7 oktober 2025
De Rechtbank Den Haag oordeelt op 15 juli 2025 dat een vader niet langer aan een aanvullende alimentatieafspraak in het ouderschapsplan hoeft te voldoen. Wat waren de overwegingen van de rechtbank en welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de praktijk?
De Rechtbank Den Haag oordeelt op 15 juli 2025 dat een vader niet langer aan een aanvullende alimentatieafspraak in het ouderschapsplan hoeft te voldoen. Wat waren de overwegingen van de rechtbank en welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de praktijk?
Wat was er aan de hand?
Maarten en Vera woonden ongehuwd samen en zijn de ouders van Kate (2011), over wie zij samen het ouderlijk gezag hebben. In 2023 gaan Maarten en Vera uit elkaar en bekrachtigt de rechtbank het door hen in onderling overleg overeengekomen ouderschapsplan.
Het ouderschapsplan is opgesteld door de advocaat van Vera. Maarten en Vera kiezen voor co-ouderschap. Kate heeft het hoofdverblijf bij haar moeder. In het ouderschapsplan is afgesproken dat Maarten niet alleen € 81 per maand kinderalimentatie aan Vera betaalt, maar ook de helft van de verblijfsoverstijgende kosten, zoals school, sport, hobby’s, medische behandelingen etc.
Deze afspraak is bijzonder omdat volgens het Rapport alimentatienormen de verblijfsoverstijgende kosten betaald moeten worden door de ouder bij wie het kind het hoofdverblijf heeft, in dit geval dus door Vera. De kinderalimentatie houdt al rekening met Maartens aandeel in de verblijfsoverstijgende kosten. Hij zou hier op basis van de wettelijke normen geen extra bedrag voor hoeven te betalen.
Een jaar later verzoekt Vera de rechtbank om de zorgregeling in het ouderschapsplan aan te passen. Op het moment van de uitspraak is er geen contact meer tussen Maarten en Kate. Maarten en Vera zijn het erover eens dat dit moet leiden tot een aanpassing van de kinderalimentatie. Zij vinden het beiden logisch dat Maarten een lagere zorgkorting krijgt.
Zij zijn het echter oneens over de voortzetting van de afspraak over de verdeling van de verblijfsoverstijgende kosten. Maarten wil niet langer de helft van deze kosten betalen, omdat hier bij het vaststellen van de hoogte van de kinderalimentatie reeds rekening mee is gehouden. Hij verzoekt de rechter de afspraak om de helft van de verblijfsoverstijgende kosten te betalen te laten vervallen. Hij voert aan dat hij bij het ondertekenen van het ouderschapsplan niet wist dat hij met deze afspraak afweek van de wettelijke maatstaven. Hoewel hij bij het opstellen van het ouderschapsplan aangegeven had juridisch advies in te zullen winnen, heeft hij dit uiteindelijk niet gedaan. Hij vertrouwde erop dat het alimentatievoorstel van de advocaat juist was en was zich er niet van bewust dat hij meer betaalde dan de norm.
Vera wil juist dat de afspraak in stand blijft. Zij stelt dat het op de weg van Maarten had gelegen om zelf juridisch advies in te winnen.
Theoretisch kader en beslissing rechtbank
In artikel 1:401 lid 5 BW is bepaald dat een overeenkomst betreffende levensonderhoud kan worden gewijzigd of ingetrokken, als zij is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Het gaat dan om gevallen waarin partijen onopzettelijk door onjuist inzicht of onjuiste gegevens van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken.
Rechters zijn doorgaans terughoudend wanneer er een beroep wordt gedaan op dit wetsartikel: er moet sprake zijn van een disbalans tussen de onderhoudsbijdrage die een rechter normaal gesproken zou hebben vastgesteld en de bijdrage die partijen zijn overeengekomen.
De rechtbank oordeelt dat er in dit geval sprake is van een grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Maarten heeft onopzettelijk door onjuist inzicht ingestemd met de afwijkende afspraak. Cruciaal is voor de rechtbank dat uit de concept-stukken van de advocaat nergens bleek dat er sprake was van een afwijking van het Rapport alimentatienormen, hetgeen wel verwacht mocht worden omdat de kinderalimentatie voor het overige wel volgens deze norm was berekend. De rechtbank vindt het dan ook begrijpelijk dat Maarten vertrouwde op het voorstel van de advocaat van Vera.
Met ingang van de datum van de uitspraak is Maarten niet langer verplicht om de helft van de verblijfsoverstijgende kosten te betalen.
Belang voor de praktijk
Bij de afwikkeling van een scheiding hebben ouders regelmatig zelf al een vastomlijnd idee over het bedrag aan kinderalimentatie dat zij willen afspreken. Vaak zijn ze dat schattenderwijs overeengekomen. Daarbij valt op dat het voor ouders lastig is om een realistische inschatting te maken van de kosten van de kinderen.
Als scheidingsprofessional is het jouw taak om ouders goed te informeren. In onze optiek betekent dit dat je bij elke casus een berekening maakt volgens het Rapport alimentatienormen en dit met je cliënten bespreekt. Zo borg je dat jouw cliënten op de hoogte zijn van de wettelijke maatstaven.
Als jouw cliënten wensen af te wijken van deze Tremanormen, is het van belang dat jij toetst bij je cliënten of de afspraken die zij voor ogen hebben haalbaar zijn. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het bij kinderalimentatie niet toegestaan is ten nadele van de kinderen af te wijken.[1] Ook als ouders ten gunste van de kinderen willen afwijken, is enige bezinning op zijn plaats. Uit de rechtspraak blijkt dat een beroep op grove miskenning van de wettelijke maatstaven niet eenvoudig is. Ouders zijn dus in beginsel gebonden aan de afspraak die ze hebben gemaakt.
Tot slot raden wij aan om in het ouderschapsplan altijd de uitkomst van de alimentatieberekening volgens de Tremanormen op te nemen, juist ook als ouders hiervan willen afwijken. Zorg voor een duidelijke beschrijving van de afwijkende afspraak in het ouderschapsplan. Zo kun je aantonen dat jij je cliënten goed hebt geïnformeerd en dat zij bewust zijn afgeweken. Het wordt voor cliënten dan lastig om achteraf nog een beroep te doen op artikel 1:401 lid 5 BW.
Een zorgvuldige begeleiding van cliënten bij het maken van de alimentatieafspraken en een goede vastlegging daarvan zorgt na de scheiding voor minder onduidelijkheden en conflicten tussen de ouders. Ook maak je de kans kleiner dat jij als professional geconfronteerd wordt met een klacht of aansprakelijkheidsstelling.
[1] Hoge Raad 19 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:422 en Hoge Raad 1 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1689
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.