26 maart 2024
Sinds 1 maart kan de belastingaangifte over 2023 worden ingediend. Voor cliënten die in 2023 zijn gescheiden zijn er bijzondere aandachtspunten, waaronder de kosten van scheidingsbegeleiding. Deze zijn in principe niet fiscaal aftrekbaar, tenzij ze verband houden met het verkrijgen van partneralimentatie. Hierdoor kunnen cliënten een belastingvoordeel realiseren!
➡️ De Scheidingsdeskundige is een een kennis- en opleidingscentrum voor professionals die betrokken zijn bij het scheidingsproces. Wij hebben maar 1 doel: Het verbeteren van de kwaliteit van scheidingsbegeleiding in Nederland!
🗞️ Wekelijks delen wij door ons geselecteerde relevante ontwikkelingen of verdieping. Wij vatten de essentie voor je samen en vertalen dit naar jouw praktijk. Ieder artikel bevat bronnen voor als je verder wilt lezen. Ook krijg je tips. Een artikel sluit af met een prikkelende stelling of vraag. Op die manier maken we het bijhouden van kennis efficiënt, inspirerend en praktijkgericht!
👍 Heb je een abonnement op Permanent Actueel of Praktijkondersteuning? Dan lees je dit artikel kosteloos via jouw persoonlijke leeromgeving.
💡 Nog geen abonnement? Ervaar nu zelf het gemak van Permanent Actueel met een gratis proefabonnement en blijf eenvoudig up-to-date over ontwikkelingen in de scheidingspraktijk: Lees het gehele artikel met een gratis proefabonnement!
Vind je dit artikel interessant voor jouw collega of netwerk?
Deel dit dan via onderstaande link:
Sinds 1 maart kan de belastingaangifte over 2023 worden ingediend. Voor cliënten die in 2023 zijn gescheiden zijn er bijzondere aandachtspunten, waaronder de kosten van scheidingsbegeleiding. Deze zijn in principe niet fiscaal aftrekbaar, tenzij ze verband houden met het verkrijgen van partneralimentatie. Hierdoor kunnen cliënten een belastingvoordeel realiseren!
Inleiding - Theoretisch kader
Kosten die samenhangen met de begeleiding van een scheiding, zoals de kosten van de scheidingsprofessional, zijn in principe niet aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. Hierbij geldt een uitzondering voor kosten die samenhangen met het verkrijgen van (een afkoopsom van) partneralimentatie. Dit belastingvoordeel geldt dus uitsluitend voor de alimentatiegerechtigde ex-partner.
Ontvangen partneralimentatie wordt bij de alimentatiegerechtigde ex-partner aangemerkt als belastbare periodieke uitkering en verstrekking.[1] Hierover dient inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke premie voor de zorgverzekeringswet betaald te worden.[2] Deze belastbare periodieke uitkering en verstrekking verhoogt tevens het inkomen uit werk en woning en verlaagt daarmee de algemene heffingskorting.[3] Daarnaast verhoogt deze ontvangen partneralimentatie het zogenaamde verzamelinkomen[4] voor de toeslagen. Het eventuele recht op een toeslag zal door de ontvangen partneralimentatie worden verlaagd.
De kosten voor het verkrijgen, innen en behouden van deze partneralimentatie zijn fiscaal aftrekbaar, mits zij in hun totale omvang niet overtreffen wat gebruikelijk is.[5] Rente van mogelijke schulden die hiervoor zijn aangegaan zijn niet aftrekbaar.[6] De kosten komen in mindering op de ontvangen periodieke uitkering en verstrekking in verband met partneralimentatie. Het gaat om onder meer om advocaatkosten[7], telefoonkosten, portokosten, reiskosten en incassokosten. De volgende kosten kunnen niet in aftrek worden gebracht:
De vraag die gesteld kan worden is of kosten ter verkrijging van partneralimentatie van overige juridische- en fiscale bijstand door andere scheidingsprofessionals dan advocaten, óók fiscaal aftrekbaar zijn? Op grond van de wettelijke definitie is dit inderdaad het geval.
Dat betekent dat de kosten van jouw dienstverlening voor scheidingscliënten voor aftrek in aanmerking komen. De gemaakte kosten van de betreffende cliënt dienen uiteraard dan wel te zien op het verkrijgen, innen of behouden van partneralimentatie. Hierbij is het van belang dat er daadwerkelijk een bedrag aan partneralimentatie, in de vorm van een maandelijkse uitkering of een afkoopsom ineens, is overeengekomen in het echtscheidingsconvenant. Een rechterlijke uitspraak volstaat in dit kader overigens ook.
