17 maart 2026
De Kennisgroep van de Belastingdienst heeft op 5 maart jl. een standpunt ingenomen dat veel stof doet opwaaien en mogelijk grote impact heeft op de scheidingspraktijk. Anders dan lange tijd werd aangenomen, kan het afzien van pensioenverevening zonder compensatie volgens de Belastingdienst leiden tot een belaste schenking.
Inleiding - Theoretisch kader
Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) heeft een ex-partner in beginsel recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Echtgenoten of partners kunnen hiervan echter afwijken bij huwelijkse voorwaarden of in hun echtscheidingsconvenant. In de praktijk komt het regelmatig voor dat partijen afzien van pensioenverevening. Ze doen dit bijvoorbeeld om de financiële afwikkeling van de scheiding te vereenvoudigen of om definitief financieel te ontvlechten.
Volgens het recente kennisgroepstandpunt (KG:063:2026:1) kan het afzien van pensioenverevening zonder compensatie echter worden aangemerkt als een schenking:
Aanleiding
A en B zijn gehuwd. A heeft tijdens het huwelijk pensioenrechten opgebouwd. De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is van toepassing. Bij echtscheiding ziet B af van zijn recht op verevening. Dit recht hield in dat B recht had op “uitbetaling van een deel van elk van de uit te betalen termijnen van het pensioen”. Dit betreft -kort gezegd- de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen. B wordt hiervoor niet financieel gecompenseerd.
Vraag
Is sprake van een schenking als een echtgenoot bij echtscheiding uit vrijgevigheid (gedeeltelijk) afziet van zijn recht op pensioenverevening?
Antwoord
Ja, er is sprake van een schenking als die echtgenoot voor het afzien niet wordt gecompenseerd.
Beschouwing
Verevening pensioenrechten
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (hierna: Wvps) regelt in beginsel de verevening bij alle gehuwden, ongeacht het tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime.
De Wvps geldt ook bij een geregistreerd partnerschap, maar voor de leesbaarheid gaat dit standpunt uit van de situatie van gehuwden.
De gedachte achter de Wvps is dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen beide echtgenoten gelijkelijk aangaat (Kamerstukken II 1990/91, 21 893, nr. 3, p. 3). Daarom wordt dit gedeelte van het ouderdomspensioen na echtscheiding uiteindelijk gelijkelijk aan de echtgenoten uitgekeerd. Bestaat tussen de echtgenoten een wettelijke gemeenschap van goederen dan behoren daartoe niet de pensioenaanspraken, waarop de Wvps van toepassing is (artikel 1:94, tweede lid, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)).
De echtgenoten kunnen de toepassing van de Wvps bij huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant uitsluiten (artikel 2, eerste lid, Wvps en artikel 1:155 BW).
Giftbegrip
Artikel 1, zevende lid, van de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) verwijst voor het fiscale schenkingsbegrip naar de definitie van een gift in het BW. Dit houdt in dat iedere handeling die er toe strekt dat een ander wordt verrijkt ten koste van eigen vermogen, een gift is (artikel 7:186, tweede lid, BW). Hieraan worden de drie vereisten voor een gift ontleend: verarming, verrijking en bevoordelingsbedoeling (zie HR 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:AD7272).
Afzien van
Op grond van de Wvps hebben beide echtgenoten recht op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen. Als de echtgenoot die dat pensioen niet heeft opgebouwd afziet van zijn recht op pensioenverevening, verrijkt de echtgenoot die het pensioen heeft opgebouwd. Die echtgenoot wordt hierdoor namelijk als enige gerechtigd tot dat gedeelte van het ouderdomspensioen. De andere echtgenoot verarmt, omdat zijn recht op pensioenuitkeringen vervalt. Van verrijking en verarming is ook sprake als de echtgenoten in een echtscheidingsconvenant de Wvps niet van toepassing verklaren. Dit is anders als de echtgenoot die afziet van pensioenverevening hiervoor gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld bij het verdelen van de gemeenschap van goederen (zie ook Kamerstukken II 2019/20, 35 287, nr. 7 p. 18 over de voorgestelde Wet Pensioenverdeling bij scheiding).
Omdat het bewust afzien door de ene echtgenoot per definitie leidt tot de verrijking van de andere echtgenoot, is de bevoordelingsbedoeling (bewustheid van en wil tot bevoordeling) aanwezig. In de woorden van de Hoge Raad, 15 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5687 (BNB 1994/261):
“Voor het aannemen van vrijgevigheid is voldoende dat, gelijk naar het oordeel van het Hof in de verhouding van X-Y ten opzichte van haar gewezen echtgenoot het geval is geweest, degene die verarmd is de verrijking van de andere partij heeft gewild.”.
Uitwerking casus
B ziet af van zijn recht op pensioenverevening. Omdat B niet gecompenseerd wordt, verarmt B en verrijkt A. B schenkt aan A. Ze zullen deze bevoordeling hebben gewild en zich er van bewust zijn, aangezien dit expliciet is overeengekomen.
