10 juni 2025
Het kabinet wil de Successiewet wijzigen na het ‘Breukdelenarrest’ uit 2024. Dat arrest maakte het mogelijk om via ongelijke breukdelen in huwelijksvoorwaarden belastingvrij vermogen over te dragen. Deze fiscale ‘sluiproute’ wordt nu door de overheid gesloten.
Het kabinet wil de Successiewet wijzigen na het ‘Breukdelenarrest’ uit 2024. Dat arrest maakte het mogelijk om via ongelijke breukdelen in huwelijksvoorwaarden belastingvrij vermogen over te dragen. Deze fiscale ‘sluiproute’ wordt nu door de overheid gesloten.
Wat is er aan de hand?
Bij het einde van het huwelijk door echtscheiding of overlijden is ieder van de echtgenoten in principe gerechtigd tot een gelijk aandeel in een huwelijksgoederengemeenschap.[1] Echtgenoten kunnen door het aangaan (of wijzigen) van huwelijkse voorwaarden hiervan afwijken. Zij kunnen bijvoorbeeld overeenkomen dat ze bij ontbinding van de gemeenschap in een verhouding 90% en 10% gerechtigd zijn. Door deze “truc” kan schenk- en erfbelasting worden ontweken. Dit is bevestigd door de Hoge Raad in het zogenaamde ‘Breukdelenarrest’.[2]
Met belangstelling werd vorig jaar, ook vanuit de scheidingspraktijk, gekeken naar dit arrest van de Hoge Raad. De hoogste rechter besliste dat het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden in het zicht van overlijden, in tegenstelling tot de visie van de belastingdienst, niet automatisch wordt gezien als belastingontduiking (‘fraus legis’). Zie voor een uitgebreide toelichting op dit arrest het artikel in Permanent Actueel: ‘Het breukdelen-arrest en de scheidingspraktijk: wat kun je ermee?‘ We trokken op basis van deze uitspraak de conclusie dat het mogelijk geacht werd om via het aanpassen van huwelijkse voorwaarden belastingbesparingen te realiseren, óók in het zicht van echtscheiding. Hierbij hebben we benadrukt dat de wijziging van de huwelijkse voorwaarden niet uitsluitend door fiscale overwegingen mag worden ingegeven.
De uitspraak van de Hoge Raad leidt nu tot een politieke reactie. Het kabinet ziet de bovengenoemde ‘constructies’ als onbedoeld. Volgens het kabinet is het namelijk ongewenst dat echtgenoten door civielrechtelijke keuzes, die (met name) zijn ingegeven vanuit fiscale beweegredenen, schenk- of erfbelasting ontwijken. Daarom is het "Wetsvoorstel aanpak ongelijke breukdelen bij huwelijksgoederengemeenschap in de schenk- en erfbelasting" ingediend.
Wat houdt het voorstel in?
Een voorbeeld (aangepast uit het wetsvoorstel)
Maarten en Vera zijn al ruim 30 jaar gehuwd en hebben huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting). Maarten is een succesvol ondernemer en Vera heeft altijd onbetaald licht administratief werk in de onderneming gedaan en voor de kinderen gezorgd. Maarten en Vera gaan scheiden. Maarten bezit € 5 miljoen en wil hiervan bij scheiding € 1 miljoen aan Vera overdragen, zonder onderliggende verplichting (zoals alimentatie of pensioen). Vera zou over dit bedrag van € 1 miljoen circa € 183.000 schenkbelasting verschuldigd zijn.
Door in het zicht van de scheiding huwelijkse voorwaarden op te stellen naar een huwelijksgemeenschap (of een vergelijkbaar verrekenbeding) met een ongelijke gerechtigdheid van 80% - 20%, kon (bij juiste uitvoering) deze schenkbelasting worden bespaard. Maar onder het nieuwe wetsvoorstel is Maarten dan juist € 283.000 schenkbelasting verschuldigd over het meerdere boven 50% dat hij bij scheiding uit de gemeenschap ontvangt ( dit is 1,5 miljoen boven de helft van het saldo van de gemeenschap).
Overgangsrecht
Huwelijkse voorwaarden en notariële samenlevingscontracten gesloten vóór 18 april 2025 vallen onder het overgangsrecht. Hiervoor geldt eerbiedigende werking. Elke wijziging op of na die datum zet dit overgangsrecht buiten werking. Het is hierbij niet relevant wat de inhoud van de wijziging van de huwelijkse voorwaarden of het notariële samenlevingscontract is. Als bijvoorbeeld de pensioenafspraken in de huwelijkse voorwaarden worden aangepast, maar de afspraken over de ongelijke breukdelen blijven in stand, dan vervalt toch de eerbiedigende werking voor deze huwelijkse voorwaarden.
Belang voor de praktijk
De creativiteit die het breukdelen-arrest mogelijk leek te bieden, wordt grotendeels afgesneden door dit wetsvoorstel. Of het voorstel wordt aangenomen en of daar nog wijzigingen in zullen plaatsvinden, is uiteraard op dit moment niet duidelijk. Vanuit diverse beroepsorganisaties (o.a. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs) is er forse kritiek geuit op het wetsvoorstel in haar huidige vorm.
Dat wil overigens niet zeggen dat het wijzigen van huwelijkse voorwaarden in het zicht van scheiding in geen enkele situatie meer soelaas biedt om schenkbelasting te besparen. Op grond van het arrest van de Hoge Raad[3] uit 2021 is het aangaan van een beperkte gemeenschap bij huwelijksvoorwaarden een optie die onderzocht kan worden om in het zicht van een scheiding vermogen over te hevelen van de ene naar de andere partner. Wees wel terughoudend in het adviseren hieromtrent. Het opstellen of wijzigen van huwelijkse voorwaarden als onderdeel van een fiscale totaaloplossing rond scheiding blijft risicovol en vraagt om bijzondere expertise van een gespecialiseerde fiscalist.
Er zijn nog een paar plekjes beschikbaar voor onze jaarlijkse tweedaagse Bourgondisch Zuid-Limburg. Twee dagen waarin je jouw kennis kunt opfrissen en verder kunt verdiepen. Dagen van samenzijn met collega's en inspiratie opdoen voor jouw scheidingspraktijk in het decor van het Zuid-Limburgse landschap.
[1] Art. 1:100 lid 1 BW
[2] Hoge Raad 16 februari 24, ECLI:NL:HR:2024:239
[3] Hoge Raad 7 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:708
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.