“Nieuwe” wettelijke gemeenschap van goederen en zaaksvervanging, opletten geblazen!

13 januari 2026

“Nieuwe” wettelijke gemeenschap van goederen en zaaksvervanging, opletten geblazen!


Met de komst van de nieuwe gemeenschap van goederen is de relevantie van zaaksvervanging toegenomen. Als professional dien je goed te onderzoeken of er sprake is van zaaksvervanging. Hierdoor kan voorkomen worden dat een goed wordt verdeeld dat eigenlijk niet tot de gemeenschap behoorde. 

Wat was er aan de hand?
Maarten en Vera zijn, na een periode van samenwonen, in 2022 gehuwd zonder dat ze huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld. Maarten is succesvol ondernemer en vindt het belangrijk dat Vera in een mooie auto rijdt.

In 2020 heeft Maarten een gloednieuwe Audi Q2 gekocht. Vera heeft daar veel plezier van totdat zij haar droomauto ziet langskomen; een Range Rover Evoque. Maarten is de beroerdste niet en besluit een mooi tweedehands exemplaar aan te schaffen voor € 43.250. De Audi wordt ingeruild voor € 26.000. Het verschil van € 17.500[1] is voldaan vanuit de gemeenschap van goederen. Vera betaalt de wegenbelasting en de premie voor de Wa + Casco (allrisk) verzekering. 

Maarten en Vera raken in een scheiding verwikkeld waarbij de emoties hoog oplopen. Op een onverwachts moment rijdt Vera de auto volledig in de prak. Gelukkig is alleen de auto total loss. De verzekeringsmaatschappij keert de dagwaarde van de auto uit à € 43.250. 

Zienswijze Vera
Vera is van mening dat Maarten haar beide auto’s heeft geschonken en dat de verzekeringsuitkering daarom tot haar privévermogen behoort. Zij hoeft de uitkering volgens haar daarom niet te verdelen. Zij onderbouwt haar stelling dat er sprake is van een schenking met de volgende feiten:

  •     De auto’s stonden uitsluitend om praktische redenen op naam van Maarten
  •       Maarten reed een andere auto
  •       Vera betaalde de wegenbelasting
  •       Vera betaalde de WA + Casco (allrisk)verzekering

Zienswijze Maarten
Volgens Maarten was hij eigenaar van zowel de Audi als de Range Rover. Hij heeft beide auto’s betaald en geleverd gekregen. Beide auto’s stonden op zijn naam. De Audi behoorde tot zijn privévermogen omdat hij deze voorafgaande aan het huwelijk al in eigendom had.[2] De Range Rover is door zaaksvervanging tot zijn privévermogen gaan behoren.[3] Er is volgens Maarten sprake van zaaksvervanging omdat de Range Rover uitsluitend aan hem geleverd is en dat meer dan de helft van het aankoopbedrag is voldaan uit zijn privévermogen (door middel van het inruilen van de Audi). Het tekort van € 17.500 (€ 43.250 – € 26.000) is voldaan met gemeenschapsgeld. Maarten ontkent dat er sprake is geweest van een schenking aan Vera. 

Zienswijze Rechtbank
Vaststaat dat de Range Rover tijdens het huwelijk is aangeschaft voor een bedrag van € 43.250. Dit bedrag is voor een deel gefinancierd met de inruil van de Audi ter waarde van € 26.000. Het restant ad. € 17.500 is voldaan met gemeenschapsgeld. Dit maakt dat de Range Rover voor meer dan de helft is gefinancierd met privégeld van de man en daarmee via zaaksvervanging buiten de huwelijksgemeenschap blijft en tot het privévermogen van de man behoort.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw. De vrouw heeft immers nadat de Range Rover total loss is verklaard van de verzekering de dagwaarde ontvangen, te weten een bedrag van € 43.250, op haar privé bankrekening. 

Met betrekking tot de hoogte van het vergoedingsrecht overweegt de rechtbank als volgt:

Bij het vaststellen van de hoogte van vergoedingsrechten dient in principe de beleggingsleer toegepast te worden.[4] Voor verbruiksgoederen, zoals een auto, is echter een uitzondering gemaakt.[5] Dergelijke vergoedingsrechten dienen nominaal vastgesteld te worden. De achterliggende gedachte hiervan is dat bij goederen die per definitie in waarde dalen (zoals auto’s) de beleggingsleer niet redelijk zou uitpakken, omdat de waardedaling van het goed (als gevolg van het gebruik) er dan steeds toe zou leiden dat op het moment van afrekening van het vergoedingsrecht slechts een fractie van het geïnvesteerde bedrag hoeft te worden vergoed. 

De rechtbank is van oordeel dat de man een vergoedingsrecht heeft op de vrouw van € 26.000. Daarnaast heeft de huwelijksgemeenschap een vergoedingsrecht op de vrouw ter hoogte van € 17.500. Deze huwelijksgemeenschap is dan wel ontbonden op 26 september 2024, maar is nog niet verdeeld. De vrouw moet dan ook een bedrag van € 17.500 aan de huwelijksgemeenschap voldoen waarvan ieder van partijen vervolgens een bedrag toekomt van (€17.500 / 2) € 8.750. In de praktijk betekent dit dat de vrouw een bedrag van (€ 26.000 + € 8.750) € 34.750 aan de man moet betalen.

Belang voor de praktijk
Sinds de invoering van de “nieuwe” wettelijke gemeenschap van goederen in 2018 is het zeer waarschijnlijk dat jouw cliënten naast gemeenschapsvermogen ook over (aanzienlijk) privévermogen beschikken. De kans dat je in de praktijk geconfronteerd wordt met het fenomeen zaaksvervanging is daardoor enorm toegenomen. De regels van zaaksvervanging zijn duidelijk; als het goed  [6]  voor meer dan de helft is voldaan uit privévermogen en uitsluitend is geleverd aan de echtgenoot die meer dan de helft van het aankoopbedrag uit diens privévermogen heeft voldaan is sprake van zaaksvervanging waardoor het goed, in tegenstelling tot de hoofdregel dat het goed in de gemeenschap valt, tot diens privévermogen gaat behoren. Dat betekent dat een specifiek goed in zijn geheel niet tot de gemeenschap behoort en dus niet verdeeld hoeft te worden. Bij het in kaart brengen van de omvang van de gemeenschap dient daarom goed geïnventariseerd te worden hoe het betreffende goed is gefinancierd en aan wie het betreffende goed geleverd is.

Als niet goed wordt geïnventariseerd kan het voorkomen dat een goed wordt verdeeld terwijl het eigenlijk niet verdeeld had moeten worden. Als professional wil je dat natuurlijk voorkomen. 

In deze casus zien we dat naast privévermogen voor de aankoop van de Range Rover ook gemeenschapsgeld is gebruikt. Hierdoor is er sprake van een vermogensverschuiving waardoor bij echtgenoten meestal een vergoedingsrecht ontstaat. Dit vergoedingsrecht is een opzichzelfstaand vermogensbestanddeel dat op twee plaatsen in de vermogensopstelling terug dient te komen. In deze casus als vordering van de gemeenschap en als schuld van het privévermogen van Vera.  


 [1]   De uitkomst van deze som is eigenlijk € 17.250. De rechtbank gebruikt in haar uitspraak echter de getallen die in de tekst staan en voor de vergelijkbaarheid zijn die daarom ook aangehouden in dit artikel.
 [2]   Art. 1:94 lid 2 BW
 [3]   Art. 1:95 lid 1 BW
 [4]   Art. 1:87 lid 2 BW
 [5]   Art. 1:87 lid 3 sub b BW
 [6]   Art. 3:1 BW




Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2026