Belang voor de praktijk
Veel kritiek op kennisgroepstandpunt
Het kennisgroepstandpunt heeft in de fiscale en familierechtelijke praktijk veel discussie opgeroepen. De belangrijkste kritiek richt zich op de vraag of er bij een echtscheidingsregeling wel sprake kan zijn van een schenking in de zin van de Successiewet. Voor een schenking is immers vereist dat sprake is van een bevoordeling uit vrijgevigheid. Een aantal fiscalisten betoogt dat daarvan bij echtscheiding juist geen sprake is. Afspraken over pensioenverevening maken immers onderdeel uit van de algehele financiële afwikkeling van het huwelijk. Partners onderhandelen daarbij over verschillende vermogensbestanddelen en rechten. Het prijsgeven van pensioenrechten hoeft daarom niet te betekenen dat de andere partij uit vrijgevigheid wordt bevoordeeld.
Daarnaast wordt gewezen op de bijzondere aard van het recht op pensioenverevening. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) verkrijgt de vereveningsgerechtigde ex-partner niet direct een vermogensbestanddeel, maar slechts een voorwaardelijk recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Dat voorwaardelijke recht is afhankelijk van het in leven zijn en blijven van de pensioengerechtigde op de pensioeningangsdatum. Sommige auteurs betwijfelen daarom of het afstand doen van een dergelijk toekomstig recht zonder meer op het moment van scheiding kan worden aangemerkt als een voltooide vermogensverschuiving die onder de schenkbelasting valt. En als er dan toch een belaste schenking wordt geconstateerd dan is vervolgens de vraag hoe de hoogte daarvan vastgesteld moet worden. Het kennisgroepstandpunt geeft geen duidelijkheid hoe de pensioenrechten gewaardeerd dienen te worden en op welk moment de waarde dient te worden bepaald.
Ook het moment van afzien is volgens sommigen[1] relevant. Het afzien van pensioenverevening in huwelijkse voorwaarden bij aanvang van het huwelijk leidt niet tot een schenking omdat er op dat moment geen opgebouwde rechten worden prijsgegeven. Dit is dus anders als er tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt waarbij alsnog wordt afgezien van pensioenverevening. Of bij echtscheiding.
Ten slotte wordt erop gewezen dat bij echtscheidingen vaker rechten worden prijsgegeven of afwijkende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld bij partneralimentatie. Deze afspraken worden in de praktijk op dit moment niet als schenking beschouwd.
Gevolgen voor de vastlegging in het convenant
In de praktijk werd lange tijd vaak volstaan met een (korte) bepaling waarin partijen verklaarden (over en weer) af te zien van pensioenverevening. In het licht van het nieuwe kennisgroepstandpunt kan een dergelijke formulering echter vragen oproepen als duidelijk is dat één van de partners afstand doet van pensioenrechten zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. Dit zal met name het geval zijn wanneer er over en weer wordt afgezien terwijl een van beiden duidelijk meer pensioen heeft opgebouwd.
In de literatuur lezen we daarom ook wel dat wordt geadviseerd om pensioenafspraken te plaatsen in het kader van de totale vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk, echter zonder de pensioenrechten te kwantificeren. Dit heeft als doel duidelijk te maken dat de pensioenafspraken onderdeel zijn van de integrale afspraken bij een scheiding en niet worden ingegeven door vrijgevigheid. In onze visie wordt daarmee echter de deur opengezet naar ‘pensioenverrekening’ waarmee dan weliswaar een belaste schenking wordt voorkomen maar de fiscale gevolgen in de inkomstenbelasting mogelijk worden ‘binnengehaald’.[2]
Wat ons betreft is het lastig een modelbepaling te ontwerpen die generiek van toepassing is bij het afzien van pensioenverevening. In de (niet veel voorkomende situatie) dat er daadwerkelijk geen passende compensatie staat tegenover het afzien van de pensioenrechten, is het volgende van belang:
De tekst in ons modelconvenant hebben we iets genuanceerd en aangevuld met tips en luidt als volgt:
Let op: Het is van groot belang duidelijk te formuleren waarom partijen pensioenverevening en -verrekening uitsluiten in het convenant. Partijen dienen op de hoogte te zijn van hetgeen waar zij precies van afzien.
Let op: het uitsluiten van verevening zonder passende compensatie wordt door de belastingdienst aangemerkt als een belaste schenking.
Uitsluiting verevening
5.3 De man en de vrouw sluiten bij deze de werking van de Wet Verevening Pensioenrechten na echtscheiding (Wet VPS) met betrekking tot de door @ieder van hen@de man@de vrouw opgebouwde rechten op ouderdomspensioen uit.
Er zal derhalve geen pensioenverevening plaatsvinden.
