Kennisgroepstandpunten co-ouders en inkomensafhankelijke combinatiekorting

27 februari 2024

Kennisgroepstandpunten co-ouders en inkomensafhankelijke combinatiekorting

Het eens baanbrekende kennisgroepstandpunt over de 78 dagen-eis voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna 'IACK’) is vervallen. Dit heeft alles te maken met de aanpassing van art. 8.14a Wet IB 2001 per 1 januari 2024. Daarnaast werd een nieuw standpunt door de kennisgroep gepubliceerd inzake de IACK en bird nesting. Ontdek de praktijkimplicaties van deze veranderingen.. [lees verder...]        
➡️ De Scheidingsdeskundige is een een kennis- en opleidingscentrum voor professionals die betrokken zijn bij het scheidingsproces. Wij hebben maar 1 doel: Het verbeteren van de kwaliteit van scheidingsbegeleiding in Nederland! 🗞️ Wekelijks delen wij door ons geselecteerde relevante ontwikkelingen of verdieping. Wij vatten de essentie voor je samen en vertalen dit naar jouw praktijk. Ieder artikel bevat bronnen voor als je verder wilt lezen. Ook krijg je tips. Een artikel sluit af met een prikkelende stelling of vraag. Op die manier maken we het bijhouden van kennis efficiënt, inspirerend en praktijkgericht! 👍 Heb je een abonnement op Permanent Actueel of Praktijkondersteuning? Dan lees je dit artikel kosteloos via jouw persoonlijke leeromgeving. 💡 Nog geen abonnement? Ervaar nu zelf het gemak van Permanent Actueel met een gratis proefabonnement en blijf eenvoudig up-to-date over ontwikkelingen in de scheidingspraktijk: Lees het gehele artikel met een gratis proefabonnement!  
Vind je dit artikel interessant voor jouw collega of netwerk? Deel dit dan via onderstaande link:

Het eens baanbrekende kennisgroepstandpunt over de 78 dagen-eis voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna 'IACK’) is vervallen. Dit heeft alles te maken met de aanpassing van art. 8.14a Wet IB 2001 per 1 januari 2024. Daarnaast werd een nieuw standpunt door de kennisgroep gepubliceerd inzake de IACK en bird nesting. Ontdek de praktijkimplicaties van deze veranderingen.

Inleiding
De IACK is een belangrijk inkomensbestanddeel na een scheiding en kan oplopen tot maar liefst € 2.950 per jaar (2024). Bij co-ouderschap kunnen beide ouders recht hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Hiervoor gelden specifieke voorwaarden, met name voor de co-ouder bij wie geen kind staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie (BRP). Ondanks de plannen voor afschaffing van de IACK in een van de komende jaren[1], blijft deze regeling relevant voor kinderen die vóór de datum van afschaffing zijn geboren. In een meerjarenperspectief kan het financiële belang van de inkomensafhankelijke combinatiekorting oplopen tot wel € 30.000! Standpunten ten aanzien van de IACK zullen de aankomende periode dan ook hun relevantie behouden.

Co-ouderschap, IACK en 78 dagen-eis
Vorig jaar informeerden we je uitgebreid over het baanbrekende kennisgroepstandpunt inzake co-ouderschapsregeling en de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Naar aanleiding van een Hoge Raad uitspraak[2] bleek dat het voor het recht op IACK van een (co-)ouder voldoende is als een kind in een periode van zes maanden ten minste 78 dagen in een doorgaans repeterend ritme in elk van de huishoudens verblijft en uiteraard aan alle overige voorwaarden voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt voldaan. De periode van zes maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn. Voor een uitgebreide toelichting op deze problematiek wordt verwezen naar het artikel dat we hierover in 2023 publiceerden.

In het kennisgroepstandpunt werd destijds al aangegeven dat deze 78 dagen-eis wringt met het uitgangspunt dat de zorg tussen ouders ingeval van co-ouderschap gelijkelijk verdeeld moet zijn. Om die reden werd er een wetswijziging voorbereid, aldus het kennisgroepstandpunt.

