Herfinancieren van de gezamenlijke hypotheek leidt tot schuldbevrijding!

6 mei 2025

Herfinancieren van de gezamenlijke hypotheek leidt tot schuldbevrijding!

Tijdens de samenwoonrelatie besloot een DGA de gezamenlijke afgesloten hypothecaire geldlening te herfinancieren bij zijn BV. Bij de scheiding leidde dit tot de situatie dat mevrouw bevrijd werd van haar schuld terwijl ze nog wel voor 50% eigenaar was van de woning. Het Hof Amsterdam legt uit waarom.


Tijdens de samenwoonrelatie besloot een DGA de gezamenlijke afgesloten hypothecaire geldlening te herfinancieren bij zijn BV. Bij de scheiding leidde dit tot de situatie dat mevrouw bevrijd werd van haar schuld terwijl ze nog wel voor 50% eigenaar was van de woning. Het Hof Amsterdam legt uit waarom.

Wat was er aan de hand?
Maarten en Vera hebben al ruim 20 jaar een affectieve relatie en wonen samen. Zij hebben geen samenlevingsovereenkomst. Ze hebben twee kinderen gekregen die inmiddels meerderjarig zijn. Mevrouw heeft gezondheidsklachten, heeft geen betaalde baan en heeft altijd voor de kinderen gezorgd. De geldzaken werden tijdens de relatie altijd door Maarten geregeld.

Samen hadden ze een en/of rekening bij de ING bank waarvan de kosten van de huishouding werden voldaan. De man voedde deze rekening met zijn inkomen.

In 1998 hebben ze samen een woning gekocht. Ze hebben een hypotheek afgesloten bij Quion. In 2014 heeft de BV van de man de schulden bij Quion afgelost voor een bedrag van € 245.000. De geldleningsovereenkomst met de BV is uitsluitend door Maarten (handelend voor zichzelf in privé) en Maarten (handelend als directeur van de BV) ondertekend. Vera heeft niets getekend en is formeel geen partij bij de geldleningsovereenkomst.

In 2016 kopen ze een nieuwe woning die betaald wordt uit de overwaarde van de eerste woning en door voortzetting van de financiering bij de BV van Maarten. De bestaande geldlening bij de BV wordt daarbij met € 90.000 verhoogd. In de woning zijn daarnaast nog diverse verbouwingen uitgevoerd die zijn betaald met geld uit de BV.

In 2019 gaan Maarten en Vera uit elkaar. Maarten blijft met de kinderen in de woning wonen en Vera vertrekt. De restant hoofdsom van de hypothecaire geldlening bedraagt volgens de jaarstukken van de BV op 31 december 2019 nog € 298.000.

Er zijn veel verschillende onderwerpen die Maarten en Vera verdeeld houden. Deze worden hieronder aan de hand van vragen behandeld.

  • Wie is draagplichtig voor de geldlening bij de BV? 

Zienswijze Vera
Maarten dient de volledige schuld bij zijn BV voor zijn rekening te nemen omdat:

  • Het rollenpatroon tussen Maarten en Vera brengt met zich mee dat Maarten de schulden volledig voor zijn rekening dient te nemen.
  • Vera is geen partij bij de geldleningsovereenkomst tussen Maarten en zijn BV geweest.
  • Gezien de aard van de relatie moet de aflossing van de gezamenlijke hypotheek worden gezien als een natuurlijke verbintenis van Maarten aan Vera.
  • De redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat Vera de schuld niet hoeft te dragen.

Zienswijze Maarten

  • Vera is altijd betrokken bij grote financiële beslissingen en wist wat er speelde.
  • De lening bij de BV is een herfinanciering van een oude gezamenlijke lening en daarom een gezamenlijke schuld die ook voor rekening van Vera dient te komen. Vera wist ook van deze herfinanciering en heeft daarmee ingestemd.
  • Vera kan geen bezwaar hebben gehad tegen de herfinanciering omdat er voor haar niets veranderde.

