Jongmeerderjarige op eigen benen en twee andere wijzigingen in het rechtbankbeleid

28 oktober 2025

Jongmeerderjarige op eigen benen en twee andere wijzigingen in het rechtbankbeleid

De rechtbanken hebben onlangs drie belangrijke procedurele wijzigingen doorgevoerd binnen het familierecht die direct van invloed zijn op de scheidingspraktijk. Vooral de positie van de jongmeerderjarige, wiens ouders uit elkaar gaan, verandert ingrijpend. Daarnaast zijn er aanpassingen rondom de huwelijksakte en het kindgesprek die iedere professional in dit vakgebied zou moeten kennen.


De rechtbanken hebben onlangs drie belangrijke procedurele wijzigingen doorgevoerd binnen het familierecht die direct van invloed zijn op de scheidingspraktijk. Vooral de positie van de jongmeerderjarige, wiens ouders uit elkaar gaan, verandert ingrijpend. Daarnaast zijn er aanpassingen rondom de huwelijksakte en het kindgesprek die iedere professional in dit vakgebied zou moeten kennen.
In dit artikel lichten we de wijzigingen toe, met aandacht voor de gevolgen voor de scheidingspraktijk.

Afschrift huwelijksakte
De advocaat dient het gezamenlijke verzoekschrift tot scheiding te voorzien van een afschrift van de huwelijksakte.[1] Bij scheidingen gold tot voor kort dat een afschrift van een huwelijksakte niet ouder mocht zijn dan drie maanden op het moment van het indienen van het verzoekschrift. Bij scheidingen op gezamenlijk verzoek is dit vereiste nu vervallen, mits het huwelijk ingeschreven is in de Basisregistratie Personen (BRP).

Belang voor de praktijk

  • Als cliënten al een afschrift van de huwelijksakte in hun bezit hebben, hoeven ze dit niet opnieuw aan te vragen.
  • Als scheidingsprofessional kun je je cliënten meteen aan het begin van het traject de huwelijksakte laten opvragen zonder het risico dat deze verloopt.

Let op: voor afschriften van de geboorteaktes van minderjarige kinderen geldt nog steeds dat ze niet ouder dan drie maanden mogen zijn.

Leeftijdsgrens kindgesprek verlaagd van 12 naar 8 jaar
Minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) krijgen vanaf een bepaalde leeftijd een uitnodiging voor een gesprek met de rechter bij scheiding van hun ouders.[2] Dit heet een kindgesprek. Een kort informeel gesprek waarbij het kind mag vertellen wat hij of zij van de situatie vindt. Ouders of verzorgers zijn zelf niet bij het gesprek aanwezig.

Tot 1 juli werden doorgaans alleen kinderen ouder dan 12 jaar uitgenodigd voor een kindgesprek. Wanneer bij het verzoekschrift een kindverklaring was meegestuurd, zagen sommige rechtbanken zelfs helemaal af van het uitnodigen van kinderen.

Sinds 1 juli nodigen rechtbanken standaard kinderen vanaf 8 jaar per brief uit voor een kindgesprek. Dit gebeurt ook bij gezamenlijke verzoekschriften en ook als de advocaat al een kindverklaring meegestuurd heeft met het verzoekschrift. Deelname aan het kindgesprek is vrijwillig. Kinderen mogen het gesprek afzeggen of een brief of e-mail sturen aan de rechtbank met hun reactie.

Met deze wijziging is aansluiting gezocht bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IRVK). Hierin staat dat kinderen het recht hebben om hun mening te geven in zaken die hen aangaan en dat rekening gehouden moet worden met die mening, afhankelijk van de leeftijd en de rijpheid van het kind. In het IRVK is geen leeftijdsgrens opgenomen voor de betrokkenheid van kinderen.

Belang voor de praktijk
Als jouw cliënten minderjarige kinderen hebben van 8 jaar en ouder krijgen zij bij een scheiding te maken met dit nieuwe beleid. Ook ingeval van bekrachtiging van een ouderschapsplan door de rechtbank na beëindiging van de samenwoning van ouders, worden kinderen vanaf 8 jaar uitgenodigd. Het is van belang dat jij je cliënten met minderjarige kinderen informeert over wat ze kunnen verwachten. Voor kinderen kan het indrukwekkend zijn om een brief van de rechtbank te ontvangen, dus het is goed om hen hierop voor te bereiden.

Nu de rechtbank zelf alle kinderen vanaf 8 jaar benadert, verliest de kindverklaring zijn toegevoegde waarde. Naar onze mening is het niet meer nodig om deze te gebruiken in het scheidingsproces. Deze zijn dan ook verwijderd uit de kennisbibliotheek.