Met ingang van 1 januari 2024 heeft deze wetswijziging plaatsgevonden. Met ingang van die datum is in artikel 8.14a Wet IB 2001 het volgende opgenomen:

‘Indien een kind dat niet op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen, gedurende het kalenderjaar in de huishoudens van diens beide ouders verblijft (co-ouderschap), wordt het kind voor de toepassing van onderdeel b[3] geacht ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige te staan ingeschreven in de basisregistratie personen als het kind gedurende ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van beide huishoudens verblijft en het kind op hetzelfde woonadres als diens andere ouder staat ingeschreven in de basisregistratie personen. In het jaar van aanvang of beëindiging van co-ouderschap wordt het aantal dagen, genoemd in de tweede zin, naar tijdsgelang herrekend indien ten minste zes maanden sprake is van co-ouderschap.’

Daarmee komt het kennisgroepstandpunt ten aanzien van de 78 dagen-eis te vervallen.

Belang voor de praktijk
Als een aanslag inkomstenbelasting op 30 september 2022[4] nog niet onherroepelijk vaststond, geldt voor de beoordeling van co-ouderschap dat een kind in een herhalend ritme in een periode van 6 maanden minimaal 78 dagen in het huishouden dient te zijn verbleven. Hiervoor kunnen ook dagdelen bij elkaar worden opgeteld. Deze periode van 6 maanden hoeft niet aaneengesloten zijn. Dat betekent dat de ‘lichte’ 78 dagen-eis in ieder geval kan worden toegepast voor de belastingjaren 2022 en 2023. Ondanks dat het kennisgroepstandpunt per 1 januari 2024 is vervallen, komen in die jaren dus mogelijk meer ouders in aanmerking voor de IACK. Wijs jouw cliënten hierop. Dan kan de aangifte inkomstenbelasting 2023 in ieder geval op de juiste manier worden ingericht en een fiscaal voordeel worden bereikt. Mocht de IACK over 2022 niet zijn geclaimd terwijl een ouder wel voldoet aan de 78 dagen-eis, dan kan een gecorrigeerde aangifte worden ingediend. Hiervoor verwijzen we je naar de Toolkit inkomensafhankelijke combinatiekorting in de kennisbibliotheek.

Vanaf 2024 geldt de 156 dagen-eis. Houd hier rekening mee in lopende scheidingssituaties waarbij co-ouderschap een rol speelt.

Co-ouderschap, IACK en bird nesting 
Dan is er ook nog een nieuw standpunt gepubliceerd dat ziet op co-ouderschap en het recht op IACK in het geval ouders gaan bird nesten na de scheiding. We spreken van bird nesting in een co-ouderschapssituatie indien de kinderen op één vaste plek blijven wonen, terwijl de ouders (ongeveer even vaak) afwisselend bij hen verblijven. In plaats van dat de kinderen steeds van de ene ouder naar de andere verhuizen, doen de ouders dat.

Wat was de situatie en wat was de vraag aan de Kennisgroep?
Na een scheiding zijn belastingplichtige en de ex-partner een bijzondere vorm van co-ouderschap overeengekomen, het zogenaamde bird nesting. Bird nesting houdt in dat de ouders van woning wisselen in plaats van de kinderen. De kinderen verblijven steeds in dezelfde woning die in bezit is van de belastingplichtige. De ex-partner verblijft een aantal dagen per week in deze woning en zorgt voor de kinderen. Op dat moment verblijft belastingplichtige elders. De kinderen staan ingeschreven op het woonadres van belastingplichtige.

In deze casus wordt voldaan aan de overige voorwaarden die gelden voor de co-ouderschapsregeling voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting (hierna: IACK), zoals opgenomen in artikel 8.14a, eerste lid, slotzinnen, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001).

Vraag
Is er bij bird nesting sprake van twee verschillende huishoudens, waardoor de ex-partner in aanmerking komt voor de IACK?

Antwoord
Ja. Ondanks het verblijf op hetzelfde woonadres, is er bij bird nesting sprake van twee verschillende huishoudens waartoe de kinderen behoren.

