Parket Hoge Raad is duidelijk en stelt dat voorhuwelijks vergoedingsrecht toch halveert!

4 februari 2025

Parket Hoge Raad is duidelijk en stelt dat voorhuwelijks vergoedingsrecht toch halveert!

Halveert een voorhuwelijks vergoedingsrecht dat betrekking heeft op een gezamenlijke woning nu wel of niet als je trouwt na 1 januari 2018? Het Parket van de Hoge Raad adviseert de Hoge Raad nu dat dergelijke vergoedingsrechten halveren! The saga continues!


Halveert een voorhuwelijks vergoedingsrecht dat betrekking heeft op een gezamenlijke woning nu wel of niet als je trouwt na 1 januari 2018? Het Parket van de Hoge Raad adviseert de Hoge Raad nu dat dergelijke vergoedingsrechten halveren! The saga continues!

Inleiding - Theoretisch kader
Sinds de invoering van de nieuwe (beperkte) gemeenschap van goederen, die geldt voor huwelijken gesloten na 1 januari 2018, leeft de vraag of een voorhuwelijks vergoedingsrecht dat betrekking heeft op een gezamenlijke woning halveert door het sluiten van het huwelijk. De wet en de parlementaire geschiedenis zijn daarover zeer duidelijk!

  • Artikel 1:94 lid 7 BW bepaalt dat alle schulden die betrekking hebben op goederen die reeds vóór de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden in de gemeenschap vallen.
  • In de parlementaire geschiedenis wordt dit toegelicht met het volgende voorbeeld:[1] “In dit verband dient nog te worden gewezen op de problematiek die ontstaat indien een echtgenoot ter zake van een vóór het huwelijk op beider naam verkregen woning bij de verkrijging meer heeft ingebracht dan de andere echtgenoot. Naar huidig recht ontstaat een vergoedingsrecht van de ene partner op de andere partner. Als zij vervolgens trouwen na 01-01-2018 (in beperkte gemeenschap van goederen), zal de gezamenlijke woning en gezamenlijke hypotheekschuld in de gemeenschap vallen. Het voorhuwelijkse vergoedingsrecht is een goed dat tot het voorhuwelijks vermogen behoort en dus niet in de gemeenschap valt. De schuld daarentegen is een schuld die is ontstaan bij de verwerving van zijn of haar onverdeeld aandeel in de gemeenschappelijke woning en daardoor in de gemeenschap valt.”

Deze uitleg zou leiden tot situaties waarbij vergoedingsrechten die zijn ontstaan voor het huwelijk door het sluiten van het huwelijk ineens halveren. Naar onze smaak is dit een omissie in de wet. De rechtelijke macht was ook niet zo enthousiast over deze uitleg. Er zijn namelijk diverse uitspraken gepubliceerd waarin werd afgeweken van de wettekst en de uitleg in de parlementaire geschiedenis:

  • Rechtbank Noord Nederland - 4 juni 2022[2]
  • Beslist dat het onwenselijk is dat het vergoedingsrecht door de uitleg van de wet halveert.
  • Hof Arnhem Leeuwarden - 6 juli 2023[3]
  • Vergoedingsrecht met geld dat onder uitsluiting was ontvangen. Naar het oordeel van het hof mag het voorhuwelijkse vergoedingsrecht dat onder uitsluitingsclausule is ontvangen door het huwelijk niet worden geraakt. Anders zouden partijen alleen om een dergelijke vordering niet teniet te laten gaan verplicht zijn om partnerschapsvoorwaarden overeen te komen.
  • Hof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2024[4]
  • Op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid dient de schuld van de man aan de vrouw buiten het bereik van de beperkte gemeenschap te blijven. Het vergoedingsrecht halveert dus niet.
  • Hof Den Bosch - 31 oktober 2024[5]
  • Het hof deelt het standpunt van de vrouw dat het aangaan van het geregistreerd partnerschap niet mee brengt dat het bestaande vorderingsrecht van de vrouw in verband met aflossingen op de schuld van de man “halveert”.

Tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2024 is cassatie ingesteld. Die uitspraak ging over een vergoedingsrecht van de man op de vrouw omdat deze de aankoopsom van € 383.769 van de gezamenlijke woning volledig had betaald. In dat kader had hij op grond van artikel 6:10 lid 2 BW een vergoedingsrecht van € 191.884 dat volgens het Hof niet halveerde.[6]

Het Parket van de Hoge Raad heeft nu een advies gegeven aan de Hoge Raad ten aanzien van het voorhuwelijkse vergoedingsrecht. Dat advies houdt in dat het vergoedingsrecht op basis van de wet en de parlementaire geschiedenis wel dient te halveren.

Het Parket van de Hoge Raad
De Advocaat-Generaal (diegene die het advies heeft opgesteld) kan het zich voorstellen dat e.e.a. onredelijk uitpakt. Zowel de man als de vrouw zullen er immers niet op bedacht zijn dat het vergoedingsrecht door het huwelijk halveert. Dit is volgens de AG echter het resultaat van de keuze die de wetgever in het kader van art. 1:94 lid 7 BW heeft gemaakt. Een andere keuze, waarbij het vergoedingsrecht niet zou halveren, was ook denkbaar geweest. Die keuze heeft de wetgever echter niet gemaakt. Hierdoor kan niet worden voorbijgegaan aan wat de wetgever voor ogen heeft gehad.

Analyse de Scheidingsdeskundige
In eerdere publicaties hebben wij al aangegeven dat wij niet enthousiast zijn over gevolgen van toepassing van de letterlijke wettekst en de uitleg in de parlementaire geschiedenis. Wij kunnen het ons, net als de hoven, niet voorstellen dat beide echtgenoten deze uitkomst voor ogen hebben gehad.

Met de diverse hof uitspraken in het achterhoofd hebben wij eerder het advies gegeven dat het, wat ons betreft, passend is om voorbij te gaan aan de strikte uitleg van de wettekst die leidt tot halvering van het vergoedingsrecht. Dit sloot op dat moment immers ook aan bij de uitleg van de diverse hoven.

Gezien deze conclusie kunnen wij niet anders dan ons advies aanpassen. Met de kennis van vandaag dien je zowel de zienswijze van de hoven te betrekken als de zienswijze die is verwoord in het advies aan de Hoge Raad. Eerder spraken wij de wens al uit dat dit, voor de scheidingspraktijk enorm belangrijke vraagstuk, bij de Hoge Raad op het bureau zou komen. Dat moment komt steeds dichterbij. We houden je op de hoogte!

Wil je meer weten over het (nieuwe) huwelijksvermogensrecht? De Scheidingsdeskundige biedt diverse opleidingen rondom dit actuele thema zoals bijvoorbeeld:

Leergang Erkend Scheidingsadviseur
Knelpunten nieuw huwelijksvermogensrecht


[1] Voor de leesbaarheid is de tekst aangepast
[2] Rechtbank Noord Nederland 24 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:2177
[3] Hof Arnhem-Leeuwarden 6 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5758
[4] Hof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1409
[5] Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 31 oktober 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3406
[6] Art. 6:10 lid 2 BW (grondslag vergoedingsrecht – regresvordering in verband met voldoen schuld van partner)

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025