Overwegingen Hof Amsterdam
Volgens het hof is het duidelijk dat Vera wist dat de geldschulden bij de BV zijn aangegaan. Dit brengt echter niet met zich mee dat zij hierdoor contractspartij is geworden ten aanzien van de geldlening bij de BV. Dat betekent overigens niet dat Vera niets verschuldigd is aan Maarten. Door het aflossen van de gezamenlijke lening bij Quion heeft Maarten een regresvordering gekregen op Vera van de helft van dit bedrag ad. € 122.500. Deze vordering kan echter door verjaring niet meer ten gelde worden gemaakt. Op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaart een regresvordering als bedoeld in artikel 6:10 BW, door verloop van vijf jaren na de dag dat deze vordering opeisbaar is geworden. De geldlening is afgelost in 2014. De regresvordering is toen opeisbaar geworden en daardoor verjaard op 1 oktober 2019. Maarten had voor deze datum aanspraak moeten maken. Het beroep van Maarten dat deze verjaringstermijn op grond van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is gaat het hof niet in mee. Ook hier geldt dat Maarten zijn aanspraken had kunnen waarborgen door met Vera afspraken te maken, hetgeen hij heeft nagelaten.

Het hof ziet niets in de stelling dat er sprake is van een natuurlijke verbintenis of dat de regresvordering op basis van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Voor de verhoging van de hypothecaire geldlening in 2016 voor de aankoop van de nieuwe woning is geen sprake van verjaring. Dat betekent dat Vera na verdeling van de woning € 45.000 aan Maarten dient te voldoen.

  • Wie is draagplichtig voor de kosten van de verbouwingen?

Maarten heeft via zijn BV de volgende kosten voldaan:

  • € 37.011,90 aan verbouwingskosten;
  • € 10.000 eerste termijn verbouwing van de woning;
  • € 5.946 Ikea keuken;
  • € 5.950 makelaarskosten.

Er is geen sprake van een gezamenlijke geldleningovereenkomst bij de BV. In dat kader kan Vera niet aangesproken worden. Dan moet gekeken worden of ook hier sprake is van een regresvordering op grond van art. 6:10 BW waardoor Maarten een vordering zou krijgen op Vera. Daarvoor is het noodzakelijk dat Vera hoofdelijk aansprakelijk was voor de verplichtingen ten aanzien van de verbouwingen. Uit de stukken is niet gebleken dat de facturen op twee namen staan. Daardoor kan niet gesteld worden dat Vera hoofdelijk aansprakelijk is. In dat kader kan geen regresvordering ontstaan.

De factuur van de makelaar, die door de BV is voldaan, staat wel op beide namen. Omdat deze betaling ziet op een privébesteding van Maarten zal het bedrag in rekening courant worden geboekt en daarom uiteindelijk door Maarten betaald moeten worden. Dat betekent dat daarvoor wel een regresvordering van Maarten op Vera is ontstaan.

  • Ontstaat er een vordering door betaling van de verbouwing op grond van art. 3:172 BW?

Nee, dit artikel bepaalt dat de deelgenoten in evenredigheid van hun aandelen bijdragen tot de uitgaven ten behoeve van hun gezamenlijke woning. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de bijdrageplicht van artikel 3:172 BW is beperkt tot uitgaven verricht ten behoeve van onderhoud en instandhouding van het gemeenschappelijk goed en niet ziet op verbouwingen.

  • Wie heeft recht op de (waarde van de) levensverzekeringspolis?

Het hof is van oordeel dat Maarten geen aanspraak heeft op betaling van een bedrag aan hem door de vrouw in verband met de betaalde premies. Deze werden immers voldaan vanuit de gezamenlijke rekening waarvan aangenomen mocht worden dat het saldo op deze rekening gemeenschappelijk was.

  • Moet de inboedel die met het salaris van Maarten is betaald worden verdeeld?

De inboedel is betaald van de en/of rekening, waarvan tijdens de samenleving onder andere de huishoudelijke kosten werden betaald. Hieruit kan worden afgeleid dat partijen (stilzwijgend en impliciet) hebben afgesproken dat het saldo op de gezamenlijke rekening hen beiden toekwam. De inboedel is gemeenschappelijk en moet daarom nog verdeeld worden.

  • Heeft Vera nog recht op een gebruiksvergoeding ten aanzien van de onverdeelde woning?

