16 september 2025
De Kennisgroep van de Belastingdienst geeft op 8 juli eindelijk duidelijkheid over fiscale status finaal verrekenbeding tussen samenwoners. Net als bij gehuwden leidt dit, onder voorwaarden, niet tot een belaste schenking!
De Kennisgroep van de Belastingdienst geeft op 8 juli eindelijk duidelijkheid over fiscale status finaal verrekenbeding tussen samenwoners. Net als bij gehuwden leidt dit, onder voorwaarden, niet tot een belaste schenking!
In 2018 heeft de Staatssecretaris van Financiën in een besluit goedgekeurd dat het aangaan van een gemeenschap van goederen of het overeenkomen van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding waarbij wordt afgerekend alsof de echtgenoten in gemeenschap van goederen waren gehuwd, niet leidt tot heffing van schenkbelasting. In dat besluit wordt ook goedgekeurd dat echtgenoten afwijkende percentages mogen overeenkomen in huwelijkse voorwaarden zonder dat dit leidt tot heffing van schenkbelasting. Diegene met het grootste vermogen mag dan volgens de goedkeuring niet minder dan 50% gerechtigd zijn tot de gemeenschap of tot de verrekeningsaanspraak.
In 2018 heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat hij ook zou onderzoeken of een finaal verrekenbeding in een samenlevingsovereenkomst dat werkt bij overlijden of relatiebeëindiging geen gift is. De Staatssecretaris is hier helaas nooit op teruggekomen. De Kennisgroep van de Belastingdienst wacht dit niet langer af en geeft nu duidelijkheid op de volgende vraag:
Leidt het door samenwonende fiscale partners in de zin van de Successiewet 1956 opnemen van een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding in een notarieel samenlevingscontact met wederzijdse zorgverplichting tot een gift, als ze daarbij overeenkomen dat ze bij overlijden en/of uit elkaar gaan verrekenen alsof ze in wettelijke of algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd?
Antwoord:
Nee, voor samenwonende fiscale partners (artikel 1a van de Successiewet 1956; hierna: SW 1956) geldt op basis van redelijke wetstoepassing hetzelfde als voor gehuwden. Als gehuwden een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding overeenkomen op grond waarvan ze bij overlijden of bij overlijden en echtscheiding verrekenen alsof ze gehuwd zijn in wettelijke of algehele gemeenschap van goederen, is dat geen gift. Als samenwonende fiscale partners zo’n beding in hun notarieel samenlevingscontract opnemen is het ook geen gift.
Je hebt nu de essentie gelezen. Je hebt nu twee keuzes:
Beschouwing
Hieronder wordt als eerste toegelicht dat bij gehuwden geen sprake is van een gift als zij een huwelijksgoederengemeenschap aangaan of een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding overeenkomen, waardoor ze verrekenen alsof ze een wettelijke of een algehele gemeenschap van goederen zijn aangegaan. Daarna wordt ingegaan op de situatie van samenwoners.
Onder wettelijke gemeenschap van goederen wordt verstaan de huwelijksgoederengemeenschap zoals deze bij het ontbreken van huwelijkse voorwaarden vanaf 1 januari 2018 geldt. Onder algehele gemeenschap van goederen wordt verstaan de huwelijksgoederengemeenschap zoals deze bij het ontbreken van huwelijkse voorwaarden vóór 1 januari 2018 gold.
Het aangaan van een wettelijke of een algehele gemeenschap van goederen door echtgenoten is geen gift, omdat ―kort gezegd― op het moment van aangaan ervan geen voltooide vermogensverschuiving plaatsvindt. Daarvoor maakt het niet uit of die huwelijksgoederengemeenschap meteen bij het aangaan van het huwelijk of bij latere huwelijkse voorwaarden wordt overeengekomen (zie Hoge Raad 28 januari 1959, ECLI:NL:HR:1959:AY1786). Door de Staatssecretaris van Financiën is dit ook beschreven in onderdelen 3.2.1 en 3.2.2 van het wijzigingsbesluit van 29 maart 2018 (Stcrt. 2018, 18050).
Dat geen sprake is van een schenking geldt ook als het aangaan van een huwelijksgoederengemeenschap in het zicht van overlijden plaatsvindt, omdat de vermogens van beide echtgenoten na het aangaan daarvan nog kunnen wijzigen (zie Hoge Raad 17 maart 1971, ECLI:NL:HR:1971:AX5018).
