21 oktober 2025
Met drie nieuwe wetsvoorstellen wil het kabinet het fiscale en sociale stelsel vereenvoudigen en eerlijker maken. De voorgestelde aanpassingen zien op de waardering van woningen bij schenkingen, het kindgebonden budget en het partnerbegrip bij toeslagen. Bij invoering kunnen deze maatregelen vanaf 2027 merkbare gevolgen hebben, ook voor de praktijk van jou als scheidingsprofessional.
Met drie nieuwe wetsvoorstellen wil het kabinet het fiscale en sociale stelsel vereenvoudigen en eerlijker maken. De voorgestelde aanpassingen zien op de waardering van woningen bij schenkingen, het kindgebonden budget en het partnerbegrip bij toeslagen. Bij invoering kunnen deze maatregelen vanaf 2027 merkbare gevolgen hebben, ook voor de praktijk van jou als scheidingsprofessional.
In dit artikel worden de drie wetsvoorstellen kort toegelicht, met aandacht voor de belangrijkste wijzigingen en de mogelijke gevolgen voor de praktijk.
Voor alle drie de wetsvoorstellen is een internetconsultatie gestart. Internetconsultatie is een vorm van consultatie waarbij burgers, bedrijven en instellingen via het internet informatie krijgen over wetsvoorstellen en hier suggesties over kunnen doen. De concepten van wetten waarop gereageerd kan worden staan op Internetconsultatie.nl.
Wetsvoorstel Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen
Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen is het schrappen van het zogenoemde criterium samengestelde gezinnen.
Sinds 2013 worden twee meerderjarigen die op hetzelfde adres wonen met een minderjarig kind van één van beiden als toeslagpartners beschouwd. Deze regeling moest ongehuwd samenwonenden met kinderen gelijkstellen aan gehuwden, maar heeft in de praktijk tot ongewenste gevolgen geleid.
In de huidige situatie is het daarnaast zo dat het toeslagpartnerschap blijft doorlopen als twee meerderjarigen staan ingeschreven op hetzelfde adres, ook als de grond voor het toeslagpartnerschap is vervallen. Bijvoorbeeld als het minderjarige kind van een van beiden de meerderjarigheid bereikt. Dit kan leiden tot onterechte kortingen of verlies van toeslagen.
Uit onderzoek van de Belastingdienst blijkt dat meer dan de helft van de mensen die nu als toeslagpartner gelden op basis van het criterium samengestelde gezinnen, feitelijk geen gezin vormen. Dit raakt naar verwachting ruim 10.000 toeslaggerechtigden die op basis van dit criterium als partner worden of werden aangemerkt. Ondanks diverse uitzonderingen blijft het systeem complex en foutgevoelig. Het kabinet vindt dit onwenselijk en kiest daarom niet voor nieuwe uitzonderingen, maar voor vereenvoudiging door het criterium geheel te schrappen.
De kosten voor deze maatregelen worden gedekt door het verlagen van de vermogensgrenzen van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.
De voorgestelde maatregel heeft een beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027.
Belang voor de praktijk
In de huidige krappe woningmarkt zoeken veel gescheiden ouders naar creatieve woonoplossingen. Zo trekken ex-partners soms noodgedwongen in bij een ouder, familielid of vriend(in). Wanneer op dat adres ook een minderjarig kind wordt ingeschreven, ontstaat volgens de huidige regels een toeslagpartnerschap tussen de ouder en de huisgenoot.
Sinds 1 januari van dit jaar geldt al een uitzondering voor ouders en kinderen (ouder dan 27 jaar): zij worden niet langer automatisch als toeslagpartners aangemerkt. Die uitzondering wordt nu uitgebreid naar andere situaties waarin het inschrijven van een minderjarig kind de enige grond is voor het toeslagpartnerschap. Hierdoor telt alleen het inkomen en vermogen van de ouder zelf mee voor de toeslagen, en behoudt deze het recht op de alleenstaande ouderkop. Dit kan ertoe leiden dat vanaf 2027 mogelijk meer ouders na een scheiding in aanmerking komen voor toeslagen.
Wijzigingen in het recht op en de hoogte van toeslagen hebben een direct effect op het inkomen van ex-partners na een scheiding. Bij de berekening van onderhoudsvoorzieningen dient, afhankelijk van de situatie van cliënten, mogelijk te worden geanticipeerd op deze wijzigingen. Eventueel kan in 2027 een evaluatiemoment met cliënten worden afgesproken.
