Verrekening bij echtscheiding. Een fiscaal armageddon!

Geplaatst op 31 januari 2019

Het scheidingsproces bestaat voor een belangrijk deel uit financiële en fiscale aspecten. Traditionele scheidingsbegeleiders zoals advocaten en mediators besteden hier vaak onvoldoende aandacht aan. Dit kan tot grote financiële schade leiden. Dat deze schade zich regelmatig in de praktijk manifesteert blijkt onder andere uit de volgende uitspraak die ik hieronder kort zal toelichten.

Gerechtshof Den Haag[1]

Veerle en Manfred zijn van 5 februari 1989 tot 9 februari 2011 met elkaar gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. Samen hadden ze twee woningen. Veerle en Manfred besluiten te gaan scheiden en ondertekenen op 10 januari een echtscheidingsconvenant. Ze spreken af dat ‘woning 1’ aan Veerle wordt toebedeeld en ‘woning 2’ aan Manfred. Veerle wordt hierdoor overbedeeld voor een bedrag van € 222.846. Over partneralimentatie spreken Veerle en Manfred het volgende af:

  • Nihilbeding;
  • Ze doen over en weer afstand van hun rechten op alimentatie jegens elkaar;
  • Ter compensatie zal Manfred afstand nemen van de overwaarde van ‘woning 1’ waarin Veerle nu woont. Manfred en Veerle zullen hun 50% eigendomsrecht van beider koopwoningen met gesloten beurs kruiselings aan elkaar overdragen;

Over de eventuele fiscale gevolgen van deze afspraken worden zij niet geïnformeerd. 

Manfred laat vervolgens zijn aangifte inkomstenbelasting 2011 verzorgen door een belastingadviseur die een bedrag van € 111.423 opvoert als afkoop partneralimentatie. Tot grote schrik van Veerle ontvangt zij op 23 april 2014 een aanslag van € 58.503. Veerle heeft haar vermogen in de woning zitten. Om de fiscale claim te kunnen voldoen zal zij haar woning moeten verkopen.

Veerle schakelt een advocaat in. Ze stelt Manfred aansprakelijk voor de door haar geleden belastingschade. Veerle was zich niet bewust van dit fiscale gevolg. Manfred handelt tevens in strijd met (de bedoeling) van het convenant.

De vordering van Veerle wordt door het Hof afgewezen.

Relevant voor de praktijk:

Bij verrekeningen van pensioen, lijfrente of alimentatie met andere vermogensbestanddelen krijgt de scheidingsconsument te maken met specifieke scheidingsfiscaliteit. Meer specifiek gaat dat over belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen[2] en over de persoonsgebonden aftrek[3].

Veerle ontvangt in deze situatie een “bedrag” ter verrekening van haar aanspraak op partneralimentatie. Deze aanspraak leidt tot vier financiële tegenvallers:

Inkomstenbelasting[4]
De belastbare periodieke uitkering en verstrekking verhoogt het inkomen in box 1. Veerle moet hierover inkomensbelasting betalen.

Algemene heffingskorting[5]
De algemene heffingskorting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen uit werk en woning. Haar algemene heffingskorting wordt daardoor aanzienlijk verlaagd.

Inkomensafhankelijke premie zorgverzekeringswet[6]
Over belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen dient inkomensafhankelijke premie zorgverzekeringswet betaald te worden. Dit gaat om 5.7% over een grondslag van maximaal 55.927. Cijfers 2019.

Toeslagen
Door de verhoging van het inkomen uit werk en woning zal ook het verzamelinkomen toenemen. Hierdoor wordt haart recht op toeslagen aanzienlijk lager. Veerle zal een groot deel van haar toeslagen moeten terugbetalen. Voorkomende toeslagen die zeer relevant zijn na een scheiding:

  • Kindgebonden budget
  • Kinderopvangtoeslag
  • Huurtoeslag
  • Zorgtoeslag

Als financieel adviseur kunt een belangrijke rol vervullen bij het signaleren van deze veel voorkomende fiscale knelpunten. In het verlengde hiervan kunt u e.e.a. in juiste banen leiden. Hierdoor wordt de scheidingsconsument beter geholpen dan dat nu vaak het geval is.

In maart 2019 start de ScheidingsDeskundige weer met de opleiding financieel echtscheidingsadviseur gericht op particulieren en ondernemers. Heeft u interesse in de opleiding? Neem dan contact op met 074-3032642 of stuur een mail naar info@descheidingsdeskundige.nl.

Voor meer informatie over beide opleidingen kunt u ook onze website bezoeken:

 

Opleiding RFEA Particulier

 

 

Opleiding RFEA Ondernemer

 



[1] Gerechtshof Den Haag 24 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1825

[2] Art. 3.101 Wet IB 2001 e.v.

[3] Art. 6.3 Wet IB 2001 e.v.

[4] Art. 3.102 lid 1 Wet IB 2001

[5] Art. 8.10

[6] Art. 43 lid 2 onder D ZVW


< Vorige bericht

© Copyright - De Scheidingsdeskundige