NB: zie voor andere richtinggevende arresten over gehuwden de Hoge Raad van 7 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:708 (het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen - waarbij slechts één van de echtgenoot een bedrag inbrengt - is geen schenking, omdat op dat moment geen voltooide vermogensverschuiving plaatsvindt. Zie rechtsoverweging 4.6), en Hoge Raad 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239 (het overeenkomen van een ongelijke gerechtigdheid tot de gemeenschap van goederen is geen schenking. Zie rechtsoverweging 4.2).
Bij echtgenoten die gehuwd zijn met uitsluiting van iedere gemeenschap (koude uitsluiting) geldt hetzelfde als ze een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding overeenkomen, op grond waarvan wordt verrekend alsof de echtgenoten in een wettelijke of in een algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Dit kan worden geconcludeerd uit het arrest van de Hoge Raad van 27 juni 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4328, waarin zo’n verrekenbeding hetzelfde wordt behandeld als een algehele gemeenschap van goederen. Een zelfde behandeling is logisch, aangezien zowel bij het aangaan van een huwelijksgoederengemeenschap als bij het overeenkomen van een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding niet vaststaat welke echtgenoot bij einde huwelijk iets van de ander zal ontvangen en welke echtgenoot iets aan de ander moet voldoen. Op het moment van overeenkomen vindt daarom geen voltooide vermogensverschuiving plaats. Dat het overeenkomen van zo’n verrekenbeding waarbij wordt verrekend hetzij bij overlijden danwel bij echtscheiding en overlijden geen gift is, is ook beschreven in onderdeel 3.2.3 van het hierboven genoemde besluit.
Samenwoners
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat samenwoners gelijk worden behandeld als gehuwden met betrekking tot het wederkerig verplicht finaal verrekenbeding alsof zij zijn gehuwd in een wettelijke gemeenschap van goederen. In de Successiewet worden gehuwden en samenwonende partners, die aan de specifieke voorwaarden uit artikel 1a SW 1956 voldoen, hetzelfde behandeld. Redelijke wetstoepassing brengt dan ook met zich mee dat als samenwonende fiscale partners in hun notarieel samenlevingscontract een dergelijk finaal verrekenbeding opnemen dat werkt bij overlijden of bij zowel overlijden als uit elkaar gaan, dit voor de toepassing van de Successiewet 1956 geen gift is.
In de casus van de aanleiding zijn A en B op het moment van aangaan van het finaal verrekenbeding elkaars fiscaal partner. Ze stonden immers al langer dan vijf jaar op hetzelfde woonadres ingeschreven, waren toen meerderjarig, zijn geen bloedverwanten in de rechte lijn en er was geen sprake van een meerrelatie (artikel 1a, eerste en derde lid, SW 1956). Het opnemen van het beding in hun notarieel samenlevingscontract is zoals hierboven toegelicht geen gift.
Hetzelfde geldt als A en B niet gedurende vijf jaar stonden ingeschreven op hetzelfde woonadres, maar gedurende minimaal twee jaar een samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting hadden en daarna zo’n verrekenbeding in het contract opnemen. Ook in dat geval zijn ze op het moment dat ze het verrekenbeding overeenkomen elkaars fiscaal partner en is dus geen sprake van een gift.
Belang voor de praktijk
Dit Kennisgroep standpunt neemt eventuele fiscale discriminatie tussen samenwoners en echtgenoten/geregistreerde partners weg. Dat juichen wij van harte toe. In meer gevallen speelt onderscheid. Denk bijvoorbeeld aan het afkopen van partneralimentatie dat uitsluitend fiscaal gefaciliteerd wordt als deze afkoopsom wordt voldaan aan een gewezen echtgenoot. Hopelijk komen er meer van dit soort besluiten!
Een andere vraag die in deze casus gesteld zou kunnen worden is of er überhaupt sprake is van een bevoordelingsbedoeling bij het overeenkomen van een dergelijk finaal verrekenbeding. In veel gevallen zal deze ontbreken en wordt überhaupt niet toegekomen aan de vereisten voor een schenking. Civielrechtelijk is een schenking iedere handeling die ertoe strekt iemand te verrijken ten koste van het vermogen van de schenker (art. 7:175 BW jo. 7:186 BW). Onder een schenking wordt voor de schenkbelasting verstaan: “de gift, bedoeld in artikel 186, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW)” (art. 1 lid 7 Successiewet). Uit de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur kunnen de volgende elementen van een belaste schenking worden geformuleerd:
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.