Verkrijgen van pensioenrechten
Afspraken omtrent verevening van pensioenen dienen in principe binnen twee jaren na de scheiding aan de pensioenuitvoerder te worden gemeld. Als dat niet gebeurt vervalt voor de vereveningsgerechtigde het recht op rechtstreekse betaling vanuit de pensioenuitvoerder. [8] Het pensioen waar de ex-partner in verband met de scheiding recht op heeft, dient in die situatie rechtstreeks door de vereveningsplichtige aan de ex-partner te worden doorbetaald. In fiscale zin wordt een dergelijke verhouding tussen ex-partners gelijk behandeld als partneralimentatie. Voor de vereveningsgerechtigde kwalificeren de ontvangen bedragen als periodieke uitkeringen en verstrekkingen. De kosten die gemaakt moeten worden door de vereveningsgerechtigde om tot pensioenverevening te komen, vormen op grond van art. 3.108 Wet IB 2001 fiscaal aftrekbare kosten ter verwerving van “partneralimentatie” overeenkomstig hetgeen hiervoor aan de orde is gekomen.
Belang voor de praktijk
Als scheidingsprofessional is het van belang dat je cliënten wijst op de mogelijkheid om bepaalde specifieke kosten af te trekken in de belastingaangifte in het jaar van scheiding. Dit leidt immers tot een belastingvoordeel. Hiervoor dienen zij duidelijkheid te hebben over welk deel van jouw kosten fiscaal aftrekbaar zijn. Het is daarom raadzaam om een gespecificeerde factuur op te stellen. Hierop dienen de kosten die zijn gemaakt voor het verkrijgen van partneralimentatie gespecificeerd te staan. Of er sprake is van een eenzijdige of gezamenlijke begeleiding maakt geen verschil. Dit ondanks het gegeven dat de ene partner wel recht heeft op aftrek (de alimentatiegerechtigde) en de andere partner niet (de alimentatieplichtige). Bij een gezamenlijke begeleiding kunnen de kosten ten behoeve van het verkrijgen van partneralimentatie ook gespecificeerd worden. Voor de aftrekbaarheid is het van belang dat deze specifieke kosten uitsluitend drukken op de alimentatiegerechtigde. Dit kan bewerkstelligd worden door in het convenant expliciet op te nemen dat deze kosten voor rekening van de alimentatiegerechtigde komen die deze kosten dan ook voor zijn of haar rekening dient te nemen.
Indien de werkzaamheden worden verricht op basis van een uurtarief, dan wordt er een urenregistratie bijgehouden en kan het deel van de uren die zijn besteed aan de partneralimentatie vrij eenvoudig worden vastgesteld. De werkelijke bestede uren kunnen naar onze mening niet leiden tot een ongebruikelijk bedrag.
In de praktijk wordt soms een vast tarief gerekend voor de begeleiding van de scheiding. Deze kosten zien vanzelfsprekend op meer dan alleen de partneralimentatie. De overige kosten, bijvoorbeeld voor de echtscheidingsprocedure, de verdeling van het vermogen, opstellen ouderschapsplan, afwikkelen pensioenen et cetera, zijn niet aftrekbaar. In redelijkheid zal dan een deel van de totale kosten die drukken op de alimentatiegerechtigde dienen te worden bepaald (voor zover dit betrekking heeft op de partneralimentatie en het bedrag niet ongebruikelijk is). In deze situatie is het mogelijk lastiger te bepalen welk deel van de kosten ziet op het verkrijgen van partneralimentatie. Bij een vast tarief is het aan te bevelen op basis van het aantal bestede uren de kosten die zien op de advisering omtrent het verkrijgen van partneralimentatie te specificeren. Hierdoor kan nooit discussie ontstaan met de belastingdienst over een onredelijke hoogte van de aftrek.
|
De Scheidingsdeskundige biedt diverse opleidingen waarbij ingegaan wordt op de fiscale aspecten rondom scheidingen, zoals bijvoorbeeld: |
[1] Art. 3.101 lid 1b Wet IB 2001
[2] Art. 2.3 a Wet IB 2001 en art. 43 ZVW
[3] Art. 8.10 Wet IB 2001
[4] Art. 2.18 Wet IB 2001
[5] Art. 3.108 Wet IB 2001
[6] Art. 3.109 Wet IB 2001
[7] Uit de rechtspraak blijkt dat advocaatkosten van een procedure over partneralimentatie slechts aftrekbaar zijn als er objectief gezien een redelijke kans van slagen is om daadwerkelijk partneralimentatie te verkrijgen. Zie onder andere: Hof Den Bosch 11 maart 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:720 en Hof Den Haag 22 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:514/Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:207.
[8] Art. 2 lid 2 WVPS
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.