Er zijn betere alternatieven om binnen de scheidingspraktijk te zorgen voor betrokkenheid van de kinderen. Je kunt het kind eventueel uitnodigen voor een gesprek, zodat je je zelf een beeld kunt vormen van de zaken die belangrijk zijn voor het kind. Daarbij kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de kindplannen van KIES.[3] Deze kindplannen zijn ontwikkeld door het Expertisecentrum Kind en Echtscheiding. De kindplannen zijn een contract tussen kinderen/jongeren en hun ouders. Ze zijn geschreven vanuit het perspectief van het kind en helpen kinderen om hun wensen en behoeften kenbaar te maken, zodat ouders daar rekening mee kunnen houden bij het maken van het ouderschapsplan. De kindplannen zijn gemaakt voor vier verschillende leeftijdscategorieën: 0-3 jaar, het kleuterplan (4-6 jaar), het kindplan (7-12 jaar) en het jongerenplan (13-17 jaar). De kindplannen zijn beschikbaar in verschillende talen. De kindplannen zijn te downloaden in de kennisbibliotheek.

Positie jongmeerderjarige in scheidingsprocedure
Op grond van art 1:395a BW zijn ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen tot 21 jaar. In de praktijk worden de afspraken over de jongmeerderjarige doorgaans opgenomen in het convenant of het ouderschapsplan. Met een volmacht van de jongmeerderjarige worden de stukken naar de rechtbank gestuurd, waarna de rechter het convenant en ouderschapsplan bekrachtigt.

Een prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad op 9 mei 2025 heeft deze werkwijze op losse schroeven gezet. Kort gezegd draaide de uitspraak om de vraag of onderhoudsbijdrage van een jongmeerderjarige binnen de echtscheidingsprocedure van diens ouders kan worden vastgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet mogelijk is, omdat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hiervoor geen aanknopingspunten biedt. De jongmeerderjarige heeft een eigen aanspraak jegens zijn ouders en kan niet ‘meeliften’ op het verzoekschrift in de scheidingsprocedure. Als de jongmeerderjarige een executoriale titel wenst, moet hij een eigen procedure starten, die desgewenst gelijktijdig met de echtscheidingsprocedure kan worden behandeld.

Naar aanleiding van deze uitspraak van de Hoge Raad heeft de rechtbank Overijssel reeds haar beleid aangepast. Volmachten van jongmeerderjarigen worden bij deze rechtbank niet langer geaccepteerd. Als het convenant of ouderschapsplan toch afspraken bevat over een onderhoudsbijdrage voor een jongmeerderjarige, worden de ouders niet-ontvankelijk verklaard voor dat deel van het verzoekschrift. Vanaf 1 januari 2026 wordt zelfs het gehele verzoekschrift niet-ontvankelijk verklaard indien dit afspraken over de jongmeerderjarige bevat. De verwachting is dat andere rechtbanken hun werkwijze ook zullen aanpassen.

Belang voor de praktijk
Als je cliënten begeleidt met jongmeerderjarige kinderen, is het van belang dat je informeert bij de advocaat die het verzoekschrift gaat indienen of de rechtbank het nieuwe beleid al heeft geïmplementeerd. Als dit het geval is, kun je niet meer met een volmacht werken. Afspraken over de onderhoudsbijdrage kun je niet langer opnemen in een ouderschapsplan of convenant.

In plaats daarvan kun je eventueel een aparte overeenkomst maken tussen de ouders en de jongmeerderjarige opnemen. De Scheidingsdeskundige heeft navraag gedaan bij de Mediatorsfederatie Nederland (Mfn) en zij geven aan dat in zo’n geval een aparte mediationovereenkomst nodig is waarbij de jongmeerderjarige als partij is opgenomen. De Scheidingsdeskundige heeft navraag gedaan bij de Raad voor Rechtsbijstand of het mogelijk is om voor een overeenkomst met de jongmeerderjarige een toevoeging aan te vragen. Op het moment van schrijven van dit artikel is hier nog geen uitsluitsel over.

De overeenkomst over de onderhoudsbijdrage kan niet worden meegestuurd in de scheidingsprocedure naar de rechtbank en krijgt dus geen executoriale titel. Om een executoriale titel te verkrijgen, dient de jongmeerderjarige zelf een verzoekschrift in te dienen en daarvoor advocaat- en griffiekosten te betalen. De jongmeerderjarige krijgt vervolgens een eigen beschikking. Overigens zal de advocaat die de ouders hebben ingeschakeld, niet ook het verzoekschrift van de jongmeerderjarige willen indienen, omdat dit ingaat tegen de gedragsregels van de advocatuur.

Al met al is de nieuwe werkwijze een stuk omslachtiger voor de scheidingsprofessional, de ouders en de jongmeerderjarige. De Hoge Raad laat zich nu eenmaal niet leiden door wat praktisch is.

In verband met alle procedurele wijzigingen, hebben we in de kennisbibliotheek de procedure in verband met het indienen van het verzoekschrift bij ons huisadvocaat SBD aangepast. De volmacht jongmeerderjarige kan alleen nog worden gebruikt bij rechtbanken die hun werkwijze nog niet hebben aangepast. Bij procedures via onze huisadvocaat SBD is gebruik van de volmacht niet meer mogelijk. Daarnaast hebben we een modelovereenkomst opgenomen voor het vastleggen van de afspraken met de jongmeerderjarige. Tot slot hebben we de kindverklaring verwijderd uit de kennisbibliotheek.


[1] Art. 815 lid 5 onder a RV
[2] Art. 809 RV
[3] www.kiesvoorhetkind.nl





Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025