Beschouwing
De ex-partner van belastingplichtige staat niet op hetzelfde woonadres ingeschreven als de kinderen in de basisregistratie personen. Hierdoor wordt niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 8.14a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB 2001 voor toekenning van de IACK. De ex-partner kan echter toch in aanmerking komen voor de IACK als de situatie voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 8.14a, eerste lid, slotzinnen, Wet IB 2001 (co-ouderschapsregeling) dat het kind tegelijkertijd tot het huishouden van de beide ouders behoort. Hiermee wordt bedoeld dat sprake is van twee huishoudens. Beide ouders moeten dan afzonderlijk een huishouden voeren met de kinderen.

Dit blijkt ook uit de toelichting op de ministeriële regeling van 20 december 2001 (Stcrt. 2001, 250) waarin over artikel 44a URIB 2001 (de voorganger van het inmiddels vervallen artikel 44b URIB 2001) het volgende opgenomen:

"In bepaalde gevallen van co-ouderschap kan worden afgeweken van de voorwaarde dat het kind in de basisadministratie persoonsgegevens op hetzelfde woonadres staat ingeschreven als belastingplichtige. Dit betreft met name de situatie dat een kind tegelijkertijd tot het huishouden van beide, niet samenwonende, co-ouders behoort."

Ook in de situatie van bird nesting is sprake van twee verschillende huishoudens. Er is geen sprake van samenwonende ouders, aangezien belastingplichtige de woning verlaat op het moment dat de ex-partner de woning betrekt. De ouders vormen dan ook niet gezamenlijk een huishouden met de kinderen. Op het moment dat één van beide ex-partners de woning van belastingplichtige betrekt, vormt diegene een zelfstandig huishouden met de kinderen. Aangezien de ouders niet tegelijkertijd bij de kinderen in de woning verblijven, is sprake van twee afzonderlijke huishoudens. Het maakt in deze situatie dus niet uit dat de ouders het huishouden met de kinderen voeren in dezelfde woning, zolang beide ouders maar afzonderlijk een huishouden voeren met de kinderen. Dit is ook in lijn met doel en strekking van de co-ouderschapsregeling voor de IACK.

Gezien het voorgaande wordt in deze situatie voldaan aan de voorwaarde dat de kinderen tegelijkertijd tot het huishouden van beide ouders behoren.

Belang voor de praktijk
In ruim een kwart van de gevallen kiezen ouders na een scheiding voor co-ouderschap.[5] Binnen dat co-ouderschap is bird nesting een bijzondere vorm om de zorgregeling vorm te geven. Het kan een manier zijn om de overgang voor de kinderen bij een scheiding minder ingrijpend te maken, omdat ze op één plek kunnen blijven en de ouders de veranderingen doormaken. Het is voor ouders met bird nesting-afspraken fijn dat het recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting aansluit op hun situatie. Hiermee kun jij als scheidingsprofessional de fiscale situatie van ouders na scheiding optimaliseren.

Verdiepende opleidingen over deze thema's:


[1] Op Prinsjesdag 2022 heeft het kabinet aangekondigd dat de inkomensafhankelijke combinatiekorting komt te vervallen voor nieuwe gevallen vanaf 1 januari 2025. Het recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting zou vervallen voor kinderen die worden geboren op of na 1 januari 2025. Dat zou betekenen dat op 1 januari 2037 niemand meer recht zou hebben op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Inmiddels is er een amendement ingediend waarin een afbouwtraject wordt voorgesteld vanaf 1 januari 2027 tot afschaffing per 1 januari 2035. De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal in negen stappen worden afgebouwd voor alle ouders die op basis van hun inkomens- en gezinssituatie op dat moment recht hebben op IACK.
[2] Hoge Raad 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1343
[3] Onderdeel b: in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisregistratie personen.
[4] Datum uitspraak van de Hoge Raad die heeft geleid tot de 78 dagen-eis
[5] Ruim kwart gescheiden ouders kiest voor co-ouderschap | CBS

Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025