Artikel 3:169 BW bepaalt dat de deelgenoot die de woning met uitsluiting van de ander gebruikt, de ander schadeloos moet stellen. Dat kan door het betalen van een gebruiksvergoeding. Voor het vaststellen van een eventuele gebruiksvergoeding dient gekeken te worden naar de redelijkheid en billijkheid en met de omstandigheden van het geval. In dit geval heeft Vera gedurende de periode dat zij gescheiden leefden niet bijgedragen aan de eigenaarslasten van de woning. Maarten heeft alles betaald. Het is daarom niet redelijk dat er een gebruiksvergoeding wordt voldaan.

  • Moet Vera de helft van de mediationkosten die Maarten via zijn BV heeft voldaan betalen met of zonder BTW?

Maarten heeft de factuur van de mediation voor een groot deel op de BV laten zetten. Het hof kan dat niet anders uitleggen dan dat Maarten de BTW op die manier heeft willen verrekenen. Dat betekent dat Vera slechts de helft van de factuur exclusief BTW aan Maarten dient te voldoen.

Belang voor de praktijk
Het grootste belang van deze leerzame casus gaat over het ontstaan van regresvorderingen en verjaring. Kern van het verhaal is dat regresvorderingen kunnen ontstaan tussen ongehuwde samenwoners. Daarvoor is wel vereist dat de andere partner hoofdelijk aansprakelijk was. In deze casus was Vera voor verschillende verplichtingen niet hoofdelijk aansprakelijk waardoor Maarten investeringen in de gezamenlijke woning, achteraf gezien, volledig voor zijn rekening moest nemen. Daarnaast zien we hier opnieuw dat het leerstuk van verjaring een grote rol speelt bij (scheidende) samenwoners.

In deze casus zien we dat het hof met het oog op het feitelijk handelen en het rollenpatroon uitgaat dat het saldo van de e/o rekening gezamenlijk was. Dat vinden wij een begrijpelijke uitleg.

Ten aanzien van een eventuele gebruiksvergoeding is het wat ons betreft te kort door de bocht om te stellen dat je daar niet aan toe komt op het moment dat de partner die de woning gebruikt alles betaalt. Hierbij moet steeds gekeken worden wat de schade voor de andere partner is. Voorbeeld: Het betreft een woning van € 800.000 met een aflossingsvrije hypotheek van € 100.000 tegen 1,5% rente. In dat geval zal het niet volstaan dat de gebruiker de lasten van de hypotheek voldoet en daarom geen gebruiksvergoeding hoeft te betalen. In dat geval laat de vertrekkende partner, die de woning niet kan gebruiken, € 350.000 euro in de stenen zitten. Een vergoeding zal dan zeker op zijn plaats zijn.

In de praktijk komt het vaak voor dat ondernemers privé kosten zakelijk proberen te etiketteren. De gedachte hierbij is dat BTW kan worden verrekend en dat de kosten drukken op het resultaat en daardoor leiden tot een fiscaal voordeel. Het behoeft geen toelichting dat uitsluitend kosten die zien op een advies aan de onderneming in rekening gebracht kunnen worden bij die onderneming. Als een client jou verzoekt om de factuur op naam van de onderneming te stellen dan luidt ons advies om daar niet aan mee te werken. Dat de ondernemer de factuur vervolgens betaalt vanuit zijn BV is zijn zaak.

In deze zaak had Vera ook kunnen stellen dat door de tenaamstelling van de factuur de kosten door de zaak gedragen moesten worden. Dit had er ook toe kunnen leiden dat Maarten (of zijn BV) de volledige kosten voor zijn rekening had moeten nemen.

Wil je je verdiepen in de scheidende ondernemer? Dit jaar biedt de Scheidingsdeskundige jou een ondernemersbundel aan, bestaande uit twee fysieke opleidingsdagen en twee online dagdelen. Op onze website vind je meer informatie. Wil je je verdiepen in Schulden en scheiding? Op 27 november verzorgt Jasper Horsthuis de opleiding Schulden bij scheiding


Wil jij perfect op de hoogte blijven?

Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.

  • Wekelijkse verdieping en actualiteiten
  • PE Punten
  • Scheiden in de media
  • FAQ
  • Naslagwerken
  • Maandelijks opzegbaar
leeromgeving.descheidingsdeskundige.nl
De Scheidingsdeskundige
Scheidingsdeskundige Congres 2025