De redenen voor de man en de vrouw om af te zien van pensioenverevening zijn:
-@ (bijvoorbeeld: de man en de vrouw wensen definitief financieel te ontvlechten)
-@ (bijvoorbeeld: de door de man en de vrouw opgebouwde rechten op ouderdomspensioen zijn ongeveer even groot)
-@ (bijvoorbeeld: de man en de vrouw handelen uit onderhandeling en wederkerigheid en niet uit vrijgevigheid)
-@ (bijvoorbeeld: de afspraken zijn onderdeel van de integrale afwikkeling van de scheiding)
Tevens sluiten de man en de vrouw pensioenverrekening conform het arrest van de Hoge Raad van 27 november 1981 uit.
Gelet op het bepaalde in artikel 1:94 lid 2 onderdeel b BW, vallen de door hen opgebouwde pensioenrechten niet in de gemeenschap van goederen, waarin de man en de vrouw zijn gehuwd.
5.4 Voor zover nodig en van toepassing verklaren de man en de vrouw dat de door de man opgebouwde ouderdomspensioenrechten aan hem en de door de vrouw opgebouwde ouderdomspensioenrechten aan haar worden toebedeeld en geleverd, zonder nadere verrekening. De man en de vrouw zijn door scheidingsprofessional gewezen op hun wettelijke rechten op pensioenverevening. De man en de vrouw zijn door scheidingsprofessional geïnformeerd over de financiële en fiscale gevolgen van het afzien van pensioenverevening. De man en de vrouw verklaren met ondertekening van dit convenant dat zij bekend zijn met hun wettelijke rechten op pensioenverevening en de financiële gevolgen van het afzien daarvan.
5.5 De man en de vrouw geven hierbij elkaar over en weer volmacht om binnen twee jaar na de totstandkoming van de echtscheiding aan de voormelde pensioenuitvoerder(s) mededeling te doen van de echtscheiding en van het tijdstip daarvan, alsmede van de overeenkomst van de man en de vrouw inhoudende dat zij de toepasselijkheid van de Wet VPS hebben uitgesloten, zulks onder toezending van een kopie van een getekend exemplaar van dit convenant.
5.6 De man en de vrouw zijn door de scheidingsprofessional geïnformeerd over de algemene gevolgen van het afzien van de wettelijke regeling van pensioenverevening. Zij zijn zich ervan bewust dat het afzien van pensioenverevening onherroepelijk is.
In het kennisgroepstandpunt komt de situatie van verevenen van het ouderdomspensioen in een andere verhouding dan 50/50 niet aan de orde. Wat ons betreft ligt het schenkingsrisico ook hier op de loer als dit zonder passende compensatie wordt afgesproken. Dit zal in de praktijk echter niet vaak voorkomen. Doorgaans wordt er juist afwijkend verevend om een scheve vermogensverdeling alsnog recht te trekken. Op dat moment gelden de fiscale regels in de inkomstenbelasting van pensioenverrekening.
Afzien van pensioenverevening: een risico voor de kwetsbare partner
Uit recent onderzoek van Wijzer in Geldzaken naar pensioen en scheiden blijkt dat de scheidingsprofessional een sleutelrol vervult bij de keuzes die aanstaande ex-partners maken over de afwikkeling van pensioenrechten bij scheiding.[3]
Wanneer één van de partners zich in een financieel kwetsbare positie bevindt, verdient het extra aandacht als wordt overwogen af te zien van pensioenverevening. Het zonder passende compensatie prijsgeven van pensioenrechten kan ertoe leiden dat de financieel zwakkere partner op latere leeftijd in een zeer ongunstige positie terechtkomt, terwijl de wettelijke regeling juist beoogt deze partner bescherming te bieden.
In dat licht bezien werpt het recente kennisgroepstandpunt van de Belastingdienst ook een ander perspectief op de discussie. Door het afzien van pensioenverevening zonder compensatie fiscaal als mogelijke schenking te kwalificeren, wordt (indirect) onderstreept dat het prijsgeven van pensioenrechten een reële vermogensverschuiving kan betekenen.
Slot
Het laatste woord over dit onderwerp lijkt nog niet gezegd. Het kennisgroepstandpunt levert veel vragen op in de praktijk. We hopen dan ook dat de belastingdienst de komende periode meer duidelijkheid zal verschaffen. In elk geval roepen wij de belastingdienst op om concrete waarderingsvoorschriften te publiceren aan de hand waarvan de hoogte van de fiscale schenking vastgesteld kan worden. Zolang hier geen duidelijkheid over is, is het voor jou als professional vooral van belang dat je je bewust bent van de mogelijke fiscale gevolgen van pensioenafspraken bij echtscheiding en jouw cliënten daarover informeert.
[1] Zie bijvoorbeeld Staats, FTV 2018-23 (Notamail 9 maart 2026, nr. 57)
[2] Art. 3.102 id 3 onder a Wet IB 2001 en art. 6.3 lid 1 onder d Wet IB 2001
[3] Zie artikel van de Scheidingsdeskundige: Uit nieuw onderzoek blijkt: sleutelrol voor professional bij pensioenafspraken bij scheiding! (11 november 2025)
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.