Wijziging van de Wet op het kindgebonden budget
Omdat sinds 2021 steeds meer ouders met hogere inkomens aanspraak hebben gekregen op het kindgebonden budget, wil het kabinet deze toeslag voortaan weer meer richten op de ouders die de tegemoetkoming het hardst nodig hebben: de lage- en middeninkomens. Dit betekent dat ouders vanaf een toetsingsinkomen van circa € 60.000 hun recht op het kindgebonden budget sneller zien dalen. Dit gebeurt door een extra afbouwpercentage te introduceren voor een toetsingsinkomen vanaf € 60.000, waarbij de eerste € 60.000 niet wordt meegerekend in de afbouw. Vanaf dit nieuwe afbouwpunt wordt het afbouwpercentage in twee stappen verhoogd met 4,30 procentpunt naar 12,35% in 2027 en naar 12,80% in 2028. Deze snellere afbouw geldt zowel voor toeslagpartners als ook voor alleenstaanden met kinderen. Het exacte effect van de wijzigingen in het kindgebonden budget vanaf 2027 is sterk afhankelijk van de gezinssituatie, de hoogte van het inkomen en hoeveel kinderen tot het gezin behoren.
Deze wijziging is beoogd per 1 januari 2027 in werking te treden.
Belang voor de praktijk
Wijzigingen in het recht op en de hoogte van toeslagen hebben een direct effect op het inkomen van ex-partners na een scheiding. Bij de berekening van onderhoudsvoorzieningen dient, afhankelijk van de situatie van cliënten, mogelijk te worden geanticipeerd op deze wijzigingen. Eventueel kan in 2027 een evaluatiemoment met cliënten worden afgesproken.
Aansluiten bij de WEV voor de waardering van geschonken woningen
Volgens de Successiewet 1956 (SW 1956) geldt als hoofdregel dat elke verkrijging door schenking of erfenis wordt gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer. Sinds 2010 geldt voor woningen echter een afwijkende regeling: de WOZ-waarde mag worden gebruikt als grondslag voor de erf- en schenkbelasting.[1] De verkrijger mag daarbij kiezen tussen de WOZ-waarde van het jaar van de verkrijging of die van het daaropvolgende jaar.
Voorbeeld - WOZ-waarde lager dan de waarde in het economische verkeer
Maarten verkoopt een woning aan Vera voor € 400.000. De WOZ-waarde is € 400.000 en de huidige waarde in het economische verkeer is € 450.000. De waarde van de schenking wordt gebaseerd op de WOZ-waarde van de woning. In dit geval is de waarde van de schenking nihil. In civielrechtelijke zin en economisch heeft er echter wel een schenking plaatsgevonden.
Die regeling was ooit bedoeld om het systeem te vereenvoudigen, maar blijkt in de praktijk vooral ongelijkheid en administratieve lasten te veroorzaken. De WOZ-waarde wijkt namelijk vaak af van de werkelijke marktwaarde. Daardoor konden constructies ontstaan waarbij schenkbelasting werd bespaard. Ook moesten aangiftes regelmatig worden uitgesteld, omdat de WOZ-beschikking nog niet vaststond. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld om de schenkbelasting bij het schenken van woningen te berekenen aan de hand van de waarde in het economische verkeer. Dat is de reële verkoopwaarde op het moment van schenking, doorgaans vastgesteld via een taxatie. Voor erfbelasting verandert er niets: daar blijft de WOZ-waarde gelden.
De voorgenomen wijziging van de Successiewet is opgenomen in het conceptwetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2027. Inwerkingtreding van deze maatregel is beoogd op 1 januari 2027.
Belang voor de praktijk
Voor veel scheidende stellen én de scheidingsprofessional is huisvesting na scheiding een grote uitdaging. In de praktijk bestaat vaak de wens dat een van beiden in de echtelijke woning kan blijven. In de huidige, overspannen woningmarkt is dat echter niet altijd haalbaar: vaak kan niet voldoende worden gefinancierd om de ander tegen marktconforme condities uit te kopen.
Het overdragen van de woning tegen een lagere prijs dan de marktwaarde is dan soms de enige manier om de woonwensen van beide partijen te realiseren.
Voor deze groep is het vervallen van de mogelijkheid om aan te sluiten bij de WOZ-waarde dus geen goed nieuws. Als scheidingsprofessional is het belangrijk cliënten te kunnen informeren over de fiscale gevolgen van afspraken rondom woningtoedeling. Deze wijziging zal een belangrijke rol spelen in de overgang van het jaar 2026 naar 2027, waarbij het moment van levering (net vóór of ná de jaarwisseling) een groot verschil kan maken.
Tot slot
Alle door het Kabinet gedane voorstellen zijn wetsvoorstellen en nog niet definitief. Als lid van onze praktijkondersteuning en/of gebruiker van Permanent Actueel houden we je uiteraard op de hoogte van alle relevante ontwikkelingen.
[1] Art. 21 lid 5 Successiewet 1956
Ben jij als professional betrokken bij scheidingen? Wil je jouw kennis op een efficiënte manier actueel houden en verder blijven ontwikkelen? Meld je dan aan voor Permanent Actueel van De Scheidingsdeskundige.