25 november 2025
Een groot leeftijdsverschil tussen partijen kan het maken van pensioenafspraken bij een scheiding aanzienlijk compliceren. Wat partijen in onderling overleg overeenkomen, blijkt in de praktijk niet altijd uitvoerbaar. Onlangs boog het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over een zaak waarin deze problematiek centraal stond.
Wat was er aan de hand?
Maarten en Vera zijn 22 jaar gehuwd op het moment van scheiding. Maarten is 7 jaar ouder dan Vera. In hun scheidingsconvenant uit 2012 spreken zij het volgende af over de pensioenen:
Het pensioenfonds van Maarten laat in 2013 weten dat het deze afspraak niet kan uitvoeren, omdat het bij de standaardverevening niet mogelijk is voor de vereveningsgerechtigde om een andere ingangsdatum te kiezen dan de pensioengerechtigde leeftijd van de vereveningsplichtige Maarten.
Vera eist vervolgens van Maarten dat hij het mededelingsformulier ondertekent, zodat Maartens ouderdomspensioen alsnog volgens de standaardregeling verevend kan worden. Maarten is het hier niet mee eens.
Theoretisch kader en beslissing hof
De Wet VPS kent als hoofdregel dat de ex-echtgenoot recht heeft op de helft van het door de andere echtgenoot opgebouwde ouderdomspensioen tijdens het huwelijk. De betaling van het ouderdomspensioen gaat in op het moment dat de vereveningsplichtige de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
De Wet VPS biedt ruimte voor een aantal afwijkende afspraken, die vastgelegd moeten worden in huwelijkse voorwaarden of een scheidingsconvenant:
Het hof oordeelt dat het pensioen van Maarten alsnog volgens de standaardregeling verevend dient te worden. Het hof gebruikt hiervoor twee argumenten:
Het hof merkt ook nog op dat Vera en Maarten de door hen gewenste afspraak wel op een andere manier hadden kunnen maken. Als zij eerst de toepasselijkheid van de Wet VPS in hun convenant hadden uitgesloten, zouden ze vervolgens niet meer gebonden zijn aan de in de wet genoemde afwijkingen. Op die manier hadden Maarten en Vera hun maatwerkafspraak op een rechtsgeldige manier in het convenant kunnen opnemen. Bij dergelijke – niet in de Wet VPS genoemde - maatwerkafspraken kunnen de pensioenfondsen niet belast worden met de uitvoering hiervan.
Belang voor de praktijk
Bij een groot leeftijdsverschil voelt de toepassing van de standaardregeling uit de Wet VPS vaak onevenwichtig aan. Vera krijgt al recht op haar deel van Maartens ouderdomspensioen als Maarten de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, terwijl Maarten tot lang na zijn pensioeningangsdatum moet wachten op zijn deel van Vera’s pensioen tot Vera’s pensioenleeftijd.
Welke mogelijke oplossingen zijn er als er een groot leeftijdsverschil is tussen jouw cliënten?
Conversie
Bij conversie worden de aanspraken op het ouderdomspensioen en het opgebouwde nabestaandenpensioen omgezet in een eigen pensioenaanspraak. Maarten kan dan aanspraak maken op het pensioen van Vera op het moment dat hij met pensioen gaat. Op haar beurt kan Vera aanspraak maken op Maartens pensioen op het moment dat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Voordelen hiervan zijn:
Nadelen hiervan zijn:
Verevening op basis van een afwijkend percentage
Maarten en Vera kunnen afspreken dat Vera haar volledige ouderdomspensioen behoudt en dat Maarten in ruil daarvoor minder dan 50% van zijn tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen afstaat aan Vera. Zo worden voor Maarten de financiële gevolgen van het leeftijdsverschil verzacht, omdat hij meer overhoudt van zijn ouderdomspensioen.
Voordelen hiervan zijn:
Nadelen hiervan zijn:
Toepassing Wet VPS uitsluiten
Maarten en Vera kunnen ervoor kiezen om de toepassing van de Wet VPS uit te sluiten en allebei hun eigen ouderdomspensioen te houden.
Voordelen hiervan zijn:
Nadelen hiervan zijn:
Toepassing Wet VPS uitsluiten in combinatie met maatwerkafspraken
Zoals de uitspraak van het hof laat zien hadden Maarten en Vera hun afspraak wel op een rechtsgeldige manier kunnen maken als ze eerst de toepasselijkheid van de Wet VPS hadden uitgesloten. Bij deze constructie is het wél mogelijk om de verevening van het pensioen van Maarten in te laten gaan op het moment dat Vera de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Dit is echter geen ideale oplossing. Vera verspeelt haar rechtstreekse vorderingsrecht op de pensioenuitvoerder. Concreet betekent dit dat Maarten en Vera zelf moeten berekenen op welk deel van Maartens ouderdomspensioen Vera recht heeft. Fiscaal gezien is dit ook complex. Maarten ontvangt het volledige ouderdomspensioen en moet hierover belasting betalen. Maarten moet zelf het bruto bedrag waar Vera recht op heeft aan haar overmaken. Het bedrag dat Maarten aan Vera overmaakt is voor hem een persoonsgebonden aftrekpost[1]. Als een deel van deze aftrekpost in de hoogste tariefschijf valt, wordt Maarten geconfronteerd met de tariefcorrectie[2]. Vera is over het bedrag dat zij ontvangt inkomstenbelasting[3] en premie Zvw verschuldigd.
Vera en Maarten hadden ook nog kunnen kiezen voor pensioenverrekening, waarbij Maarten zijn opgebouwde pensioen volledig mag behouden. Vera krijgt in ruil daarvoor bijvoorbeeld de woning en hoeft Maarten niets of een lager bedrag te betalen vanwege de overwaarde. Ook pensioenverrekening kent fiscale implicaties: vermogen dat wordt ontvangen ter verrekening van een pensioenrecht, zal worden belast als periodieke uitkering en verstrekking. De (waarde van de) vergoeding kan als persoonsgebonden aftrek in mindering worden gebracht op het belastbare inkomen bij diegene die zijn pensioen behoudt en hier een ander vermogensbestanddeel tegenover zet. Dit kan fiscaal nagenoeg geruisloos worden afgewikkeld, mits partijen kiezen voor voljaarspartnerschap. Wel moet Vera dan rekening houden met een aanslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekeringswet. Ook krijgt zij mogelijk te maken met de tariefcorrectie indien een deel van haar aftrekpost in de hoogste tariefschijf valt.
Voordelen hiervan zijn:
Nadelen hiervan zijn:
Conclusie
Een afspraak maken over pensioenen bij een groot leeftijdsverschil vraagt om een zorgvuldige aanpak. Vraag als eerste stap gegevens op over de pensioenaanspraken, zodat je met partijen kunt verkennen welke scenario’s er zijn en welke implicaties die hebben op de financiële positie van beide partijen. Op deze wijze zorg je ervoor dat partijen goed geïnformeerd zijn en voor een evenwichtige oplossing kunnen kiezen.
Wees je ervan bewust dat jij als scheidingsprofessional een zorgplicht hebt richting je cliënten. De zorgplicht weegt extra zwaar bij afspraken die nadelig zijn voor één van beide partijen of als het kennisniveau van je cliënten laag is.
[1] Art. 6.3 lid 1a Wet IB 2001 jo. art. 1:155 BW
[2] Art. 2.10 lid 2 Wet IB 2001
[3] Art. 3.101 lid 1b Wet IB 2001
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.