17 september 2024
Een auto is onder de nieuwe wettelijke gemeenschap tot het privé vermogen van de vrouw blijven behoren. Hoe wordt het vergoedingsrecht van de vrouw bepaald als de auto tijdens het huwelijk wordt ingeruild? De Rechtbank Rotterdam geeft duidelijkheid.
Een auto is onder de nieuwe wettelijke gemeenschap tot het privé vermogen van de vrouw blijven behoren. Hoe wordt het vergoedingsrecht van de vrouw bepaald als de auto tijdens het huwelijk wordt ingeruild? De Rechtbank Rotterdam geeft duidelijkheid.
Wat was er aan de hand?
Man en vrouw zijn na 1 januari 2018 gehuwd en hebben geen huwelijkse voorwaarden gemaakt. Dat betekent dat zij in de nieuwe wettelijke (beperkte) gemeenschap zijn gehuwd.
De man en vrouw gaan scheiden. Tot de huwelijksgemeenschap behoort onder andere een auto van het merk Volvo XC90. Bij de aanschaf van de Volvo is een auto (Volvo V40) die tot het privé vermogen van de vrouw behoorde[1], ingeruild. De man en de vrouw zijn het erover eens dat de Volvo XC90 tegen een waarde van € 4.250, onder verrekening van de helft van die waarde met de man, zal worden toebedeeld aan de vrouw. De man en de vrouw zijn het echter niet eens over de hoogte van het vergoedingsrecht in verband met de inruil van de voorhuwelijkse Volvo van de vrouw. De auto had op het moment van het aangaan van het huwelijk een geschatte waarde van € 7.133. Bij de aanschaf van de Volvo XC90 is de Volvo V40 ingeruild voor € 5.700.
De vrouw stelt dat zij een vergoedingsrecht heeft van:
De man stelt dat de auto inmiddels zodanig in waarde is verminderd, dat er geen sprake meer is van een vergoedingsrecht.
Rechtbank Rotterdam oordeelt dat uit artikel 1:87 lid 3 sub b BW[2] volgt dat de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de ontbonden gemeenschap tegen de nominale waarde van de privé auto. Omdat partijen in de nieuwe wettelijke (beperkte) gemeenschap van goederen zijn gehuwd, is de voorhuwelijkse privé auto van de vrouw ook na de huwelijkssluiting[3] haar privé-eigendom gebleven. Dat brengt met zich dat de waardevermindering van de Volvo V40 tot het moment van vervreemding (het inruilen) ook voor rekening van de vrouw is gebleven en dat de vrouw dus geen aanspraak kan maken op vergoeding daarvan op de gemeenschap of de man. Omdat de privéauto is ingeruild tegen een auto die onderdeel is uitgaan maken van de gemeenschap, heeft de vrouw een vergoedingsrecht op de ontbonden gemeenschap van € 5.700. De rechtbank wijst dus het subsidiaire verzoek van de vrouw toe.
Belang voor de praktijk
Ruim zes jaar na de invoering van de nieuwe wettelijke gemeenschap van goederen, zijn er steeds meer uitspraken die zien op de financiële afwikkeling bij scheiding van een huwelijksgemeenschap die is aangegaan ná 1 januari 2018. In deze uitspraak is een veelvoorkomende praktijksituatie aan de orde: hoe bij de vermogensverdeling om te gaan met de voorhuwelijkse auto van een van beide partners die tijdens het huwelijk wordt ingeruild? We zijn blij met de duidelijke en praktisch toepasbare uitspraak van de rechtbank die, gelet op de wetgeving, een hele logische uitkomst heeft:
Een auto is een verbruiksgoed. Op grond van de wettelijke regels wordt een vergoedingsrecht in verband met een verbruiksgoed nominaal vastgesteld (artikel 1:87 lid 3 sub b BW). Uit de literatuur blijkt dat de achterliggende gedachte van lid 3 sub b is dat bij goederen die per definitie in waarde dalen (zoals auto’s) de regeling uit lid 2 (beleggingsleer) niet redelijk zou uitpakken, omdat de waardedaling van het goed (als gevolg van het gebruik) er dan steeds toe zou leiden dat op het moment van afrekening van het vergoedingsrecht slechts een fractie van het geïnvesteerde bedrag zou hoeven te worden vergoed. Daarom bepaalt lid 3 dat in zo een geval het nominale bedrag moet worden terugbetaald. Daarbij is het moment van vervreemding (inruil) bepalend. Dit is immers het moment dat de tegenprestatie voor de auto (de inruilwaarde) de ‘poorten’ van de gemeenschap passeert.
Wil je meer weten over het nieuwe huwelijksvermogensrecht? De Scheidingsdeskundige biedt diverse opleidingen rondom dit actuele thema zoals bijvoorbeeld:
| Knelpunten nieuw huwelijksvermogensrecht
|
|
| Schulden bij scheiding
|
|
[1] De auto behoorde reeds tot het vermogen van de vrouw op het moment van het aangaan van het huwelijk en blijft derhalve op grond van art. 1:94 BW privé vermogen van de vrouw.
[2] De grondslag voor het vergoedingsrecht volgt uit art. 1:96 lid 4 BW
[3] op grond van artikel 1:94 lid 2 BW
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.