Partneralimentatie tussen ex-samenwoners: hoe zit het fiscaal?

28 april 2026

Partneralimentatie tussen ex-samenwoners: hoe zit het fiscaal?


Hoewel ex-samenwoners geen wettelijke verplichting hebben tot het betalen van partneralimentatie, worden dergelijke afspraken in de praktijk regelmatig gemaakt. Deze uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien dat zulke betalingen onder omstandigheden toch fiscaal aftrekbaar kunnen zijn mits sprake is van een dringende morele verplichting tot levensonderhoud. 

Inleiding - Theoretisch kader
Maarten en Vera hebben een aantal jaren ongehuwd samengewoond en hebben twee kinderen gekregen. Na de breuk is Vera met de kinderen in Tsjechië gaan wonen. Maarten blijft in Nederland. Maarten en Vera sluiten een alimentatieovereenkomst. Hierin is een bijdrage voor het levensonderhoud van Vera overeengekomen van CZK 23.850 per maand. Daarnaast betaalt Maarten nog mee aan de autokosten en de huur van Vera. In totaal betaalt Maarten in 2020 CZK 371.392 (€ 14.395) aan Vera. Dit bedrag voert Maarten in zijn belastingaangifte over 2020 op als aftrek wegens onderhoudsverplichting. De belastinginspecteur weigert de aftrek omdat:

  •     Maarten heeft onvoldoende inzicht gegeven in de financiële situatie van Vera. Hierdoor kan de bestedingsbehoefte van Vera niet worden beoordeeld. Hierdoor kan niet worden beoordeeld of de bedragen zijn betaald op grond van een dringend morele verplichting. 
  •     Vera verdient met haar eigen inkomen ongeveer het minimumloon in Tsjechië. Tezamen met de betaling van Maarten beschikt zij over driemaal het minimumloon in Tsjechië. Dat is een indicatie dat er geen sprake is van een dringend morele verplichting.

De rechtbank beoordeelt of: 

  • naar objectieve maatstaven sprake is van in rechte vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, 
  • die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud, 
  • op het moment van het sluiten van de alimentatie-overeenkomst.

Als daaraan is voldaan, dan dient te worden getoetst tot welke bedrag die verplichting bestaat.  

De rechtbank komt op basis van de feitelijke omstandigheden in deze specifieke casus tot de conclusie dat Maarten de bedragen betaald heeft op grond van een dringende morele verplichting. Het bedrag dat in aftrek kan worden gebracht is het in de alimentatie-overeenkomst afgesproken bedrag van CZK 286.200 (CZK 23.850 maal 12). Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat:

  • Maarten en Vera tijdens hun relatie een bovengemiddelde levensstandaard hadden vanwege het hoge inkomen van Maarten.
  • Vera na het verbreken van de relatie een beperkt inkomen had, mede omdat zij de zorg voor de  kinderen droeg.
  • Het bedrag dat Maarten aan Vera betaalt is gezien de kosten van levensonderhoud in Tsjechië niet buitenproportioneel hoog.  

Belang voor de praktijk
Anders dan bij gehuwden of geregistreerde partners geldt tussen samenwoners geen wettelijke alimentatieverplichting. In sommige gevallen vinden ex-partners het redelijk dat de ene partner voor een bepaalde periode in het levensonderhoud van de andere partner voorziet of is dit contractueel afgesproken (in bijvoorbeeld de samenlevingsovereenkomst). De betaalde alimentatie tussen ex-samenwoners is echter alleen aftrekbaar  [1]  /belast voor zover deze rust op een dringende morele verplichting (natuurlijke verbintenis). Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, is de alimentatie in fiscale zin een schenking en dient hierover schenkbelasting te worden voldaan. 

Uit praktische overwegingen heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben als de Belastingdienst voor de beoordeling van de aanvaardbare hoogte van partneralimentatie voor de inkomstenbelasting en schenkbelasting aansluit bij de Tremanormen.  [2]   Voor zover het tussen ex-samenwoners overeengekomen alimentatiebedrag deze normen niet overschrijdt, wordt de alimentatie geacht te strekken tot het voldoen van een natuurlijke verbintenis. Voor de praktijk biedt dit houvast, al is een rechter hier niet aan gebonden zoals blijkt uit bovenstaande uitspraak.


 [1]   Art. 6.3 lid 1 onder f Wet IB 2001
[2] Ministerie van Financiën 24 juni 2015, nr. BLKB 2014-1684.




Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2026