Het tarief in de eerste schijf (tot € 200.000) blijft 19%.
  • Het tarief in de tweede schijf blijft 25,8%.

Schenkbelasting (Successiewet)

Wijziging Successiewet na Breukdelenarrest
Het kabinet wil na het Breukdelenarrest van 2024 de Successiewet aanpassen. Het arrest maakte het mogelijk om via ongelijke breukdelen in huwelijkse voorwaarden belastingvrij vermogen over te dragen. Deze fiscale route wordt nu door de overheid gesloten.

In het wetsvoorstel is bepaald dat een verkrijging boven de 50% uit een huwelijksgoederengemeenschap of finaal verrekenbeding altijd wordt belast, ongeacht het motief van de wijziging. Voor bestaande huwelijkse voorwaarden en samenlevingscontracten die vóór 16 september[3] 2025 zijn opgesteld, geldt overgangsrecht. Het overgangsrecht blijft behouden bij een wijziging van de huwelijkse voorwaarden of het notarieel samenlevingscontract mits men maar niet ‘sleutelt’ aan de ongelijke breukdelen.[4]

De ruimte die het arrest leek te bieden voor creatieve oplossingen in de scheidingspraktijk wordt daarmee grotendeels beperkt. Of het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, is nog niet zeker. Vanuit de praktijk en beroepsorganisaties klinkt stevige kritiek.

Aanpassen schenk- en erfbelasting voor biologische kinderen
Het kabinet stelt voor om alle biologische kinderen gelijk te behandelen voor de schenk- en erfbelasting. Het maakt dan niet meer uit of kinderen wel of niet erkend zijn door hun biologische ouder. Het kabinet stelt voor deze gelijke behandeling vanaf 1 januari 2026 in de wet vast te leggen.

Overdrachtsbelasting

  • Voor woningen blijft het tarief 2%.
  • NIEUW!! Voor tweede woningen en vakantiewoningen wordt het tarief verlaagd van 10,4% naar 8%.
  • Algemene tarief (voor overig onroerend goed) blijft gelijk namelijk 10,4%.
  • Grensbedrag startersvrijstelling wordt verhoogd van € 525.000 naar € 555.000.
  • Verlaagde tarief van 2% en startersvrijstelling sinds 2025 ook van toepassing bij overdracht economische eigendom.

Bij scheidingen kan het voorkomen dat een gezamenlijke vakantiewoning of andere gezamenlijke beleggingspanden verdeeld dienen te worden. In veel gevallen zal er voor de overdrachtsbelasting een vrijstelling van toepassing zijn zoals bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap of een eenvoudige gemeenschap (ten tijde van de verwerving moet er een minimale eigendomsverhouding zijn van 40% – 60%). In andere gevallen kan heffing van overdrachtsbelasting wel aan de orde zijn. De gevolgen voor de overdrachtsbelasting dienen door de scheidingsprofessional inzichtelijk te worden gemaakt zodat cliënten bij een scheiding niet onverwacht met financiële ‘verrassingen’ worden geconfronteerd. In voorkomende situaties kan de overdrachtsbelasting bij scheiding worden voorkomen door alsnog een (beperkte) gemeenschap aan te gaan.

Tot slot
Veranderingen in fiscale wetgeving en het (nog aan te kondigen) wettelijke indexeringspercentage voor onderhoudsverplichtingen zorgen er vaak voor dat men in de praktijk de behoefte voelt om eerder vastgestelde onderhoudsbijdragen voor kinderen en/of ex-partner opnieuw te berekenen. Als scheidingsprofessional kun je hierbij begeleiding bieden. Denk daarbij ook aan het model vaststellingsovereenkomst ingangsdatum onderhoudsvoorzieningen in de kennisbibliotheek en webshop dat in deze situaties kan worden gebruikt. Voor beide cliënten is het dan duidelijk wanneer de nog overeen te komen wijziging ingaat.

Alle door het Kabinet gedane voorstellen zijn nog niet definitief. Vaak vinden er nog (kleine) wijzigingen plaats. Als lid van onze praktijkondersteuning en/of gebruiker van Permanent Actueel houden we je uiteraard op de hoogte van alle relevante ontwikkelingen.


[1] Alle aangekondigde wijzigingen zijn nog onder voorbehoud
[2] Art. 2.10a lid 2 Wet IB 2001
[3] In het oorspronkelijke wetsvoorstel was dit 18 april 2025
[4] In het oorspronkelijke wetsvoorstel zou elke wijziging lieden tot verlies van het overgangsrecht

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025